Hier geldt geen adel, staat noch pracht

1992-12-18
  • Jaargang 36
  • nummer 26
De kathedraal van Canterbury is eeuwenlang een bekend pelgrimsoord geweest. In 1170 werd daar namelijk aartsbisschop Thomas à Becket vermoord en enkele jaren later werd hij heilig verklaard. Aan de uitgesleten steen is nog te zien waar de pelgrims neerknielden.

Het is een indrukwekkende kathedraal; heel groot, prachtig gebouwd. Je ziet er onder andere praalgraven van allerlei kerkvorsten. En in een aparte afdeling hangen de vaandels van regimenten die in verschillende oorlogen hebben gevochten. Ergens, ongeveer in het midden van de kathedraal staat een tafel waarop een eenvoudig losbladig boek ligt. Op de eerste bladzijde staat dat het bedoeld is om de herinnering levend te houden aan martelaren en heiligen van onze eigen tijd, Ik bladerde erin en stokte bij een wat vage', niet erg duidelijke foto van een eenvoudige priester: pater Kolbe, een man voor wie ik een intense bewondering koester. Mag ik u nóg eens van hem vertellen?

Pater Kolbe, een Franciscaan, werd geboren in 1894. Voor de Tweede Wereldoorlog werkte hij als missionaris in Japan, maar in augustus 1941 stierf hij in de hongerbunker van Auschwitz, Dat kwam zo: er was een gevangene ontvlucht en de gebruikelijke straf was dat tien andere gevangenen tot de hongerdood werden veroordeeld, En ook deze keer telde de 5.5, willekeurig tien man af uit het 'blok' van de vluchteling, Eén van hen was de gevangene F, Gajowniczek, Hij had vrouwen kinderen en begon te huilen; hij kón niet sterven, Toen trad pater Kolbe naar voren en verzocht zijn plaats in te mogen nemen, Als argument voerde hij aan dat hij toch niet meer arbeidsgeschikt was, Dat was duidelijk een voorwendsel, maar blijkbaar was zelfs de 5.5. onder de indruk: gevangene nr. 16670 mocht de plaats innemen van gevangene nr. 5659, De laatste heeft de oorlog overleefd en is bij zijn vrouw en kinderen teruggekeerd. Kolbe en de anderen (die men ook nog gedeeltelijk de beenderen brak) werden naakt in de betonnen cel gestopt. Die cel was volkomen leeg en had geen ramen, Ze kregen absoluut geen voedsel, zelfs water werd hun geweigerd; ze stierven op een afschuwelijke manier.
Pater Maximiliaan is zijn medegevangenen tot steun en troost geweest. De SS-ers konden zijn aanblik niet verdragen. Toen er een keer een aantal verhongerden naar buiten werd gedragen, schreeuwden ze Kolbe toe: "Kijk naar de grond, niet naar ons".
Hij stierf hun te langzaam; misschien ook heeft zijn houding' zoveel respect afgedwongen dat ze hem deze laatste gunst verleenden: ze gaven hem eindelijk een injectie, En deze pater wordt nu nog in herinnering gehouden, daar in die prachtige kathedraal. Terecht wordt hij als een martelaar van onze tijd geëerd, een grote in het koninkrijk van onze Heer.
Hij heeft geleefd en is gestorven in dienst van zijn Heer en ten dienste van zijn medemensen, een navolger van Christus, Geen praalgraf voor hem, helemaal zelfs geen graf waar pelgrims kunnen neerknielen, Slechts een korte vermelding in een eenvoudig boek, Zoals ook zijn leven was: in eenvoud, Van deze eenvoud spreekt ook Vondel.
U vindt dat in de 'Rei van Edelingen', Gijsbrecht van Aemstel, einde tweede bedrijf. Daar leest u over onze Heiland die in Bethlehem geboren werd als:
Het kind waarvoor een ster verrijst,
Die wijzen met haar stralen wijst
De donkre plaats van zijn geboorte,
En leidt ze in Davids oude pootte.

Tegen het einde van de rei lezen we:
Hier is de wijsheid ongeacht;
Hier geldt geen adel, staat noch pracht.
De hemel heeft het klein verkoren,
AI wie door ootmoed wordt herboren, /s van het hemelse. geslacht.

De beroemde toneelspeler Albert van Dalfsen heeft gezegd dat één van de belangrijkste thema's in dit toneelstuk is: de tegenstelling tussen de ondergang van aardse grootheid en de blijvende betekenis van eeuwige waarden als nederigheid en overgave aan Gods leiding, En hoe nederig is de geboorte van onze Heiland:
't Gevogelt, dat op wieken zweeft,
Zijn nest, de vos zijn ho/en heeft,
En woont in bergen, en in bossen:
Een stal van ezelen en ossen
Den Schepper nauwlijks herberg geeft.
De kribbe Hem een wieg verstrekt,
Die 't aardrijk met de hemel dekt,
En aan elk dier bestelt zijn voeder.
0, Kind, Gij zijt, gelijk uw moeder,
Met pracht noch hovaardij bevlekt.
Hier voert de neergedaalde God
De trotse wereld om met spot In zijn triomf, ten smaad der hoven;
Het needrig hart voert Hij naar boven Met Hem in 't hooggebouwde slot.

Dat was één van de lessen die Vondel in zijn toneelstuk neerlegde, Dat moest ook Gijsbrecht van Aemstel leren. Het prachtige, rijke Amsterdam ging in vlammen ten onder; sterke vestingmuren konden geen bescherming bieden.
Gijsbrecht moest leren het kruis te aanvaarden dat God hem oplegde, Maar... hij mochtzeker zijn van een goede toekomst. Dat werd hem beloofd door de engel Gabriël die eraan toevoegde: "De Opperste beleidt zijn zaken wonderbaar." Dat wil zeggen: De mens kan Gods leiding niet doorgronden, maar moet die gewillig aanvaarden. In eenvoud. Zoals de Here Jezus zelf daarvan het voorbeeld gaf.

Dat herkennen we ook in de kathedraal van Canterbury. Niet dat geweldige bouwwerk is van blijvende waarde. Wél wat pater Kolbe in navolging van Christus heeft gedaan. En dat staat niet alleen opgetekend in een boek hier op aarde. Ook in de hemel weet men ervan, Wat zou ik die man daar graag eens ontmoeten!

Ik wens u goede Kerstdagen en een gezegend nieuw jaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief