In memoriam: Ds. Jan Waagmeester
1992-12-04
Maandag, 9 november jl belde Ds. Jan Waagmeester Jr mij vroeg in de morgen op om met enkele sobere woorden mee te delen: vader is gisteravond laat plotseling ontslapen.- Jaargang 36
- nummer 25
Enkele dagen daarvoor bezochten mijn vrouwen ik Jan en Bartha Waagmeester in het verzorgingshuis 'Goede Reede' te Apeldoorn, waar zij sinds februari jl een goede huisvesting hadden gevonden. Zoals tijdens onze vorige bezoeken, wachtten zij ons op in de hal van het gebouw. In hun kamer spraken wij ook nu, zoals steeds, over het verleden en heden. En dat in grote eenstemmigheid.
Wij kenden elkaar reeds vele jaren. In de kerk te Baarn, die hij diende van 1946 tot 1955, zat ik vaak onder zijn gehoor. Zo leerde ik hem kennen als een gevoelvolle prediker en een bewogen pastor.
En in de kerken te Loosdrecht en te Zaandam bevestigde hij mij in het ambt van dienaar des Woords.
Er groeide een hechte verbondenheid. Wij gingen ieder een eigen weg, maar steeds bleef er een intensief contact.
Wij deelden onze vreugden en zorgen over het kerkelijk leven in het verleden en heden. Tot het laatste toe volgde hij met heldere geest de gebeurtenissen in en buiten de kerk.
Hij heeft nu de raad Gods uitgediend (Handelingen 13:36). Zijn heengaan heeft ons diep getroffen. Jan Waagmeester werd 4 maart 1910 te Zaandam geboren als de oudste zoon van een groot gezin. Na zijn vooropleiding aan het gemeentelijk lyceum in zijn geboorteplaats, studeerde hij theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. 14juni 1936 werd hij in de gereformeerde kerk te Oosterzee bevestigd als dienaar des Woords. Hij was dus nog één van onze weinige predikanten, die hun ambtsdienst zijn begonnen in de ongedeelde gereformeerde kerken. In 1943 vertrok hij naar Murmerwoude.
Daar kreeg hij te maken met de kerkelijke strijd over verbond en doop. Daar koos hij. In een preek over zondag 26 van de catechismus omschreef hij die keus aldus: "Wég met die dwaze leer van een uitwendig en een inwendig verbond. De schrift spreekt van het verbond Gods met Zijn volk, en van de woorden des verbonds, die in eeuwigheid niet zullen wankelen. Wég met die dwaasheden van een volle doop voor de uitverkorenen en een niet-volle doop voor hen, die niet verkoren zijn. Moet ik soms eerst weten, of ik uitverkoren ben, voordat ik geloof hecht aan de toezegging des Heren? ' Het geloof is mij het enige bewijs van mijn verkiezing, Wat belooft deHere ons in de doop?
Dat Zijn genade vast is en dat Hij een God is, Die niet liegen zal, dat eerder de aarde wijken zal uit haar plaats dan dat één van Gods woorden zal voorbij gaan.
Kent nu ook uw verbondsplicht. U draagt het uniform van de grote Koning. God houdt u daar aan. Laat het aan u gezien worden, dat u Jezus Christus geheel toegeëigend zijt!"
Die keus kostte hem zijn tractement en zijn pastorie. Vaak vertelde hij dankbaar dat de kleine vrijgemaakte gemeente te Murmerwoude zorgde voor zijn inkomen, dat zelfs nog verhoogde, en dat de hervormde collega hem en zijn gezin onderdak verleende in zijn ambtswoning.
In 1946 nam hij het beroep van de kerk te Baarn aan onder het getuigenis van de ambtsdragers te Murmerwoude: "Hij is een leesbare brief van Christus". Zo heeft hij ook in zijn derde gemeente bijna negen jaar gewerkt.
Daarbij is de strijd hem echter niet altijd bespaard gebleven.
Vrijmaking betekende voor hem een blijvende onderwerping aan heel het leven aan het woord van God en een binding aan de belijdenis van de kerk des Heren. Dat werd niet altijd verstaan. Die overtuiging werd niet door een ieder gedeeld.
Dat heeft hem verdriet gedaan. Maar hij streed de goede strijd. Na zijn dienst in Baarn werd hem een nieuw arbeldsterrein aangewezen: de kerk te Hasselt'. AI namen de spanningen in de kerken steeds meer toe, toch 'heeft hij hier van 1955 tot 1965 over het algemeen rustig en met veel zegen mogen werken.
De vijfde gemeente, die Ds. Waagmeester mocht dienen, was 's- Gravenhage-Zuid-West.
