Een volk wijst de zegen af
2008-02-01
Ontmoeting- Jaargang 52
- nummer 3
Het maakt een groot verschil of je de dingen op weg naar het nieuwe Jeruzalem beleeft met of zonder God. Kun je daar wat over zeggen in het licht van de afgelopen tijd?
Bezinning vanuit de Bijbel
• Lees Numeri 13 en 14. Herinner je dat het volk Israël als gezegende mensen klaarstaat voor vertrek naar het beloofde land. Nu moeten 12 vertegenwoordigers van het volk het land verkennen wat straks in bezit genomen mag worden. Want dàt ze het zullen krijgen staat vast (13:2).
Na 40 (!) dagen keren ze terug, en 10 van de 12 ontmoedigen het volk: Het is een prachtig land, maar niet voor ons! Hoe komen ze tot die conclusie?
Waar loopt het uiteindelijk op uit? (14:3-4) De stemming is gezet, indringende woorden van anderen (14: 5-10) helpen niet meer.
Ken je manieren en voorbeelden, dat ook wij vandaag de neiging kunnen hebben om Gods daden van bevrijding terug te willen draaien? Hoe zou je die irritante neiging te lijf kunnen gaan?
• Bijna waren Mozes en Aäron, Jozua en Kaleb gestenigd, maar de HERE treedt tussenbeide. Hij laat merken dat Hij zich op zijn hart getrapt voelt. Hij heeft het helemaal gehad met Israël en wil zijn volk vervangen door een nieuw, het nageslacht van Mozes. (14:11-12) Waarom is de HERE God zo verschrikkelijk gekwetst? Is de opstelling van zijn volk een verrassing voor Hem? En is deze reactie van de HERE typisch oudtestamentisch, of zouden we Hem zo in de toekomst ook nog wel eens tegen kunnen komen? Denk aan het betoog van Paulus in Romeinen 9 t/m 11!
• Nu treedt Mozes tussenbeide, tussen de HERE en zijn volk. Hij doet een hartstochtelijk beroep op God ten gunste van zijn volk (vgl. Deut. 9).
Niet door Israël goed te praten. Hij hanteert heel andere argumenten om de HERE op andere gedachten te brengen. Waarop loopt zijn appèl uit? Hoe zou een dergelijk gebed met het oog op onze situatie als christenen in West-Europa kunnen klinken? Probeer dat samen te verwoorden.
Slot
Zing enkele verzen uit Psalm 78 en 80, en bid samen het gebed, zoals jullie dat eerder in de bespreking verwoord hebben. Denk daarbij aan Hebreeën 3:1 en 4:16.
| Niet worden gelijk hun vaderen… Er kan nog wel eens heel kritisch gekeken worden naar jongeren. Zeker ook binnen de kerk. ‘Je moet er toch niet aan denken dat zij over een jaar of twintig de dragende delen van de kerk zijn. Dan moeten ze toch nog heel wat leren…’ Wie de Bijbel kent weet dat je daarin ook heel andere woorden kunt lezen. Bijvoorbeeld in de veel geciteerde Psalm 78. Tenminste, de eerste zeven verzen. Het minder vaak aangehaalde vers 8 spreekt boekdelen. Want dat zegt dat het vertellen van de grote daden van de HERE aan een volgende generatie ertoe moet leiden, dat deze jongeren niet zullen worden ‘gelijk hun vaderen’. Want die oudere generatie gaf nu niet bepaald het beste voorbeeld in het dienen van God. Kijk bijvoorbeeld maar naar Numeri 13 en 14. |