Tussen kerk en keuken
1989-06-23
- Jaargang 33
- nummer 13
Vakantie
Een van de vragen, die je op het ogenblik stelt aan vrienden en kennissen is: Gaan jullie nog weg met de vakantie en zo ja, waar gaan jullie naar toe. Het ligt net zo gemakkelijk op de tong als 'Lekker weertje vandaag', maar het antwoord dat je krijgt, biedt aanzienlijk meer mogelijkheden om het gesprek gaande te houden. Nu vind ik het ook een heerlijk onderwerp. Aan vakanties in het algemeen en aan één vakantie in het bijzonder heb ik de meest plezierige herinneringen.
De week voordat we zouden vertrekken was het weer om te huilen. Slagregens en storm, iedere dag. Dat verontrustte ons helemaal niet, want wij hadden altijd redelijk mooi weer in de vakantie. Mijn vader schreef dat toe, aan het feit dat de Here God wist, wat een hardwerkend bakker in zijn vakantie nodig had.
Inderdaad scheen er een waterig zonnetje toen we 's zaterdags, beladen met volgepakte koffers en fietstassen (de fietsen waren vooruitgestuurd), de trein instapten.
Wij - zes kinderen sterk - vormden de voorhoede. Mijn vader en moeder zouden 's avonds komen als de winkel en de bakkerij gesloten waren.
Het huisje dat we gehuurd hadden, was niet van tevoren bezichtigd.
Onze ouders hielden niet van planning op lange termijn, zodat het een verrassing voor ons was waar we terecht zouden komen. Twee uur later stonden we aan het eind van een modderig pad, waar de regen van de afgelopen dagen grote plassen had gevormd. Het huisje bleek een omgebouwde stal te zijn.
Je kon nog precies zien, waar de deel was geweest. De afscheiding tussen woon- en slaapgelegenheid, was de voormalige mestgoot en een stel gele gordijnen, dat betere tijden had gekend.
"Gemakkelijk... dat greppeltje" zei mijn jongste broer; die al jong een praktische instelling 'had, "je veegt het vuil er zo in." "Geen sprake van" zei mijn oudste zusje koel.
Onder haar leiding, 'redderden' we de boel, wat inhield, dat het huisje grondig werd schoongemaakt.
Moeder hield er niet van om (zoals ze dat noemde) in vuil van anderen te huizen en had uitvoerige instructies meegegeven. Moe en voldaan, zaten we 's avonds bij het licht van een soort stormlantaarn, die op gas brandde, te wachten op de koms , van onze ouders. Tegen half tien kwamen ze aan.
Moeder keek vorsend rond. "Goeie genade vader .. een stal", constateerde ze. "Maar schoon", glunderden wij.
De volgende dagen, liet het weer zich van een uiterst vriendelijke kant zien. We lazen, deden spelletjes en af en toe kwam er een paard langs, dat ons verwijtend aankeek, omdat wij zijn plekje hadden ingenomen.
Ook maakten we lange fietstochten.
Vader voorop. Schallend een mix van geestelijke en andere liederen zingend en moeder en de kinderen in een rij er achteraan.
Vader las de kaart en bij iedere ANWB-paddestoel werd gestopt om het nummer te vergelijken met dat van de kaart: Dat wij desondanks nog al eens dwaalden, was te wijten aan vaders voorliefde voor paden, die niet op de kaart stonden.
Eens, op een snikhete dag, had hij ons met een breed gebaar een smalle weg opgeloodst, die al vlug niet meer te fietsen was. "Een beetje zanderig jongens, even lopen maar, jullie zullen zien. dat het straks beter wordt."
Met een stekende zon in de rug, de fietsen wegglijdend. ploegden we ' door het mulle zand. Drie kwartier lang. Wij leverden gepeperd commentaar, wat vader geprikkeld deed vragen of het hier soms niet mooi was ... : "Kijk me die dennen, eens mooi afsteken." "Tegen het zand", vulden wij zuur aan.
Moeder blies "Even zanderig zei je ... Man ... We lijken het volk Israël in de woestijn wel. Laten we eerst ' maar een hapje eten." "Geen kwakkels alstublieft", zei mijn jongste , zusje profaan. terwijl we ons neer "
lieten vallen. Na de rust namen we de fietsen weer ter hand en zwoegden we nog een half uur: Toen toeterde er een auto.
"Hier vlakbij is een weg" glimlachte vader verrast. "Zien jullie wel, gewoon volhouden." Het was vlakbij.
Door de bosjes, die wij voor ondoordringbaar hadden gehouden. zagen we. een auto passeren en perplex keken we even later naar de asfaltweg, die tien meter verder evenwijdig liep aan ons pad.
Di,e vakantie staat in mijn geheugen gegrift. Waarschijnlijk omdat mij toen al duidelijk is geworden dat voor een warme sfeer geen tropisch zwemparadijs nodig is. Modder en een omgebouwde stal voldoen ook.