Een huizenbezitter op zoek naar een huis..
1992-11-20
Hij is een man die altijd zelf zijn zaken regelde. En dan ook nog in het groot.- Jaargang 36
- nummer 24
Hij heeft een eigen bouwbedrijf opgericht en het is hem in de tijd van woningschaarste voor de wind gegaan.
Enorme projekten heeft hij gerealiseerd. Hele stadswijken gebouwd. Weet hij zelf nog wel van hoeveel huizen hij de eigenaar is? Hij is groot geworden en geniet van de macht die hij bezit. Hij denkt alles en iedereen naar zijn hand te kunnen zetten. Hij is gaan geloven dat hij het leven onder controle heeft. En nu dit ...
Hij ligt voor de tweede keer in het ziekenhuis en het is niet best. Moesten ze hem de vorige keer vertellen dat bij de operatie niet de hele tumor weggehaald kon worden, nu is het hopeloos ... ze kunnen niets meer voor hem doen.
Wat wordt ook de grootste zakenman klein als hij zoiets te horen krijgt.
"Ik weet niet goed hoe ik het heb", zegt hij als ik hem op dat voor hem zo aangrijpende moment van z'n leven weer opzoek. "Ik besef dat mijn bestaan door die kwaal dodelijk bedreigd wordt. Verschrikkelijk, die angst, die pijn, die afhankelijkheid, waaronder ik nu lijd. Maar het is tegelijk ook zo 'n andere wereld om me heen. Ze zijn hier allemaal zo vriendelijk en zo behulpzaam.
Niets is hun teveel. Verpleegkundigen, artsen, fysiotherapeuten - ze doen wat ze kunnen om mijn leed te verzachten en het me naar de zin te maken. En dat doet me ook zo verschrikkelijk goed. Vreemd is dat met mij ... "
Ja, zoiets is hij niet gewend.Hier, in het ziekenhuis, voelt de wereld om hem heen zacht.
Zijn wereld was hard. Daar was al die aandacht voor de ene mens meestal ver te zoeken. Het gaat om de winst, nietwaar, en om een gezond bedrijf. Hij is de grote baas, die het heeft gemaakt, die de beslissingen neemt, ook over mensen.
Had hij ooit wel echt aandacht voor hen?
En voor zichzélf? Het is alsof deze voor hem nieuwe omgeving iets in hem losmaakt wat hij in alle drukte vergeten was. Weggedrukt had. "Ik weet zeker dan mijn leven nu heel anders wordt", zegt hij.
"Waarin, bedoelt u?"
"Rust zoeken. En geborgenheid."
Een man, die vele huizen bezit, maar zelf nergens thuis is. Iemand, die op zoek gaat naar een thuis dat geborgenheid biedt. Ik begin een beetje te begrijpen, waarom hij tijdens zijn vorig verblijf in het ziekenhuis zo anders was, zo ongemakkelijk. Heel deze wereld van aandacht en liefde benauwde hem aanvankelijk.
Hij wist er geen raad mee. Zijn radeloosheid zette hij om in boosheid.
Wie hem kwamen helpen werden soms afgesnauwd.
Bezoekers kregen z'n ergernissen te horen: dat het eten koud was, dat hij zolang op de dokter moest wachten, dat het bed te hard was, dat... Steeds eenzamer werd hij. Bars en nors lag hij in bed. Z'n kamer een vesting.
Een man, wiens wereld overhoop gehaaId is.
Van binnen een chaos. Naar buiten toe een muur van radeloos verzet.
Soms hebben mensen mokerslagen nodig wil zo 'n muur om hen heen doorbroken worden.
Dat gebeurde met hem. En nu is er een wereld voor hem opengegaan. Nu staat hij open voor dat andere. De ander. De Ander. Een geregelde kerkganger was hij niet meer. Zo nu en dan tijdens z'n vakantie in het buitenland. En hij gaf wel geld voor de bouw van een nieuwe kerk ...
"Ik ga het nu weer zoeken, dominee.
Maar zou God me nog wel zien aankomen?
Zou er bij Hem een plekje ook voor mij zijn?"
Die vraag brengt ons op Jezus' woorden over het Vaderhuis met de vele woningen. Plaats voor velen. Royaal de ruimte!
Ook voor deze zoeker naar een huis. Een huis, waar hij mag zijn, waar hij leven kan, waar hij geborgen is.