Daarheen vertrok hij enkele jaren voordat de spanningen in de kerken uitgroeiden toteen onverkwikkelijke strijd, die zelfs familieleden van elkaar scheidde. Daarin bleef hij, die hij was. Is hij in de loop der jaren dan niet veranderd?O zeker, zoals ieder mens, als het goed is, bij het ouder worden verandert, zo werd ook bij hem - 'de leeuw van Friesland', zoals Ds. G. Hagens van Leeuwarden zijn vurige collega typeerde bij diens bevestiging als predikant te Baarn - een grote mildheid merkbaar.
In onze vele gesprekken zei hij meer dan eens: de goede strijd heb ik niet altijd goéd gestreden; helaas heb ik soms niet iedere situatie goed ingeschat en heb ik niet altijd de juiste woorden gebruikt. Daarbij noemde hij dan duidelijk voorbeelden. Maar ook in de kerkelijke strijd van de zestiger jaren bleef hij zich onderwerpen aan het Woord van zijn Zender en wist hij zich onbekrompen gebonden aan de belijdenis van Christus' kerk. Dáárin veranderde hij niet. Maar het front liep nu anders, Het confessionalisme stak de kop op. Steeds krachtiger werd in de kerken het spreken, waarin de confessie praktisch werd gelijk gesteld met de Bijbel. Als de bekende br. A. Zijlstra uit Groningen vanuit de strijd in het verleden over de vraag: "Is de zoon van God eens-wezens met de Vader?" voor het heden de conclusie trekt: "Het komt in de belijdenis op elk woord, op elke letter, op elk leesteken aan: laat ons dan ook maar waken voor de trouw aan één woord, aan één letter", dan antwoordt Ds. Waagmeester hem kort en bondig: "Dit is een ernstig deraillement".
Zoals op vele plaatsen elders komt ook in de kerk te Den Haag de breuk. Broeders en zusters onttrekken zich aan zijn ambtsbediening en vormen met anderen een kerkelijke gemeenschap. Door de kerkeraad te Murmerwoude werd hij eens geschorst, nu wordt hij door broeders en zusters verstoten. Dat doet pijn.
Dat levert blijvende littekens op. Maar de Here hield hem in Zijn dienst. Dat heeft hem getroost. Met vreugde heeft hij zijn diensttijd mogen vol maken. 1 maart 1975 werd hem eervol emeritaat verleend.
Met zijn vrouw vestigde hij zich in Lisse. En van daaruit verleende hij nog hulpdiensten aan de kerken te Zoetermeer en te Arnhem en ging hij in vele kerken voor in de dienst des Woords. Het goede Woord Gods verkondigen was hem een lust.
Catechiseren deed hij met veel plezier, ook na zijn emeritering. Hij voelde zich nog allerminst uitgediend.
De oude dominee bleef fris. Dat onderkende een catechisant te Arnhem, die hem, na zijn duidelijk onderwijs over het zevende gebod, daarvoor hartelijk bedankte. Ook in het jeugdblad 'Verkenning' schreef hij klaar en onomwonden over ongehuwd samenwonen. Maar langzamerhand moest hij ook deze arbeid staken.
Krachten werden minder. En zijn vrouw, die in vroegere jaren naast de verzorging van hun zeven kinderen hem vaak vergezelde bij bijzondere bezoeken in de gemeenten, was nu meer op zijn hulp aangewezen.
Die gaf hij haar met veel geduld en liefde Begin dit jaar verhuisden zij naar de bejaardenflat 'Goede Reede' in Apeldoorn. Daar hadden zij het goed. Op verzoek gaf hij daar leiding aan een bijbelkring. Zijn begeerte te preken bleef sterk. Dit jaar maakte hij daartoe nog afspraken met de kerken te Ermelo en Voorthuizen.
Maar zijn aanvankelijke toezegging bleek hij toch niet te kunnen nakomen. Ook daarover zeurde hij niet.
Als ik dit zo formuleer, dan denk ik aan een preek, die hij eens in Katwijk hield over Christus' Woord, te lezen in Johannes 15: "Elke rank, die vrucht draagt, snoeit de hemelse Landman, opdat zij meer vrucht drage" .
Vanuit zijn eigen leven wist hij wat hij zei toen hij zijn broeders en zusters voorhield: als er ziekte, verdriet en tegenslagen komen in ons leven, als onze hemelse Vader snoeit, laten wij dan toch niet zeuren, maar ons verheugen over de vruchten Donderdag, 12 november jl hebben wij hem begraven. Velen waren met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen dankbaar aanwezig in de dienst van Woord en gebed in de Tabernakelkerk te Apeldoorn en stonden om zijn graf op de begraafplaats Heidehof te Ugchelen met het loflied in het hart: "De Here is goed, ja, Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid".