Pastorale notitie
1989-06-23
"Broeders en zusters"- Jaargang 33
- nummer 13
U kent natuurlijk de gestileerde figuurtjes waarmee op de deuren van, toiletten wordt aangeduid voor welk geslacht zij toegankelijk zijn.
Naar de huidige mode gerekend raken ze wat uit de tijd. Het staat namelijk niet langer vast dat een figuur in pantalon een mannelijk wezen is en in onze multiraciale samenleving wordt ook een jurk of rok min of meer tweeslachtig.
Ik voorzie dus problemen. In de binnenhuisarchitectuur is men daar al langer mee bezig. Ontwerpers sloven zich blijkbaar uit om betere figuurtjes te bedenken, maar het blijft tobben. De moeilijkheid is dat ze bij eerste aanblik duidelijkheid moeten verschaffen inzake c!e vraag voor welk geslacht de toegang open staat, omdat wij doorgaans een dergelijke ruimte betreden in een toestand waarin de tijd voor zorgvuldige bestudering ontbreekt.
In Friesland bezocht ik het onderaardse van een openbaar gebouw waar de poppetjes eenvoudig vervangen waren door de aanduiding 'mannen' en 'vrouwen', maar dan in het fries. Ik trof er een jongetje aan dat met gekruiste beentjes angstig omhoog stond te kijken naar de vreemde woorden. Gelukkig voor hem ontwaakte terstond de herder in mij en kon ik hem de goede deur wijzen. Achteraf vraag ik mij wel af, of het wel een jongetje was en ook van mijn vertaling van het fries ben ik niet geheel zeker, maar misschien heffe'; hier twee vergissingen elkaar op.
De aanloop is wat lang, maar nu kom ik tot mijn onderwerp. Uit een opmerking in een artikel van dr. Okke Jager maak ik op ,dat er ergens een kerk is waar men de moeilijkheid radicaal heeft opgelost. De deuren van de toiletten zijn er voorzien van de aanduidingen 'broeders' en 'zusters' te meer dan één opzicht vind ik dit een fraaie oplossing.
Die beide deuren bewaren iets dat mij dierbaar is. Ik meen namelijk te merken dat er ook onder ons een zekere gêne ontstaat voor de uitdrukking 'broeders en zusters'. Zo kerkte ik onlangs ergens waar een ouderling de gemeente begroette met de woorden "Goedemorgen allemaal". Het klonk wel hartelijk maar niet beleefd.
Bij een andere gelegenheid sprak een ouderling de gemeente aan met "Dames en heren". Dat klonk wel beleefd, maar niet hartelijk. Gelukkig zette in beide, gevallen de dominee de zaak recht door terstond na het aanhechten van de halsband te groeten met de woorden "Goede morgen, broeders en zusters". Dat klonk niet slechts hartelijk en beleefd maar het had ook dat wat je nergens vindt dan in de kerk. Ik zou het betreuren als wij de aanspraak 'broeders en zusters' kwijt zouden raken. Er zit precies dat unieke in dat je nergens anders aantreft. Het reikt ver boven onze liefde uit, ook ver boven onze sympathie en antipathie, en boven het elkaar 'aardig vinden. Het wijst naar een Ander, die ons heel dicht bij elkaar brengt of wij dat nu op prijs stellen of niet.
Daar vraagt Hij niet naar.
Laten we daarom in de kerk een beetje zuinig zijn op zo’n aanspraak.
Nu de liefde overal verkilt - je hoort de kou in die woorden! - hebben we de warmte van die woorden hard nodig. Tot op de toiletdeuren aan toe?
Nou nee, toch maar niet. Daarop maar gewoon een poppetje.
Of twee poppetjes.
Want ik heb de indruk dat we veel kerkgebouwen hebben die maar één toilet rijk zijn.