Cynisme (3-slot)
1989-06-23
- Jaargang 33
- nummer 13
4. De alternatieven voor cynisme
De cynische levensbeschouwing ontkent de goede dingen in het leven en zegt dat ze alleen maar iets aan de buitenkant zijn, iets voorbijgaands. De cynicus meent dat hij de tijd aan zijn kant heeft: "Wacht maar eens af of ik geen gelijk krijg.
Al heb je ook nog zulke grootse verwachtingen, al is het heden ook nóg zo opwindend, mettertijd zal je hoop vervliegen, en blijf je zitten met één brok ontgoocheling ! Als de waarheid écht aan het licht komt, als er weer een 'lelijke aap uit de mouw komt', dan zit je met de brokken.
Dan voel je de pijn."
Blijvend!
Wie in de waarheid van de ,Bijbel gelooft vindt daar allerlei argumenten om tegen deze gedachtengang in te gaan omdat het cynisme de tijd als bondgenoot meent te hebben, kies ik - uit de vele mogelijke invalshoeken - er een paar die zeggen dat de tand des tijds die juist onáángetast laat. Ze zullen de tijd trotseren; de tijd zal ze nïet doen verdwijnen, maar de betrouwbaarheid ervan juist glorieus bevestigen. De eerste tekst vinden we aan het , einde van 1 Korintiërs 13: "Zo blijven dan: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde". (vers 13) Naar ik geloof, kan men die uitspraak toepassen op alle drie niveaus die we eerder besproken hebben. Pas het toe op het metafysische niveau, waar de cynicus zegt: "Ik kan het wezen der dingen ontwaren en ze deugen niet. Ik zie waar de weg heenleidt en er is daar alleen maar duisternis. God is er niet, en als Hij er wel is, is Hij volstrekt onverschillig, heeft Hij niets met ons van doen."
De christen moet daarop ingaan met te zeggen: "Ik geef toe, er is veel boosheid en kwaad in de wereld; de wereld zit vaak verdorven in elkaar.
Inderdáád, er lijkt zoveel zinloos lijden te zijn." Dat kunnen we immers niet ontkennen!. Maar de christen moet eraan toevoegen: "Maar wfj zijn niet alwetend. We weten niet genóeg om een goede God uit zijn wereld te bannen. God leeft en Hij heeft in deze wereld nog steeds macht. Geloven houdt in dat je je vertrouwen stelt in deze God en in zijn goedheid."
Dan lees ik in Hebreeën 11 vers 6: "Maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor “wie Hem emstig zoeken.” Hij is eerlijk en goed. De Bijbel zegt niet dat we moeten verwachten dat de wereld er eerlijk en goed uitziet! De fout werd gemaakt door de vrienden van Job, die onophoudelijk , de lijdende Job onder vuur namen.
Ze meenden dat ook in deze wereld er geen losse einden waren, dat uiteindelijk er altijd evenwicht en harmonie moest blijken. Maar Job wist wel beter! De wereld, zoals hij die ervoer, was géén plaats van harmonie, er was geen steeds herkenbare ordening, aan alles zaten rafels en losse einden. Dat is de uitspraak van de Bijbel over het leven aan déze kant van het graf.
Maar uiteindelijk blijkt er wel een patróón, onder Godsbestel. Dat weten we door het geloof en daarop stellen wij in dat geloof ook ons vertrouwen. Dat is de manier waarop het geloof met het cynisme de strijd aanbindt. Dat is het geloof dat ons in een geheel andere richting doet kijken.
Hoop
Mag ik dan het begrip hoop toepassen op het niveau van de samenleving.
Een cynicus zal zeggen dat overal waar mensen bij elkaar zijn, de een de ander verslindt. En omdat dat nu eenmaal zo is, is het zinloos te streven naar een wezenlijke verandering in de situatie. Verandering van de samenleving is daarom het streven naar het onmogelijke! De christen zal daarop moeten reageren met te zeggen: "Je hebt gróót gelijk, als je zegt dat de staat van dienst van de mensheid op deze planeet niet erg imponerend is. Met name in onze eeuw hebben we maar weinig aanleiding, te geloven dat ethische vooruitgang zich vanzelf in de loop der tijden manifesteert."
"Maar", zal de christen vervolgen, "weten wij genoeg om de conclusie te wettigen dat de samenleving dus niet verbeteren kan?
Nee, dat weten we niet! We zijn niet in het bezit van alle kennis." In verleden en heden zijn bewijzen te vinden dat een wezenlijke verandering wel mogelijk is! Als mensen zich echt aaneensluiten, zich echt aan een taak zetten, dan kunnen een samenleving, en instellingen als bv. het huwelijk herkenbaar van vorm en inhoud veranderen. Christenen moeten 'zout' en 'licht' in de wereld zijn, dat maakt écht wat uitl God is in deze wereld aan het werk; Hij bouwt aan de mensengemeenschap mee. Hij wil dat we de weg van de gerechtigheid bewandelen.
Het valt inderdaad meer op, als een tv-evangelist het met een prostituee aanlegt dan als mensen in deze richting willen gaan; toch is dat laatste van veel groter belang. God werkt in en door mensen, die Zijn heil willen tonen, ook door verandering van de structuren der samenleving na te streven.
Liefde
Mag ik het begrip liefde toepassen op het niveau van de enkele mens, en ook op dat punt me tegen cynisme teweerstellen? De cynicus ziet door iemands ogenschijnlijke vriendelijkheid heen; hij ziet waar die ander op uit is, wat hij bij mij te, halen vindt. Als die ander hulpvaardig is, wil hij indruk maken. Als hij vragen stelt over een klus die moet worden gedaan, probeert hij er onder vandaan te komen. Steeds gaat de cynicus uit van de slechtst denkbare oogmerken. En de christen valt hem enerzijds bij: "We bedriegen onszelf veelvuldig. Het kwaad is diep in ons wezen doorgedrongen.
Toch, moet er worden bij gezegd, we zijn gemaakt naar Gods beeld.
Als we christen zijn, woont de Heilige Geest in ons leven, we zijn verlost en onze relatie met God is ánders geworden. Nog stééds weerspiegelen we Gods beeld, nog steeds is Gods kracht in ons aan. het werk.
We kunnen de ander niet genoeg doorgronden om zo'n vernietigende uitspraak over een medemens te doen. Natuurlijk kan een cynicus in sommige gevallen het bij het rechte eind hebben. Maar als hij zijn mening op iedereen toepast, dan heeft hij géén gelijk! Teveel dat óók waar is ontgaat hem; teveel dat waardevol is eveneens. Satan zat er in het geval van Job totaal náástl Hij keek niet scherper dan ieder ander, die wat van Job verwachtte. Jobs geloof begaf het niet, toen hij zijn geld kwijtraakte. Ook niet, toen hij zijn kinderen verloor of zijn gezondheid.
Zelfs niet toen hij een soort 'Godsverduistering' meemaakte. Zesendertig, hoofdstukken lang worstelt en discussieert Job met zijn vrienden terwijl God zwijgt. Maar Jobs geloof blijft intact, het is échtl De hele tijd heeft God echter gelijk in zijn inschatting van Jobs geloof.
In het laatste hoofdstuk spreekt God over "mijn knecht Job"; steeds opnieuw gebruikt Hij die term. In dit alles hamert de Here God erop dat niemand het stadium voorbij is om nog iets te verwachten. Jobs geloof is fier overeind gebleven. In de gigantische kosmische strijd blijkt Job een rechtvaardige, ondanks Satans ontkenning van zijn zuiverheid en integriteit. Hij suggereert dat hij, de Satan, uiteindelijk de mensheid beheerst, dat zijn macht zelfs zichtbaar wordt in het leven van hen die als voorvechters van Gods zaak gelden. Maar aan het eind komt Job overduidelijk als winnaar uit de bus.
De Satan heeft niet alleen onaangenaam, geniepig en beschuldigend gesproken; wat hij zei was onwaar. Het was ónwaarheid en arrogantie om zo'n uitspraak over een mens te doen. Denk ook eens aan de soms apert ónjuiste prognoses die zelfs erkende deskundigen doen betreffende het te verwachten gedrag van mensen. Stel daar eens naast de houding die de liefde toont. Dat gaat, bij het beoordelen van mensen, een confrontatie aan met het cynisme. We moeten naast elkaar gaan staan, in plaats van vanaf een hoger gelegen positie op anderen neer te kijken. We moeten met verdriet en rouwklacht het kapotte, de pijn en zonde van ons mensen onder ogen zien; hoe ánders is die houding, vergeleken met enige vorm van meerwaardigheidsbesef! Laten we eens lezen wat er staat in 1 Corinthiërs 13 vers 6 en 7: "Ze is niet blij over ongerechtigheid, maar zij is blij met de waarheid. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij." Is een groter tegenstelling met een cynische mensbeschouwing voor te stellen?
Net als een cynicus boort ook een mens die waarlijk liefheeft door de oppervlakte heen; maar daaronder ziet de liefde óók dingen die goed zijn of zich tot iets goeds kunnen ontwikkelen. De cynicus ziet alléén het kwade en besluit dat daarmee dan ook alles is gezegd. Liefde ziet echter méér: het goede en waardevolle dat in een mens kan schuilen.
Ze gelooft en ze hoopt alles. Denk maar eens aan iemand die om je geeft en zijn vertrouwen in je uitspreekt.
Wees ervan overtuigd dat die persoon dat niet blindelings doet, maar je steeds het voordeel van de twijfel gunt. Hoe ontmoedlgend is het daarentegen, als je moet samenwerken met iemand die zijn mening over jou al klaar heeft! Die weet wat je gaat zeggen, zodra je je mond opendoet. Zo iemand heeft je in je hoekje opgesloten, hij heeft je dóór, laat zich niet in de luren leggen.
Met zo iemand heb je hoogstens een tot wanhoop stemmende.
en vreselijke relatie! Zo'n contact wordt niet gekenmerkt door liefde.
Het gedeelte uit 1 Corinthiërs 13 zet een streep door iedere houding van cynisme en zelfbescherming. De liefde ziet, op creatieve wijze, waartoe mensen - ook pósitief - in staat zijn; naïviteit, blind vertrouwen maken er geen deel van uit. Zelfs te midden ven bederf ziet ze nog een zekere mate van goedheid, "hoezeer ook aangevochten". Dat is een uitspraak van de schrijver J.R.R. Tolkien: "Degene die liefheeft merkt in anderen aangevochten goedheid op." De liefde durft het risico aan om hóóp te koesteren!
De liefde is bereid teleurstellingen onder ogen te zien, om ontgoocheling te verdragen. De keerzijde van 'geloof' en 'hoop' is de noodzaak te verdragen dat ze kan worden gekwetst.
Dat moeten we wel beseffen.
Ons geloof en onze hoop kunnen ook bescháámd worden! Maar de liefde is bereid het risico te nemen. Als iemand je diep teleurstelt, reageert iemand die liefheeft niet met: "Akkoord, het is allemaal niet zo gegaan als ik had gehoopt, dus dat is voor eens en altijd." Veeleer lijkt die houding op iemand die een stapel hete borden vanaf een verhitte ketel van het fornuis of de kachel pakt. Je kunt met je handen een zekere verhitting verdragen, tot een bepaalde temperatuur. Daarna moet je de ketel wel snel neerzetten. Als je een stapel borden oppakt, die veel heter blijken dan je hebt verwacht, laat je ze vermoedelijk vallen. Zo is het ook met onze liefde: Als een bepaalde pijngrens, van wat we in ons liefhebben ervaren, wordt overschreden, laten we vaak degene die ons pijn doet vallen. Gods liefde echter kan binnen onze liefde onze tolerantiegrens enorm verhogen.
"Zo blijven dan: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde." (1 Cor. 13 vers 13) Ook nu weer zien we een frontale botsing tussen liefde en een cynische beschouwing. De cynicus zegt: "Allemaal luchtspiegelingen, illusies. Je gaat eronder door, als je ze koestert." Maar de Bijbel zegt: "Geloof, hoop en liefde zijn blijvend".
In de loop van de tijd blijven ze glorieus overeind, omdat er altijd geloof zal zijn, altijd mensen die hun vertrouwen stellen in Gods goedheid.
Het geloof is blijvend, zelfs door onze eigen dood heen draagt het ons het leven van de toekomende eeuw binnen. En de hoop zal blijven. We hopen in dit leven, maar we zullen eens in Gods aanwezigheid vertoeven; in deze definitieve staat waarin we zullen verkeren, zal er hoop zijn, steeds méér hoop zelfs.
Als we in Gods aanwezigheid verkeren, zal ons bestaan niet statisch zijn, geen eindeloze stilstand. Er zal steeds meer zijn om op te hopen.
Ook de liefde is er zo voor eeuwig.
De liefde zal glorieus alle verdachtmakingen van haar echtheid overleven, want ze komt voort uit het wezen van God zélf. De liefde is een blijvertje! Zo zegt Paulus, in 1 Corinthiërs 13 vers 8: "de liefde vergaat nimmermeer." Hij kan dat zeggen, omdat liefde ook geen begin heeft, omdat het startte in het vaderhart van God. Liefde is geen menselijke uitvinding of een produkt van menselijke cultuur; liefde heeft geen einde, omdat ze geen begin kent.
Liefde is onveranderlijker en onaantastbaarder dan ons zonnestelsel.
Ter afsluiting, wat we nodig hebben is de visie en de moed om uit de cocon, die zelfbescherming voor ons spint, te breken. We moeten de verzoeking weerstaan om slechts met spot en argwaan naar elkaar te kijken. We hebben behoefte aan liefde die de ander moed geeft. Dat betekent het werkwoord 'bemoedigen', dat je in een ander moed laat postvatten en laat groeien. We moeten in en bij elkaar de moed versterken. We moeten (h)erkennen dat .er in onszelf en in de wereld om ons heen veel kwaad en boosheid is. En we moeten ons geloof uitspreken dat Gód daar wat aan kan doen!
Wat schuilt er een enorm evenwicht in de woorden van de apostel Paulus, in 2 Corinthiërs 4: "In alles zijn we in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd doch niet verlaten; ter aarde geworpen doch niet verloren. Te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende ..." Paulus schrijft hoe het voelt, als zo een grote mate van lijden, frustratie en pijn op je weg komt. Als je in de wereld te maken krijgt met onrecht, verraad, en ontgoocheling.
Wat een wereld van ervaring van tragedie ligt achter deze woorden! En het gaat hier niet om holle retorlek.
Toch gaf Paulus de hoop niet op, vanwege de gruwelijkheid van deze wereld. Hij trok zich niet terug in een houding die hem tegen dit alles moest beschermen. Hij werd geen cynicus; integendeel, hij bond de strijd aan met de duisternis in hemzelf en om hem heen, en hij deed dat in de kracht van God. Denk je eens in wat een overwinning er schuilt in zijn woorden, die ik tot slot hier citeer: "Daarom, nu wij deze bediening hebben, die ons door barmhartigheid is toevertrouwd, verliezen wij de moed niet ..." (2 Corinthiërs 4 vers 1) Dat is een voorbeeld ook voor ons, om in deze eeuw vol cynische mensen de strijd aan te binden tegen dat cynisme.
We moeten, als ook wij Gods bediening ontvangen hebben, de moed niet verliezen, maar in Gods kracht.
verdergaan.