Christelijke kunst en de toekomst (5-slot)

1988-01-29
  • Jaargang 32
  • nummer 4
Afsluiting en conclusie
Ik kom na de bespreking van deze korte vogelvlucht door de geschiedenis van een stukje christelijke kunst van de Nederlanden toe aan een afsluiting en een conclusie.
De moderne kunst is m.i. niet uitsluitend het resultaat van een Verlichtingsdenken, maar was altijd, de gehele geschiedenis door, aanwezig. Modem in de zin van: subjectief, en geseculariseerd!
In de zin van: vanuit de autonome mens gedacht, en zonder God in zijn bestaan toe te laten.
De moderniteit was nu eens onderhuids aanwezig, oflatent, dan weer opvallend of uitbundig.
In feite zijn Hugo van der Goes en Pieter Bruegel de Oude de moderne kunstenaars van hun tijd, en voorlopers van de onze.
Zij confronteren ons vandaag opnieuw met de erfenis van het christelijk gedachtengoed vanuit een historisch ..
perspektief. Maar van belang is vooral wat zij zelf met dat gedachtengoed gedaan hebben!
Bij Van der Goes komt de individuele gemoedsbeleving centraal te staan en daarin grijpt hij vooruit op Rembrandt, maar ook Van Gogh en Picasso.
Bij Bruegel domineert het mensenleven als zodanig en hebben wij in principe met het loslaten van een christelijke boodschap te maken.
Beide 'antwoorden' zijn door hun eenzijdigheid ontoereikend om een glimp van het goddelijke te laten zien, laat staan ons met Gods heilsplan te confronteren.
Daartoe is nodig dat de kunstenaar niet alleen zijn eigen individuele kijk op de dingen ontwikkelt en zijn keuze overtuigend visualiseert, maar ook in staat is om zijn eigen plaats binnen het heilsplan van God te situeren, zodat hij ook op een gegeven plaats en een gegeven moment tot een synthese komt van wat God eist en wat hij zelf als innerlijk noodzakelijk en relevant acht.
Het gaat niet aan om in onze tijd opnieuw te proberen om een lijdende Christus aan Het gaat niet om in onze tijd opnieuw te proberen om een lijdende Christus aan het kruis te schilderen, zoals Grünewald onovertroffen indrukwekkend heeft gedaan op het zgn. Isenheimer altaar in Colmar.
Ook al is een dergelijke uitbeelding nog zo authentiek en innerlijk doorleefd, en ook al staat het een ieder vrij om zijn eigen aandrang op het artistieke vlak te volgen.
Ook gaat het niet aan om de gestorven Christus op een perfecte en onnavolgbaar knappe wijze uit te beelden, op de wijze van Mantegna die het gewaagd perspectivisch deed, zodat wij alleen in bewondering staan voor de virtuositeit waarmee een kunstwerk tot stand is gekomen.
Ook met behulp van de nieuwe media (zoals Dürer in zijn tijd met de boekdrukkunst) zoals video, film, electronica en computerbeelden is 't een waagstuk om boven technische vernuftigheden uit te komen en media werkelijk als instrument te gebruiken en niet als doel.
Ik denk dat het zin heeft om erover na te denken hoe vandaag een christelijke kunst enerzijds los zou moeten staan van alles wat de kunsthistorische traditie aan beelden en symbolen heeft overgeleverd, en anderzijds, dat zij weer binnen de bijbelse verhalende traditie zou moeten treden om daar haar authentieke wortels te vinden en weer tot bloei te komen.
Of iets dergelijks nu naturalistisch, realistisch, expressionistisch, impressionistisch, absurdistisch of abstract gebeurt is volstrekt secundair (ook al is het niet geheel onbelangrijk).

Ik merkte al op, dat wij in een crisis-tijd niet zonder de waarheid en het perspektiefvan de Apocalypse kunnen. Ik voeg er nu aan toe dat wij het ook niet zonder de overtuigingskracht van een hedendaagse, authentieke, apocalyptisch georiënteerde kunst kunnen stellen.
Alleen ben ik er wel van overtuigd dat de strekking vandaag een zeer blijmoedige en harmonieuze zou moeten zijn, in het perspektief van vrede en gerechtigheid die ons van Godswege is beloofd, en waarvan Jan van Eyck meer dan 500 jaren geleden een glimp heeft opgevangen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief