Christelijke kunst en de toekomst (3)
1988-01-15
De Apocalyptiek- Jaargang 32
- nummer 2
Het woord 'apocalyptiek' is afgeleid van een Grieks werkwoord, dat onthullen betekent, ontsluieren, openbaar maken.
Als wij spreken over de apocalyptiek, bedoelen wij de erfenis uit de loop der eeuwen, die zich met goddelijke openbaringen en visioenen hebben beziggehouden, Datis een schat aan materiaal.
Kenmerkend voor de apocalyptische literatuur en apocalyptische kunst is dat het (1e) gaat om het openbaar maken van iets dat verborgen is.
... Want er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden en verborgen of het zal bekend worden (Matth. 10:26; Luc. 12:2).
... Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. (Rom. 1:18-19).
Inde tweede plaats (2e) gaat het om een aanduiding dat het de openbaring is van het goddelijke heil.
Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: - Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderen geopenbaard.
Tlvlatth, 11:25-27; Luc. 10: 21-22). Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren.
(Phil. 3: 15).
En in de derde plaats (3e) gaat het om de openbaring van de toekomst in eschatologische zin.
In Lucas 17 wordt gesproken over de dag van de Zoon des Mensen (vers 30). Vgl. ook Matth. 24.
Paulus zegt in de brief aan de Romeinen: Want ik ben er zeker van dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden. (Rom. 8:18) Vgl. ook 2 Thess. 2:1-4.
In de apocalyptiek hebben wij met een gedachtenwereld te maken die betrekking heeft op het einde der wereld. Het is een van God aan mensen doorgegeven openbaring, die in de vorm van de voorzegde, voorspellende profetie zich doelbewust richt op de voleinding der wereld, op de komst van het Koninkrijk Gods, door de nadruk te leggen op het feit dat deze tijd (de tegenwoordige eeuw) voorbijgaat en wankelt, en dat de toekomst (de toekomende eeuw) wordt ingeluid en naderbij komt.
Merkwaardig is dat wij in de Bijbel, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament steeds weer voorbeelden aantreffen van apocalyptische spiritualiteit.
Merkwaardig, omdat wij doorgaans alleen het allerlaatste Bijbelboek, de Openbaring van Johannes voor de apocalyptiek bij uitstek plegen te houden.
Het is niet ongebruikelijk om te onderscheiden tussen Joodse, Oud-Christelijke, Middeleeuwse en Latere Apocalyptiek.
Het wezenlijke onderscheid echter gaat om de vraag of het ware of onware, zuivere of onzuivere, goddelijke of menselijke heilsverwachtingen zijn.
De apocalyptiek kent bepaalde overeenkomstige trekken en werkt vaak met steeds weer terugkerende beelden of beeldspraak.
Vaak treedt geheimzinnig spraakgebruik op de voorgrond, wordt gebruik gemaakt van allegorische zinnebeelden, is sprake van een voorliefde voor mythologisering. Soms is een neiging tot zwaarmoedige, pessimistisch aandoende geschiedenisbeschouwing op te merken. Veelvuldig wordt gebruik gemaakt van heilige getallen en kosmologische beschouwingen.
Ook komt men veel de leer der twee eeuwen tegen: de tegenwoordige en de toekomende eeuw. Het katastrofale wereldeinde, ontzettende natuurrampen en goddelijke gerichtshandelingen spelen evenzeer een grote rol. Apocalyptische teksten vinden wij in bepaalde Bijbelboeken, maar ook in hoofdstukken van Bijbelboeken die overigens niet apocalyptisch zijn. En tenslotte vinden we apocalyptische aanduidingen of toespelingen in Bijbelgedeelten, die als het ware naar elkaar verwijzen en op deze wijze een bepaald genre vormen. In ieder geval is het opmerkelijk dat een apocalyptische wereldbeschouwing door de gehele Bijbel heen in feite permanent aanwezig is, en dat dit perspektief niet is voorbehouden aan een specifiek Bijbelboek, zoals de Openbaring van Johannes.
In het Oude Testament vinden we apocalyptische teksten in de hoofdstukken 24 t/m 27 van Jesaja, waarin o.a. wordt gesproken over het goddelijk gericht over de aarde, over de verlossing en het heil voor de volken en over de verlossing van Israël. Ook hoofdstuk 33 t/m 35 is apocalyptisch van strekking, waarin het Messiaanse Rijk wordt aangeduid en de uitredding van Jeruzalem.
Verder is te noemen uit Ezechiël de hoofdstukken 38 en 39, over de overwinning op Gog, de grootvorst van Nesech en Tubal. Hoofdstuk 3 van de profeet Joël is duidelijk apocalyptisch van strekking, evenals de hoofdstukken 9 t/m 14 uit Zacharias, waarin het gaat over de zege van Sion, de verwoesting van Libanon en Baran, de twee herders, de bevrijding van Jeruzalem, de uitroeiïng van de valse profeten en het koningschap van De Here God. Vooral het boek Daniël staat historisch gezien bekend als apocalyptische literatuur, en men rekent dit boek dan ook tot een der oudste en allereerste voorbeelden.
Misschien is het goed om iets te citeren uit hoofdstuk 12 van Daniël, om inzicht te krijgen in de apocalyptische strekking ervan.
In die tijd zal Michaël, de aartsengel opstaan, die de kinderen van uw volk beschut. Het zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er nog nooit geweest is tot die dag, sinds er volken bestaan.
Maar uw volk zal in die tijd worden gered: allen, die staan opgetekend in het boek. Dan zullen de velen die in het stof der aarde slapen, ontwaken: dezen ten eeuwigen leven, anderen tot smaad en eeuwige schande.
De vromen (= verstandigen) zullen schitteren als het licht aan de hemel, èn (zij) die velen tot gerechtigheid (= geloof) hebben gebracht, als de sterren voor eeuwig en immer!
... Maar gij, Daniël, moet de woorden die uitgesproken zijn geheim houden en het boek verzegelen tot het einde er tijden. Velen zullen er naar blijven zoeken, en de kennis zal (daardoor) vermeerderen.
... Ik hoorde het wel, maar begreep het niet. Daarom zei ik: Mijn Heer, waarop zullen al deze dingen tenslotte uitlopen? Toen zei hij: Daniël, ga heen, want wat gezegd is blijft geheim en verborgen tot het einde der tijden.
Velen zullen zich laten reinigen, zuiveren en louteren, maar de goddelozen zullen kwaad blijven doen: geen der goddelozen zal het begrijpen, maar de gelovigen (= verstandigen) zullen het wèl verstaan.
Het slotvers van het boek Daniël luidt als volgt: Maar gij, gaat rustig het einde der tijden tegemoet. Gij zult rusten en opstaan tot uw bestemming aan het einde der dagen! (Canisius vertaling).
Men zou van de Apocalyptische schrijvers kunnen zeggen dat zij de profetische lijn van het Oude Testament voortzetten en dat in hun werken de messiaanse heilsverwachting levendig bewaard wordt. Sterker gezegd: de Apocalyptici zijn als wegbereiders te beschouwen van Christus' wederkomst en als zodanig zijn zij een baken in onze huidige geestelijke strijd, een hoopvol houvast in een ontredderd tijdvak waarin alle geestelijke waarden ondersteboven worden gekeerd en de duivel als een briesende leeuw rondwaart om al wie niet geestelijk stevig genoeg in de schoenen staat te verslinden.
In ieder geval is het zo, dat de kerk der eeuwen deze schat aan Apocalyptische literatuur heeft bewaard voor het nageslacht, en dat bij de verklaring van het Nieuwe Testament deze heilsverwachting vanuit de Apocalyptiek niet gemist kan worden. Want de inhoud van het christelijk geloof wordt daarin geactualiseerd. De waarachtige (= bijbelse) en volledige apocalyptiek moet in feite door de Kerk gepredikt worden, maar is vele malen in de geschiedenisom wat voor redenen dan ook - op de achtergrond geraakt. Ook vandaag is dat helaas het geval.
Onder christenen heerst in de meeste kerken géén levende toekomstverwachting.
Sterker gezegd: zonder de kracht van de apocalyptische heilsvisioenen zijn wij m.i. niet langer opgewassen tegen de huidige druk der omstandigheden, en dienen wij ons leven vanuit diezelfde heilsverwachting opnieuw vorm en richting te geven. Wij moeten (weer) vanuit de Apocalyptische heilsfeiten gaan leven!
Het is waar dat de vrees voor het overweldigende van het laatste oordeel voor vele mensen een veroordeling kan betekenen, en dat de heimelijke vrees voor Christus' gestrengheid er dikwijls toe heeft geleid dat de onnoemelijke en weerzinwekkende verschrikkingen in alle breedte en volle kleuren - met name in de laat Middeleeuwse kunst - werden uitgemeten, zodat van de positieve en schriftuurlijke verwachting van de jongste dag niet veel meer overbleef.
Toch moeten wij op grond van het Bijbelse getuigenis concluderen dat de gedachte aan het oordeel weliswaar voor booswichten en godloochenaars een verschrikking is, maar dat het heel wenselijk en troostvol is voor de gelovigen die standhouden en uitverkoren zijn.
De waarachtig gelovigen die kinderen van God zijn, verwachten de jongste dag met blijmoedigheid in het hart.
(Vgl. art. 37 van de NGB).
Bezien wij de christelijke kunst vanuit het hier weergegeven geloofsperspektief, dan geldt zonder twijfel dat het thema van de Apocalypse de gehele kunstgeschiedenis door een geliefkoosd onderwerp geweest is, dat tot de verbeelding van vele kunstenaars heeft gesproken.
De onderwerpen die in de apocalyptische kunst aan de orde komen, keren steeds weer terug en behandelen onder andere:
1) het verschijnen van de Mensenzoon
2) de vier (apocalyptische) ruiters
3) de brieven aan de Klein-Aziatische kerken
4) de zeven bazuinen
5) het troonzaal-visioen
Als afzonderlijke motieven uit de Apocalypse kunnen genoemd worden:
1) het alpha en omega motief (symbool van de eeuwige logos)
2) het Christus in de troonzaal motief
3) de aanbidding van het Lam Gods
4) Christus met de sikkel in de hand, op een wolk
5) Maria met de Zon bekleed, de Maan onder haar voeten, en getooid met een kroon van twaalf sterren.
6) het Boek des Levens Toch is het zo, dat de Apocalypse meer in de belangstelling stond en meer tot de verbeelding sprak in tijden van geloofsafval, crises en geloofsvervolgingen, dan in de grote bloeiperioden van de christelijke cultuur. Misschien is dat ook wel aannemelijk. Want het centrum van alle apocalyptische voorstellingen is gelegen in de overgang van de tegenwoordige (ellendige) toestand naar de toekomstige (heerlijke) toestand. Het gaat er niet zozeer om dat twee polen diametraal tegenover elkaar staan, te weten: Gods heiligheid tegenover de menselijke zonde. Het gaat er veeleer om dat deze tegenstelling in een historisch en dynamisch perspektief staat, waarin gelovigen zowel als ongelovigen actief betrokken worden en voor een dwingende keuze worden gesteld. Inhet licht van de Apocalypse is het immers niet voldoende om te belijden daî'Christus Heer is van de schepping en dat wij in God geloven. Want in Openbaringen 21 staat geschreven dat degene die zal overwinnen Gods heerlijkheid zal beërven.