Oud en nieuw

1988-01-08
  • Jaargang 32
  • nummer 1
NIEUWJAAR

Nog eens ten einde 't oud en vooraan 't nieuwe jaar.
Nu tel ik tachtig op negen maanden naar.
Waar zijn de zeventig en negen jaren henen?
Als nieuwe dromen elk verschenen en verdwenen.

En nu de volle som, maar enen ouden droom.
Wanneer zal 't einde zijn? Hoe lang staat d' oude boom
Op taaie wortelen en weert zich onder allen
Die 's daags bij duizenden rondom hem nedervallen?

Hoe laag en wankelt mijn onafgesleten kracht
Niet meer als andren meest ter halverwege placht?
Gij weet het, Heer, alleen, en houdt het mij verborgen.
Laat die onkunde mij tot meer en meerder zorgen
Gedijen, om een eind, 't zij nog ver of nabij,
O goedertieren God, dat Dij gevallig zij.

C. Huygens

Om dit gedicht tot zijn recht te laten komen moet u het eigenlijk eens rustig hardop lezen. Voor lezers die niet aan de oude taal gewend zijn, geef ik enkele toelichtingen. Ik vermoed dat in regel 2 "tachentig" moet staan, dat kwam vroeger meer voor. Het woordje "en" maakt deel uit van een ontkenning, b.v. in: mijn kracht en wankelt niet. Huygens spreekt God aan met Dij, een toen veel voorkomende vorm die de Statenvertaling niet heeft overgenomen. Wie op zijn leven terugkijkt, zal Huygens gelijk geven: de jaren verschenen als nieuwe dromen, we hadden nieuwe mogelijkheden, nieuwe plannen en verwachtingen.
Maar ze waren ook weer snel verdwenen. In een ander gedicht heeft Huygens het over

"dingen die wat schijnen en komende verdwijnen."

Zo gaat het ook met een jaar: het lijkt héél wat, maar als het komt, is het tegelijk al bezig te gáán. Dat is natuurlijk wel typisch een gedachte van iemand die terugkijkt op zijn leven. Als je bijna tachtig bent en de voorbije jaren overziet, zijn ze een "oude droom", het is alles gewéést, het is allemaal bekend èn het is voorbij. Onwillekeurig denk ik aan .wat op het graf van de dichter Bloem in Paaslo staat: "Voorbij, voorbij, 0 en voorgoed voorbij." Daar gaat een tragiek van uit die een mens kan doen huiveren. En ik denk ook aan een gedicht van Bloem waarin hij op zijn leven terugkijkt en dat eindigt met: "Ach, het had ook zoveel erger kunnen zijn". Wie zoiets schrijft, biedt de lezer niet veel perspectief. Dat is bij Huygens anders. Nuja, kennelijk was hij nog gezond en sterk, sterker dan veel anderen op hun veertigste waren, maar voor hem was na de dood niet alles voorbij.
Calvinist als hij was, wist hij dat hij met het einde rekening moest houden maar dat hij zelfs in zijn streven naar een goed leven en een goed levenseinde afhankelijk was van God. Ik sluit af met het gedeelte waarmee Huygens een ander nieuwjaars gedicht eindigde:

Gij schenkt mij een nieuwjaar;
ik weet en ik beken
Dat ik er Dij op 't minst
een nieuw voor schuldig ben.
Maar schept Gij dan in mij het
nieuwejaar en 't nieuw leven;
Zo Gij 't mij en geeft en
kan ik 't Dij niet geven.
Ik wens u een gezegend 1988!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief