Informatie over de Ned. Geref. Kerken

1989-06-09
  • Jaargang 33
  • nummer 12
N.a.v. Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde kerken1989, onder redactie van ds. K.H. de Groot, 216 blz., f 13,90; uitg. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam.

Enkele gegevens
In het onlangs verschenen Informatieboekje 1989 geeft ds. K.H. de Groot tal van inlichtingen over het wel en wee van onze kerken.
Eerst een paar cijfers. Het aantal leden bleef constant. Op 1 jan. 1988 29693 leden, op 1 jan. 1989 29684.
Het aantal belijdende leden bleef precies gelijk 18441. Het aantal predikanten steeg van 68 naar 73.
Uit andere kerken kwamen 390 leden over, terwijl 456 ons verlieten.
Het meeste grensverkeer was er met de geref. kerken (syn.). Er kwamen 129 leden over, er gingen 125 heen. Van de chr. ger. kerken kwamen 89 leden, naar hen gingen 90 leden. Uit de vrijg. ger. kerken kwamen 44 leden, terwijl 54 ons verlieten.
Er blijkt weinig grensverkeer met vrije groepen en pinkstergroepen te zijn.
Men kan nu wel heel tevreden constateren, dat ons ledental, in tegenstelling met veel andere kerken, niet achteruit gaat, maar het blijft toch een trieste zaak, dat ook de werfkracht van onze kerken maar klein is. Via evangelisatie traden slechts 25 mensen toe.
Na de inleiding gaat de schrijver over op de gemeenten en wat daar plaatsvindt. In de plaatselijke kerk immers klopt het hart van de gemeente.
Over het algemeen ging het werk in de plaatselijke gemeenten gewoon verder zonder al te grote veranderingen. Gelukkig, zo merkt ds. De Groot op, want het is heel belangrijk, dat het gemeenteleven zich rustig kan ontplooien.

Meningsverschillen
Wel kunnen hier en daar verschillen van opvatting geconstateerd worden.
Zo bestaat er verschil van mening over de toelating van de vrouw tot het diakenambt. De een is voor toelating van de zusters tot alle ambten, de ander wil het beperken tot het diakenambt, de derde is er beslist tegen.
Verschil van inzicht is er ook over de opleiding tot de dienst des Woords.
De een is voor Apeldoorn, de ander voor het Seminarie, de derde voor een studie aan een Universiteit.
Verschil van mening is er ook over de vraag of kinderen aan het Avondmaal toegelaten mogen worden, terwijl eveneens over kindernevendiensten niet gelijk gedacht wordt.
Tenslotte wil ik nog noemen de onlangs gevoerde discussie over de vraag, of geringe traditiegebondenheid een kenmerk van onze kerken is. Het komt mij voor, dat dit van kerk tot kerk verschillend is. Overigens is traditiegebondenheid op zich noch een goede, noch een kwade zaak. Het hangt er maar vanaf of de tradities al dan niet goed zijn.
Terecht wijst ds. De Groot erop, dat deze zaken kunnen gaan werken als een splijtzwam. We hebben echter wel iets geleerd na en door verschillende kerkscheuringen, zo meent hij. Die les is duur betaald, maar het besef is levend, dat wij elkaar moeten vasthouden en niet afstoten. Het is nodig, dat wij over al zulke zaken doorspreken.
Ik ben het daar wel mee eens, maar zou toch willen waarschuwen, dat we die meningsverschillen niet moeten overschatten. Meningsverschillen in de kerk zijn een normaal op zich niet verontrustend verschijnsel, mits we maar allen beseffen, dat we elkaar moeten vasthouden. Zodra die gedachte zwakker wordt, neemt de neiging toe meningsverschil en op te blazen tot leergeschillen. De geschiedenis toont aan, dat het dan mis gaat.
Elkaar vasthouden en aanvaarden is onmisbare voorwaarde voor het bestaan en voortbestaan van de kerken.

De Vrouw in het ambt
Over de vraag, of onze zusters als diaken in de kerk moeten worden toegelaten is al in meerdere landelijke vergaderingen gesproken zonder dat men tot overeenstemming kon komen.
Niet zo vreemd als men de kerkhistorie beziet. Over de toelating van de vrouw tot het diakenambt wordt al eeuwenlang verschillend gedacht.
Er is al verschil van mening over de vraag, of in het Nieuwe Testament sprake is van vrouwelijke diakenen.
Wel is zeker, dat men in de eerste.
eeuwen in de kerk diakonessen gekend heeft. De diakones verdween echter spoorloos. Na de Reformatie hebben Calvijn en anderen weer gepleit voor het aanstellen van diakonessen.
Het convent van Wezel, feitelijk de eerste synode na de Reformatie, sprak uit, dat in de gereformeerde kerken diakonessen kunnen worden ingeschakeld (1568). De synode van Middelburg (1581) sprak zich negatiever uit en wilde slechts in uitzonderlijke situaties diakonessen zien optreden.
In de Dordtse Kerkenordening kwamen geen diakonessen voor. Toch zijn hier en daar in de gereformeerde kerken wel diakonessen geweest, bv. in Amsterdam. Ook later werden steeds weer pleidooien voor diakonessen gevoerd. De laatstgehouden Landelijke Vergadering heeft nu een commissie benoemd om ook te letten op wat in andere kerken, zowel in binnen- als buitenland over dit vraagstuk is gepubliceerd. Als deze commissie haar werk serieus gaat verrichten gaat dat vele jaren kosten. Ik vrees, dat ze ook dan er niet uit zal komen.

Theologische Opleiding
Ten aanzien van de theologische opleiding geeft ds. De Groot nogal veel aandacht aan het seminarium, waaraan hijzelf les geeft. Van de 22 mannelijke studenten (er zijn ook nog 4 vrouwelijke) studeren er echter maar 4 aan het seminarium.
Onze kerken hadden ook geadviseerd bij de opleiding voor Apeldoorn te kiezen. Daar studeren echter in Apeldoorn maar 6 studenten, 6 in Utrecht en 6 elders. Het is wel jammer, dat men zo verspreid studeert.
Gelukkig nemen de meeste studenten wel deel aan de Theologische Studiebegeleiding van eigen kerken. Dat is een goede zaak.
Al beaam ik de uitspraak van wijlen prof. Veenhof,. dat predikanten als het enigszins mogelijk is een universitaire, althans een wetenschappelijke opleiding moeten volgen, toch meen ik, dat we ook dit verschil van mening van elkaar moeten kunnen verdragen.

Kerkrechtelijke verschillen
Ook kerkrechtelijk lopen we niet allen in hetzelfde spoor. De meeste kerken hebben het akkoord van kerkelijk samenleven aanvaard. In dit akkoord is getracht, met vermijden van de fouten van vroeger, toch de hoofdlijnen van het gereformeerde kerkrecht te handhaven.
Enkele kerken, blijkbaar altijd nog vuurbang voor hiërarchie (niet helemaal onbegrijpelijk) hebben dit akkoord niet aanvaard. Toch begeren deze kerken bij de ned.ger.kerken te blijven. Uitgesproken is; dat dit geen verschil van oorzaak van breuk of verwijdering tussen gemeenten mag zijn, die één zijn in geloof en belijden.
Aan de kerken, die het akkoord niet tekenden is gevraagd toch zoveel mogelijk zich te richten naar hetgeen met de meeste stemmen wordt goedgevonden en ook medewerking te verlenen aan de gemeenschappelijke vergaderingen.
Men mag het jammer vinden, dat er op dit gebied enig verschil van mening is, belangrijker is dat we elkaar ondanks die verschillen toch vasthouden, omdat we één zijn in geloof en belijden.

Het eigene van de Ned. Ger. Kerken
Wij zijn, zo merkt ds. De Groot terecht op buiten het verband van vrijgemaakte kerken komen te staan, omdat we gereformeerd wilden blijven. Het ging er juist om gereformeerd te blijven in een juiste waardering en handhaving van de Schrift, de belijdenis en de kerkenorde.
Het ging tegen het confessionalisme en het misbruik van de kerkenorde.
Dat is het eigene van de Nederlands Gereformeerde Kerken en daar willen wij bij blijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief