Een goede gereformeerde opvoeding

1989-05-26
  • Jaargang 33
  • nummer 11
Eén van de praktische opvoedingsvragen is: Hoe vind je een tussenweg tussen een harde en een zachte aanpak? Aan de ene kant moet je liefde, begrip en geduld hebben, argumenten gebruiken en geen machtsmiddelen. Aan de andere kant mag je niet verwennen, moet je soms optreden, moet een kind toch ook leren gehoorzamen.
Onze ouders hadden vroeger met dezelfde vraag te maken en ook zij moesten daar een oplossing voor vinden.

Dwang of mildheid?
In een recent proefschrift worden twee kanten van de gereformeerde opvoeding aangewezen. Aan de ene kant is de doelstelling van de gereformeerde opvoeding vrijheid, geestelijke zelfstandigheid, zelfbewustzijn, ontplooiing van talenten, verantwoordelijkheid.
Er wordt grote waarde gehecht aan de persoonlijke geloofsrelatie, die de basis vormt voor een handelen uit overtuiging, zonder te zwichten voor druk van buitenaf. Om dit doel te bereiken past geen dwang of dressuur, maar liefde, billijkheid, wijsheid en mildheid van de kant van de opvoeders.
Niemand wordt gedwongen goed.
Aan de andere kant functioneren verantwoordelijkheid en geweten nooit autonoom. De mens is afhankelijk van God. Hij, niet het eigen ik, is uiteindelijk degene aan wie verantwoording moet worden afgelegd.
Het doel van de opvoeding is het leren van deze afhankelijkheid en onderwerping. Het gaat om heiligmaking van het leven in overeenstemming met Gods wet. Hiervoor zijn zondebesef, schulderkenning en bekering nodig. Maar de moeilijkheid is, dat de mens zich verzet.
tegen deze afhankelijkheid, dat hij weerbarstig en koppig is. AI van jongs af aan kan er een moedwillig en bewust verzet zijn tegen het gezag.
Hier past geen begrip,maar strengheid, inperking van eigengereidheid, handhaving van het gezag, zo nodig door dwang en (lichamelijke) straf. De opvoeding door Eli van Hofni en Pinehas geldt daarbij als voorbeeld.

Vis
In deze twee kanten van de gereformeerde opvoeding is de praktische vraag van het begin gemakkelijk te herkennen. Bij de doelstelling van vrijheid, geestelijke zelfstandigheid en verantwoordelijkheid hoort een zachte aanpak: begrip, geduld en argumenten. Bij het leren van afhankelijkheid en gehoorzaamheid past de harde aanpak en kunnen straf en dwang nodig zijn.
In theorie weten gereformeerde pedagogen en theologen de tegenstelling wel te verzoenen. De mens is vrij, maar vrij als een vis in het water of een vogeltje in de lucht. De afhankelijkheid van het water vormt voor een vis tegelijk zijn levensvoorwaarde.
Zo betekent afhankelijkheid van de mens van God tegelijk vrijheid, leven.
Maar wordt in de praktijk dit harmonieuze beeld ook door ouders en kinderen ervaren? En zo niet, komt dit dan door de onvolmaaktheid, die nu eenmaal eigen is aan het leven?

Zondaar of beelddrager?
In de praktijk bleek de opvoeding nogal eens te neigen naar de harde aanpak. Dit was vooral zo, als er een zwaar accent gelegd werd op de aangeboren zondigheid van het kind. Opvoeden wordt dan opvoeding ,tot bekering. Als het daarmee goed komt, vloeit al het andere daaruit voort. Thema's als zonde, berouw, vergeving, genade en gehoorzaamheid staan centraal in de dagelijkse omgang met het kind. In eigentijdse gereformeerde opvoedingsliteratuur wordt het o.a. zo verwoord: "Van nature zijn we zondaren en zondaressen, die niets anders kunnen en willen, dan ongehoorzaam zijn tegenover de wil van onze Schepper en die het doel, waartoe Hij ons schiep, altijd en overal missen. Dit brengt mee, dat we als ouders ons kind moeten opvoeden tot gehoorzaamheid".
Hiernaast staan auteurs, die wel de gevolgen van de zondeval noemen, maar meer accent leggen op de mens als geschapen en herschapen beelddrager van God. Hier kun je b.v. de uitspraak vinden: "Het feit dat kinderen beelddragers van God zijn, is een argument tegen een autoritaire vorm van leiding geven in een gezin". Of: "Het is niet goed als ouders alleen letten op het verkeerde in hun kind. (...) Belangrijk blijft het, om over negatief gedrag te praten vanuit de vergeving van de zonden en de levensvernieuwing".

1 Kor. 14:20 is in dit verband het vermelden waard: "Wees onkundig van het kwaad als pasgeboren kinderen" (en verstandig als volwassen mensen). Zo boos zijn de zuigelingen dus niet! - Maar het moeten wel verstandige volwassenen worden.

Gezamenlijkheid in de opvoeding
Is er een tussenweg mogelijk tussen harde en zachte aanpak? Eén die de zonde serieus neemt, maar ook recht doet aan het beelddragerschap?

De vraag naar een harde of een zachte aanpak komt in een ander licht te staan, als opvoeding gezien wordt als een gezamenlijke opdracht aan ouders en kinderen. In het toegroeien naar een 'heel' leven staan ouders en kinderen niet tegenover, maar naast elkaar. Daarbij genieten ouders en kinderen samen van het leven en gaan er ook samen tegenaan.
In dat perspektief kunnen de verhoudingen opeens omdraaien. Jongeren kunnen tobben of ze hun ouders (docenten, ouderlingen) met een zachte, of met een harde aanpak moeten benaderen. Of ie iets door de vingers moeten zien, geduldig moeten zijn, of toch echt eens de waarheid moeten zeggen. Kleine kinderen kunnen hun ouders gevoelig op de vingers tikken, ze korrigeren en ze tot grotere gehoorzaamheid brengen aan de waarden en richtlijnen die ze zelf uitdragen ...
Eindeloos geduld, maar wat doe je als begrip, soepelheid en creativiteit opraken? Het is een vraag die ouders, maar even vaak kinderen en jongeren zich kunnen stellen. De praktische vraag van het begin is daar niet zomaar mee beantwoord.
Maar als een kind je het bloed onder de nagels vandaan dreigt te halen, kan het helpen te bedenken dat je samen met het kind een oplossing moet zoeken, samen je moet keren tegen de 'geestelijke machten van het kwaad'.

Dit is geschreven naar aanleiding van: Sturm (dr. J.C.), Een goede gereformeerde opvoeding, Kampen (Kok), 1988.
Verder is o.a. van de volgende literatuur gebruik gemaakt: , Kuijt (P .), Voor onze ouders - over hun kinderen; Utrecht (De Banier), 1983.'
Keus-Jonker (drs. H.O.) en Van Soest (drs. G.), Opvoeden, een spannende zaak, Kampen (Kok), 1984.
Schoeman (p.G.), Aspekte van die wijsgerige pedagogiek, Bloemfontein (Sacum), 1979.
Narramore (Bruce), Opvoeden, een opgave, Vaassen (Madema), 1983 (oorspr. 1979).
Oostdijk (Inge), Van kind tot kind, Barneveld (De Vuurbaak), 1986.
Pels (G.F.), Het kindbeeld gewogen, Goes (Oosterbaan & Le Cointre), 1986.
Vogelaar (0.) en Bregman (C.), Mens- en kindbeeld in bijbels-reformatorische zin, Hendrik Ido Ambacht (Begeleidingscentrum Gereformeerd Schoolonderwijs), 1983.
M.n. de laatste vier auteurs noemen wel de gevolgen van de zondeval voor de opvoeding, maar leggen meer accent op de mens als geschapen en herschapen beelddrager van God.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief