Een structuur in de brieven van Paulus
1989-05-26
- Jaargang 33
- nummer 11
Pleidooi
Het hierna volgende wil een pleidooi zijn voor een wat ander accent dan wij over het algemeen gewend zijn te leggen bij het lezen van de brieven van Paulus. Meestal gaan wij ervan uit, dat de apostel Paulus zijn brieven in enen door geschreven of gedicteerd heeft, gedreven door de Heilige Geest en daardoor zonder veel aandacht voor de compositie van de verschillende onderdelen.
Toch zal duidelijk zijn, dat een zorgvuldige manier van schrijven evengoed een vrucht van de Geest mag zijn. Een verschil tussen de stijl van de brieven van Paulus en zijn manier van spreken blijkt uit 2 Cor. 10:10 "Want zijn brieven, zegt men, zijn wel gewichtig en krachtig, maar zijn persoonlijke verschijning is zwak en zijn spreken betekent niets." Dat is wel een uitspraak van mensen die niet zo veel met Paulus op hadden, maar een kern van waarheid zal er toch wel in aanwezig zijn.
Nadruk op zinsverband
Het andere accent bij het lezen van de brieven van Paulus, waarvoor ik in dit artikel pleit, bestaat in een veel sterkere nadruk op het zinsverband bij de uitleg van de afzonderlijke teksten. Paulus heeft vaak zelf aangegeven in welke richting de uitleg van zijn woorden gezocht moet worden.
En hij heeft dat gedaan door zijn brieven in de onderdelen - en misschien ook wel in het geheel een tamelijk aparte compositie mee te geven.
Voorbeeld
De eerste keer dat ik met die structuur geconfronteerd werd, was bij Galaten 6:11-17. Dat gedeelte bestaat uit zeven verzen die onderling een sterke samenhang vertonen.
Vers 14 in het midden bevat het centrum en het hoogtepunt: "Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus ... " De verzen 13 "Want zij, die zich laten besnijden ... " en 15 "Want besneden zijn of niet besneden zijn ... " geven beide een verklaring. De verzen 12 "Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen ... " en 16 "En allen, die zich naar de regel zullen richten, ... " zetten twee groepen tegenover elkaar. En in de verzen 11 "Ziet, met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijfi" en 17 "Overigens valle niemand mij lastig, want ik draag de littekenen van Jezus in mijn lichaam," spreekt Paulus over zichzelf. Alle onderdelen (ook 11 en 17) moeten gezien worden tegen de achtergrond van vers 14.
Vroegere ontdekking
Bij enig onderzoek heb ik twee boeken gevonden die de bovengenoemde structuur bespreken. Ze komen beide uit Rooms-Katholieke kring. Het éne is van de engelsman John Bligh. Hij bespreekt de brief aan de Galaten en verdeelt die brief in drie delen, die op hun beurt elk, ook weer in drie onderdelen verdeeld zijn. Elk van die delen heeft , een oplopend gedeelte, een top, en een aflopend deel. Bij hem hebben het oplopend en het aflopend gedeelte elk meer dan twee onderdelen, waarbij de onderdelen van de helling naar boven corresponderen met de onderdelen van de helling omlaag.
Daarnaast vond ik een boek van de fransman Amédée Brunot. Hij vond in de brieven van Paulus een schema A B A' waarbij B het hoogtepunt van de gedachte is en A' teruggrijpt op A. Dit schema vindt men, schrijft Brunot, algemeen in 1 en 2 Cor., Rom., Gal., Ef., Col. en in mindere mate in 1 en 2 Thess. en Filip. en het zou afwezig zijn in de Pastorale brieven (1 en 2 Tim. en Titus) en in Filemon.
Naar het beste weten van Brunot is dit schema het eerst beschreven door J. Weiss in zijn commentaar op 1 Corinthe uit het jaar 1910. Maar die ontdekking is ondergesneeuwd door de snippers waarin de aanhangers van de 'Literarkritik' de brieven van Paulus verdeelden en die ze naar believen verplaatsten of weggooiden.
Theorie
Zelf zou ik als beeld voor deze structuur in Paulus' brieven het liefst een heuvellandschap gebruiken, waarbij de ene heuvel direct na de andere komt of ook wel oprijst op de helling van een nog grotere heuvel. Het middelste, gedeelte van 'de heuvel' bevat de centrale gedachte die het voorafgaande en volgende beheerst.
De helling omhoog correspondeert met en geeft commentaar op de helling omlaag en andersom en bestaat volgens mij over het algemeen uit twee onderdelen, zodat de gehele 'heuvel' uit vijf onderdelen bestaat. Het eerste onderdeel correspondeert met het vijfde en het tweede met het vierde. Maar ook heuvels van drie onderdelen (zoals Brunot voorstelt) en met meer dan vijf onderdelen (zoals Bligh onderkent) komen voor.
Toepassing
Deze hele uiteenzetting staat of valt met de toepassing. Daarom heb ik een wat groter aantal voorbeelden opgevoerd uit verschillende brieven van Paulus. In totaal zijn het er tien (of twaalf) geworden van verschillende lengte; met hier en daar wat commentaar. "
A. Rom. 8:35;39.
1. vers 35A: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
2. vers 35B '+ 36: zeven voorbeelden van ellende die mensen meemaken.
3. vers 37: Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.
4. vers 38 + 39A: tien voorbeelden van machten buiten de mens.
5. vers 39B: ...ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.
B. 1.Cor 1:14-16.
1. vers 14A: Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb ...
2. vers 14B: ... dan Crispus en 'Gajus; 3. vers 15: zodat niemand kan zeggen, .dat gij in mijn naam gedoopt zijt.
4. vers 16A: Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; 5. vers 16B: verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb: Gezien de constructie van de verzen is het moeilijk vol te houden, dat Paulus in vers 14B vergeten zou zijn dat hij het gezin van Stefanas gedoopt had en dat hij zich dat in vers 16A herinnert. Hij wilde voor en na vers 15 mensen noemen die door hem gedoopt waren. En wellicht was Stefanas er beter tegen bestand later genoemd te worden. Paulus maakt dat later noemen trouwens goed door aan het eind van de brief het huis van Stefanas in zeer positieve zin te noemen (1 Cor. 16:15-16).
C. Col. 4:7-9.
1. vers 7A: Van al mijn omstandigheden zal u op de hoogte brengen.
2. vers 7B: Tychicus, mijn geliefde broeder en getrouwe die naar en mededienstknecht in de Here.
3. vers 8: Ik heb hem juist daarom tot u gezonden, dat gij zoudt vernemen, hoe het met ons staat en dat hij uw hart vertrooste, 4. vers 9A: samen met Onesimus, mijn. getrouwe en geliefde broeder, die een der uwen is; 5. vers 98: Zij zullen u van alle omstandigheden hier op de hoogte brengen.
In dit gedeelte zit bovendien nog een heel aparte afwisseling van mij en u. In 7A mijn - u; in 78 mijn medewerker; in 8 ik - u en gij ons; in 9A een der uwen; in 98 u hier (bij mij).
D. 2. Tim. 1:15-18.
1. vers 15: Dit weet gij, dat allen in Asia zich van mij hebben afgekeerd, onder anderen Fygelus en Hermoneges.
2. vers. 16A: De Here bewijze barmhartigheid aan het huis van Onesiforus.
3. vers 168 + 17: daar hij mij dikwijls heeft verkwikt en zich voor mijn ketenen niet heeft geschaamd. Integendeel, toen hij te Rome gekomen was, heeft hij mij ijverig gezocht en mij ook gevonden; 4. vers 18A: de Here geve hem, dat hij barmhartigheid bij de Here vinde op die dag 5. vers 188: en hoevele goede dienst hij te Efeze bewezenheeft, weet gij zelf het best.
In dit gedeelte staan Asia (15) en Efeze in Asia (188) tegenover Rome (17). De verzen 168 en 17 vormen een kleine heuvel: twee werkwoordsvormen voor "toen hij te Rome gekomen was" en twee erna.
E. 1. Tim. 1:12-17.
1. vers 12: Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht; heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, 2. vers 13 + 14: hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger. en een geweldenaar was. Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik... .
3. vers 15A: Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, 4. vers 15B + 16: onder welke ik een eerste plaats inneem. Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, (op)dat Jezus Christus ...
5. vers 17: De Koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid!
Amen.
F. Rom. 14:13-23.
1. vers 13: Laten wij dan niet langer elkander oordelen, maar komt liever tot dit oordeel: uw broeder geen aanstoot of ergernis geven.
2. vers 14 + 15A: Ik weet en ben overtuigd in de Here Jezus" dat niets uit zichzelf onrein is; alleen voor hem, die iets onrein acht, is het onrein. Want indien uw broeder door iets, dat gij eet gegriefd wordt, wandelt gij niet meer naar de eis der liefde.
3. vers. 15B-20A: 3.1 vers 158: breng niet door uw eten hem ten verderve, voor wie, Christus gestorven is.
3.2 vers 16: Laat van het goede, dat gij hebt, geen kwaad gezegd kunnen worden.
3.3 vers 17 + 18: Want het koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de heilige Geest. Want wie door deze Geest een dienstknecht is van Christus, is welgevallig bij .God, en in achting bij de mensen.
.3.4 vers 19: Zo laten wij dan najagen hetgeen de vrede en de onderlinge opbouw bevordert.
3.5 vers 20A: 8reek niet ter wille van spijs het werk Gods af.
4. vers 20B + 21: Alles is wel rein, maar het is verkeerd voor een mens, als hij door zijn eten tot aanstoot is. Het is goed geen vlees te eten of wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot.
5. vers 22 + 23: ...Zalig is hij die zich geen verwijten maakt (= oordeelt) bij hetgeen hij goed acht ...
In Rom. 14:13-23 vinden we dus een heuvel met in het centrum een tweede heuvel. In het volgende gedeelte vinden we twee ondergeschikte heuvels, in de onderdelen 2 en 4. De ondergeschikte heuvels lopen daar parallel aan elkaar.
(wordt vervolgd.)