Persschouw
1989-06-23
Hitler en het christendom- Jaargang 33
- nummer 13
Onder deze titel reageert dr. A.A. Spijkerboer in 'Evangelisch Commentaar' (19/5) op uitlatingen van dr. L. de Jong dat Hitler tot op zekere hoogte toch de vrucht is van twintig eeuwen christendom. Dr.Spijkerboer constateert dat Hitler zelf niets geloofde" terwijl hij het kerkelijk verzet heeft weten te breken.
Ook constateert' hij dat De Jong zelf vertelt van mensen die vanuit flet christelijk geloof tegen Hitler kozen en in verzet gingen. Vervolgens gaat hij in op de argumenten van De Jong.
..(...)Wie zijn de talrijke Europese denkers die gepredikt hebben dat alle Joden van kant gemaakt moesten worden? Beriepen zij zich op het christelijk geloof? De geschiedenis van Europa, ook van het christelijk Europa, is 'rijk' aan antisemieten, en de geschiedenis van oost-Europa is 'rijk' aan pogroms, maar Hitler is de eerste geweest die het Joodse volk uit heeft willen roeien.
Het is voor mensen van onze tijd haast onvoorstelbaar, maar de middeleeuwers zagen Europa als één groot geheel waarin iedereen christen moest zijn.
Maar de middeleeuwers hebben altijd Joodse gemeenschappen in hun midden geduld. Waarom? Misschien om de eenvoudige reden dat ze er al waren toen de paus Karel de Grote in 800 tot keizer kroonde, en de opbouw van het grote christelijke rijk begon. Maar het is ondenkbaar dat de middeleeuwers gemeenschappen van bijvoorbeeld moslims in hun midden geduld zouden hebben.
Christelijke antisemieten hebben vaak opgeroepen tot verdrijving van de Joden. De pamfletten die Luther aan het einde van zijn leven schreef zijn daarvan een treurig voorbeeld.
Luther wil dat de Joden het geld teruggeven dat ze de Duitsers afhandig hebben gemaakt, en dan moeten ze het land uitgezet worden: Spanje, Frankrijk, Bohemen en andere landen, hebben het goede voorbeeld al gegeven.
Fichte (1762-1814) vindt dat de Joden geen burgerrechten kunnen krijgen, tenzij op één voorwaarde: 'hun allemaal in dezelfde nacht het hoofd afhakken en hun een nieuw hoofd geven waar geen enkele Joodse gedachte meer in zit. Om ons tegen hen te beschermen zie ik nog maar één middel: het beloofde land voor hen veroveren en hen er allemaal heen sturen.' Zag Fichte zichzelf als christen?
Nu is het wel zo dat je kunt oproepen tot verdrijving van de Joden in termen die nauwelijks anders gehoord kunnen worden dan als een oproep tot moord. Dat geldt voor Luther én voor Fichte, maar nog eens: hoeveel Europese denkers hebben dat gedaan, en kun je hen tot het christendom rekenen? Luther wél, bij Fichte lijkt het me zeer de vraag.
De Jong beroept zich verder op de catechese, die ten opzichte van de Joden altijd een 'catechese der verguizing' is geweest, zoals Jules lsaäc heeft gezegd. Maar heeft De Jong na kunnen gaan wat er in de loop der eeuwen bij het door de kerk aan de kinderen gegeven godsdienstonderwijs is gezegd? Ik herinner me nog, het moet in 1934 geweest zijn, dat ik op de christelijke lagere school voor het eerst iets over de Joden hoorde. De juffrouw zei dat ze Jezus gekruisigd hadden, en dat dat heel erg voor hen was. Ze kan er ook bij gezegd hebben dat de Joden daarom altijd moesten zwerven, want als ik aan die les terugdenk komt ook de gedachte in me op hoe erg het is om geen huis' te hebben.
De juffrouw verdient geen schoonheidsprijs voor wat ze de kinderen vertelde, maar er is geen sprake van dat zij de kinderen tegen de Joden ophitste. De indruk die haar les naliet was dat het allemaal heel erg was.
Het globale oordeel dat De Jong in navolging van Jules Isaäc over de catechese van de christelijke kerk uitspreekt is niet juist. Wat hij tegen de catechese aanvoert zal wel eens gezegd zijn, en heus wel meer dan eens, maar er zijn ook heel andere dingen gezegd, en met name in het gereformeerde protestantisme in Schotland, Engeland, Frankrijk, Zwitserland en Nederland hebben kinderen ook geleerd dat God nog een toekomst had voor Israël. Calvijn zegt in zijn Institutie over de Joden: 'En nog steeds moeten wij hen niet minachten, hoeveel rebellie we ook bij hen zien, en wij moeten hopen dat de goedheid van God nog steeds over hen is terwille van de belofte. Want Paulus getuigt dat die goedheid hen nooit zal verlaten, en zegt dat de gaven en de roeping van God onberouwelijk en onveranderlijk zijn.' (IV,16,14).
De Jong hoeft het van mij Calvijn niet na te zeggen, maar ik hoop dat hij met mij eens kan zijn dat het onmogelijk is Calvijn over de kling van het christelijke antisemitisme te jagen. Hij zal moeilijk kunnen ontkennen dat Calvijn het gereformeerde protestantisme eeuwenlang diepgaand heeft beïnvloed.
In de geschiedenis van de Christelijke kerk zijn vele zwarte bladzijden over de houding van de christenen ten opzichte van de Joden te vinden.
Maar wanneer De Jong zegt, dat het antisemitisme een' functie van het christendom is - en dat kan niets anders betekenen dan dat het christendom onherroepelijk tot antisemitisme leidt - kan hij ook dat niet waar maken. Het authentieke christendom is niet filosemitisch, en niet antisemitisch, maar respecteert dat God het Joodse, volk trouw is en trouw blijft. Dat authentieke, ' christendom is geen vondst van onze tijd want het is er alle eeuwen door geweest (...)" .
Dit stuk knipten wij uit het CENTRAAL WEEKBLAD waar het werd opgenomen in de rubriek INFORMATIEF. Wij onderschrijven van harte de treffende opmerkingen van Dr. Spijkerboer. Wat Dr. de Jong poneerde mocht niet onweersproken blijven, omdat het duidelijk op gespannen voet staat met de waarheid. Het blijkt, dat ook zeer bekwame historici zoals Dr. de Jong voor wie wij diep respekt koesteren moeten nagerekend worden.
Wij hebben zelf een strikt gereformeerde opvoeding genoten .. Terwijl mijn vader 25 jaar lang hoofdvertegenwoordiger geweest is in dienst van een puur Joodse firma en zo nu en dan geleden heeft onder praktijken in het zaken-doen van zijn superieuren heeft hem dit nooit verleid tot enige subtiele vorm van antisemitisme.
In zijn bejegening bouwde hij permanent een stuk eerbied in terwijl hij zich beriep op het woord van de Heiland, dat het heil uit de Joden is (Johannes 4: 22B). Op een bewonderenswaardige manier wist hij één-en andermaal een Joodse kollega door een zware razzia heen te loodsen met gevaar voor eigen leven. Hij heeft geholpen waar hij kon. Het effekt daarvan binnen het gezinsverband was uiteraard onloochenbaar. En het lag duidelijk in het verlengde van wat wij in de prediking in de kerk hoorden,) in het katechisatielokaal opvingen en via gereformeerd onderwijs aangereikt kregen. Dit wilde ik even kwijt, niet om de lezers zonder meer te vergasten op verhalen uit mijn ervaringswereld, maar om te onderstrepen wat Dr. Spijkerboer heeft te berde gebracht