Van mens tot mens

1989-05-26
  • Jaargang 33
  • nummer 11
Onze taal
Van voor de torenbouw van Babel af hebben mensen zich met elkaar verstaan. Ze vormden gemeenschappelijke begrippen, omschrijvingen en trefwoorden. Dit totaal aan overeengekomen woordenlaten we zeggen de taal - werd het verbindingselement tussen mens en mens, tussen families en families, tussen dorpen en steden, van grens tot grens. Over die grens leefden de barbaren, mensen van een vreemde spraak. Maar daarbinnen - wat moesten we beginnen zonder onze taal? Zonder boek of krant, zonder gesprek of lezing, zonder - nu ja zonder dit goede blad?
Het is waar: toen de mensheid zich sterk kon maken door middel van de taal peinsde zij over opstand tegen God. U kent de geschiedenis: spraakverwarring, verstrooiing over de aarde, onbegrip, afstand en oorlogen.
Natuurlijk vond de samenklontering van mensen, families, stammen en volkeren van voren af plaats; we moeten dan ook wel op onze hoede zijn, wanneer het over de EEG, een verenigd Europa, een Wereldraad, eenheidsmunt en centrale identificatienummers gaat. We weten immers dat de toekomst ons een mensheid oplevert, die slechts één taal, één wil en één macht wenst (Op. 17:17) die tegen God gericht zal zijn.

Taalcorruptie
Er is een eeuw geweest, waarin de statenbijbel ons Nederlands 'maakte'. Generaties leerden lezen, gezinnen gebruikten de bijbeltaal: beschaafd, gekuist en verstaanbaar Nederlands. De bijbel die een volk omspande leverde een taalschat, met weinig misverstand voor wie van goede wille was. Ons volknet als het Britse met zijn King Jamesbijbel werd onderwezen in het Woord, door middel van woorden; kreeg een spreektaal tot zijn beschikking. Daarom hebben wij, christen-Nederlanders, verantwoordelijkheden voor het behoud van onze taal, die aan onze gedachten vorm geeft. Waarmee niet gezegd wil zijn, dat wij verouderde termen moeten aanhouden, of in bijbelteksten moeten spreken!
Maar de wereld corrumpeert, bederft haar taal voortdurend. Woorden die voorheen als onschuldig golden krijgen nu een onuitsprekelijk gemene betekenis. Uitdrukkingen, die onder invloed van het christelijk volksdeel vermeden werden, ziet u vandaag in boek en krant afgedrukt, voor radio en televisie uitgesproken, vooral zonder gêne.
De schuttingtaal deed per spuitbus haar intrede en laat niet met zich spotten. Wij lezen van moderne straatjeugd, die alleen nog met ' scheldwoorden en vuisten kan communiceren.
Het meest onschuldig lijkt ons nog het dom gebruik van buitenlandse woorden, die het eigen woord verdringen.
We horen vandaag bijvoorbeeld van inschatten (waar schatten bedoeld is), van opsplitsen (moet splitsen zijn), van colophon (gebruikt als visitekaartje van een periodiek), van splijtzwam (bedoeld is verdeeldheid, maar gebruikt wordt een zwam die zich door deling voortplant), van trekpleister (bedoeld is attractie, maar gebruikt wordt een pleister, die etter uit een wond moet trekken, vrage wel excuus) enzovoort. We vergaderen met een forum, vormen discussiegroepen, leven van dialogen, lijden aan secularisatie, democratiseren (wanneer we de meerderheid laten uitmaken hoe het moet gaan), bureaucratiseren (wanneer we de ambtenarij laten beslissen), professionaliseren (wanneer de deskundigen het mogen zeggen), wisselen discussienota's uit - maar raken met al dat communiceren hoe langer hoe verder van elkaar af. Een schrale troost is: dat, als we maar vaak genoeg het verkeerde woord gebruiken, de woordenboekenmakers ons volgen en voor goed verklaren wat fout was. Beter zou zijn: eenvoudig te zeggen waar het op staat - en een verstandig antwoord uit te lokken.

Vreemde invloeden
Uiteraard wordt een taal beïnvloed door buitenlandse contacten. De Franse tijd heeft bij ons een grote hoeveelheid volksfrans binnengebracht.
Hogere kringen in ons land gebruikten zelfs bij voorkeur Frans: denk aan de begrafenis van wijlen prinses Wilhelmina!
We kunnen ons troosten: in het Engels zijn de sporen van Willem van Normandië nog heel wat sterker aanwijsbaar. De Duitse bezetting heeft weinig nagelaten: wellicht uit antipathie heeft ons volk zich snel ontdaan van veel germanismen.
Maar vandaag is het Engels 'in': niet vanwege de Engelse oorlogen, niet omdat Engeland ons ooit bezette maar gewoon omdat het wereldwijs staat. Omgekeerd heeft het Nederlands ook andere talen beïnvloed: in het Frans heet koolzaad 'Ie colza' en het Schotse woord voor kinkhoest is kinkhoast.
Het is verbazend moeilijk, zich aan deze invloeden te onttrekken. Voor je het weet doen de besten er aan mee, al is het maar om de aandacht te behouden. Terwijl toch eigenlijk het spreken in beschaafd Nederlands al voldoende kan zijn om de aandacht te trekken en te behouden.
Trouwens christenen gaan nooit onopgemerkt door de wereld, ze kunnen zich best een eigen karakter veroorloven.

Vereenvoudigde schrijftaal?
In onze prille jeugd kregen we van de plaatselijke boekhandelaar een heus psalmboekje cadeau. We konden namelijk al 'lezen' en dat woord tussen aanhalingstekens. U weet dat Tibetaanse, monniken (althans voorheen) in drie orden waren ingedeeld?
De eerste kon letters spellen en brulde die letters op bij rituele gelegenheden. De tweede orde kon van de letters, woorden vormen en stond daarom op hoger plan. De hoogste orde kon van woorden zinnen bouwen en stond onbereikbaar hoog in de kunst van het lezen.
Waarschijnlijk was het de Dalaï Lama voorbehouden om de zin van die zinnen te verstaan.
Welnu, bij dat 'lezen' in onze kleuterjaren spelden we woorden. En zagen dat "de vrome Jozef, rijk in deugd, in ijzren boeijen wreed gekneld" werd. Die boeijen met een ij maakten indruk op een kinderziel.
Later begrepen we: dat boekje was verouderd, stond nog in de spelling van Siegenbeek (1805), die door De Vries en Te Winkel (1863) was vervangen; Iater, onder invloed van Kollewijn, kregen we de spelling van Marchant (1934), daarna de Spellingwet-1947 en sedert 1969 ijveren sommige publicisten voor het 'eindelik' afschaffen van historische uitgangen. Zoals "hij prate" en de "vergadering aanvaarde"; van sentraaI, eksplisiet en sinteze. Van een gelijkstellen van ei met ij (bij de Psalmberijming van 1773 mochten die twee klinkers zelfs niet op elkaar rijmen!) en verwisseling van au en ou. Enz. : In Schotland wordt ons vaak gevraagd: is het 'Nederlands moeilijk te leren? Ons antwoord luidt dan: verschrikkelijk' moeilijk, de meeste Nederlanders kennen hun taal even slecht als de Schotten. En dat is duidelijk. Want Schotten willen om de dood geen Engelsen zijn.

Historie of ontwikkeling?
Onze vriend wijlen H.J. Jager placht zo mild te zeggen: de taal is een levend ding. Dat zei hij om te bemiddelen tussen een voortvarende huismoeder en een conservatieve huisvader.
Hij had gelijk natuurlijk. De taal kan niet stilstaan, ontwikkelt zich of wordt door ons ontwikkeld.
Wie middeleeuwse documenten tracht te lezen komt in een andere wereld terecht. Het oude raakt verouderd en raakt ons niet meer.
Aan de andere kant - want elke zaak heeft tenminste twee kanten geeft elk woord een band met de vaderen. Die vonden hun schrijfwijze ook niet met een natte vinger.
Voor hen zat, meer dan voor ons, de afkomst van elk woord, van elk woorddeel, in het totaal ingebakken.
Denk nu eens aan de oude Egyptenaren, die een betonnen basis onder onze cultuur legden. Ze vormden 'letters' uit beelden: een vliegende zwaluw vormde de V van Vogel. Een golvende rivier vormde een W van Water. Toegegeven: ook de Egyptenaren misten de tijd om hun correspondentie in aquarellen te blijven uitvoeren en gingen op een soort vlugschrift over. Maar, ze behielden zoveel mogelijk de band met het verleden.
Daarom. Wanneer vandaag stromingen zich aandienen om onze spreektaal, zelfs onze schrijftaal te moderniseren, moeten we weten of we meedoen, en hoever; of we weerstand bieden en hoever.
Want mensen die de bijbel kennen - in al zijn varianten van Willibrord tot Groot Nieuws, van Bijbelgenootschap tot Marie van der Zeijde beseffen, dat ze tot een behoudend element in een verloederende omgeving kunnen dienen. En zeker moeten gemakzuchtigen en dommen ons niet voorschrijven, hoe onze taal moet zijn. Dachten wij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief