Van meester Pennewip tot doctorandus P. (2)

1992-11-20
  • Jaargang 36
  • nummer 24
We hebben afgesproken dat u nog iets zou krijgen met betrekking tot het maken van sinterklaasgedichten. De hoofdzaak daarbij was voor ons: het rijm. Om u te laten zien wat er zoal mogelijk is, neem ik eerst iets over uit Woutertje Pieterse, geschreven door Multatuli. Woutertje zit op school bij meester Pennewip, de leerlingen hebben de opdracht gekregen gedichtjes te maken en wij mogen over de schouder van de meester meelezen "om op onze beurt bewogen te worden door indrukken van onwaardeerbaar kunstgenot." De commentaren van meester Pennewip krijgt u erbij.
Hij begint met het werkstuk van Trijntje Fop, op haar muts: Ik heet Trijntje Fop En ik heb een muts op mijn kop.

"Niet kwaad, maar ... laat zien - ja, zó is het beter - die beide laatste woorden verzwakken de indruk van het geheel door derzelver overtolligheid." Meester haalde de beide verzwakkende woorden door en nu had Trijntje Fop heel eenvoudig een muts op zonder kop. Het volgende kunstwerk is van Lukas de Brijer:
Op het vaderland
Vaderland, koek en amandelen, Ik ga in de maneschijn wandelen.
Koek, vaderland en brandewijn, Ik ga wandelen in de maneschijn.
Vijf vingers heb ik aan mijn hand Ter ere van 't lieve vaderland.

"Zangerig, zeer zangerig! Er is diepte in die koek met brandewijn en 't vaderland daartussen."

Lijsje Webbelaar schreef, op het beroep van haar vader: De kat viel van de trappe, Mijn vader verkoopt aardappelen en uien.

"Oorspronkelijk, maar dat doorsnijden van de aardappelen keur ik af."
Dan komt Jannetje Rast met: Op een windwijzer:
Hij staat op een schoorsteen van binnen vol roet,
En wijst aan de wind hoe hij waaien moet.

"Dit is niet geheel juist... want, wèl beschouwd ... maar als dichterlijke vrijheid kan het erdoor."
Grietje Wanzer, op een rups:
Het rupsje zonder schromen
Springt rond op alle bomen.

"Beschrijvende dichtsoort. Er is stoutheid in de voorstelling van die onbeschroomd rondspringende rups.
Leendert Snelleman, op de lente:
In de lente is het aardig
, In mei is mijn broertje jarig,
Maar nu heeft hij wintervoeten,
Zodat wij de lente prijzen moeten.
Dan gaan wij samen kuieren,
En op Paas-vakantie met eieren.

,,'t Is jammer dat hij het rijm zo verwaarloost.
Zijn denkbeelden zijn inderdaad ongemeen en goed ontwikkeld.
Die overgang op de eieren is zeer eigenaardig."
Slachterkeesje heeft een lofdicht op de meester gemaakt:

Mijn vader heeft menige os de doodsteek gegeven.
Maar meester Pennewip is nog in leven.
Soms waren zij mager en somtijds vet,
En hij heeft zijn pruik opzij gezet.


"Hm ... 't Is zonderling ... wat zal ik daarvan zeggen. Wat heb ik met die ossen te maken. Zou dat nu wezen wat die nieuwerwetse boekenmakers humor noemen? Ik zal die jongen eens onderhanden nemen.
Zo zou ik nog lang door kunnen gaan, er is zó veel leuks in allerlei boeken te vinden. Maar ja, Opbouw is een serieus blad en dus... gaan we naar een afsluiting van deze ludiek bedoelde bijdragen. Ik geef u nog wat adviezen door, overal vandaan gehaald, maar vooral bij drs. P. Hier komen ze.

- Zoek woorden die veel mogelijkheden tot rijmen bieden. Denk vooruit bij het kopen van cadeaus. Een kaasrasp levert meer problemen op dan een boek. En:
Wat rijmt er nou op fiets?
Weinig meer dan niets.
En op het meervoud fietsen Alleen maar bietsen.

Nee, neem bij voorbeeld woorden die uitgaan op: aal, aan, aren, eren, even, eid, iet. Daar kun je mee uit de voeten.

- Als u bezig bent, schrijf dan zo veel mogelijk rijmwoorden op. Sommige kunt u niet gebruiken, maar andere brengen u op gedachten.
- Verzamel materiaal dat geschikt is regels op te vullen. Een woordje als ,,0" komt altijd van pas. Verder noem ik: ja, och, wel, hè, toch, hallo, helaas, gewis, voorwaar, misschien, alhier, hoezee, hoera, zal ik maar zeggen, zoals je weet, naar ik meen,... en zo.
Herhaling hindert niet: ... ja, ja; ook combinaties mogen: maar evenwel nochtans en desalniettemin ... (Er staat niets, maar het vult lekker op.) - Als u vast komt te zitten, gooi dan de gewone zinsvolgorde eens om. Dus: jij krijgt een mooie fiets ... kan worden: Deze fiets, ik geef die jou ... (... hou, gauw, zou, dag en dauw, enzovoort. ..) AI deze trucs worden veelvuldig toegepast door mensen die zichzelf als 'echte' dichters zien.

Het schrijven van een sinterklaasgedicht
Is prettiger dan ademnood of jicht
Tenminste als u handig opereert
En iets van mijn adviezen hebt geleerd
Waaraan ik dit nog even vast wil knopen:
Uw zinnen moeten liefst behoorlijk lopen
En hierbij vindt uw taalbeheersing baat
Aanschouw thans wat ik u heb aangepraat!
Een nuttig tijdverdrijf, een blijde plicht
Het schrijven van een sinterklaasgedicht.

Dat laatste was weer van drs. P. Ik heb nogal wat gepikt van schrijvers die ik niet genoemd heb, maar, zoals je tegenwoordig veel hoort,: dat moet kunnen. Veel genoegen met sinterklaas! Tob niet te veel. Denk aan Lijsje Webbelaar en Trijntje Fop.

Zoals u ziet,
Rijmen is zo moeilijk niet.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief