Terloops ...
1988-01-29
M'n schooljuffrouw- Jaargang 32
- nummer 4
Vrij onverwacht is ze overleden een paar weken geleden: m'n oude schooljuffrouw. Ze is tachtig jaar geworden, maar toen ze nog jong was heeft ze me lezen en schrijven en rekenen geleerd. Ik heb het idee, dat het bij haar net zo vlug ging als tegenwoordig. Ze was een ouderwetse schooljuffrouw en toen ze met pensioen ging, was ze gewoon blij dat ze er vanaf was. Niet omdat ze lui was, maar eenvoudig omdat ze het met allerlei nieuwe methoden niet eens was. En daar zal ze wel niet helemaal ongelijk in hebben gehad.
Ze heeft haar leerlingen ook een stuk godsdienstige vorming meegegeven. We hoorden toen elke dag nog een bijbelverhaal en leerden één of twee psalmversjes in de week. Wat dat betreft is er wel wat veranderd op veel scholen.
Ze is altijd een juffrouw gebleven. Ze was ongetrouwd, maar wilde geen 'mevrouw' worden genoemd. En toen ik ouder werd en m'n kinderen ook weer bij haar in de klas terecht kwamen, zei ze 'meneer van Wijk' tegen me.
Van Petertje was ik Peter geworden, maar toen werd het meneer. Zij bleef echter juffrouw!
Dat ik nu wat over haar schrijf is niet om wat jeugdsentiment op te halen. Daar heb ik ook wel eens last van, maar het gaat me nu echt om die schooljuffrouw van me. Ze was namelijk vooral een blijmoedige christin. En zo was ze ook bekend in Zaltbommel. Voor zichzelf vroeg ze niet veel, maar voor anderen stond ze altijd klaar.
Toen ze nog werkte, wist ze altijd wel tijd vrij te maken om mensen te bezoeken. Ze verzorgde ook mensen bij haar thuis. Twee vriendinnen heeft ze 'aan hun eind gebracht'.
Toen ze begraven werd, waren er niet zo veel mensen. Ze zou dat zelf niet nodig gevonden hebben. De laatste jaren van haar leven was ze ook vervreemd van veel mensen. Ze kende eigenlijk niemand meer en toch was ze kinderlijk blij, als mensen haar bezochten. Ze noemde de één met de naam van een ander en soms wist ze er totaal niets meer van.
Zelfs de oude herinneringen waren aan het verdwijnen.
De dominee las de eerste verzen uit 2 Korinthe 3: "Onze brief zijt gij, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen, daar gij toont een brief van Christus te zijn ... " Dat was ze: een leesbare brief van haar Heiland, dank zij de Geest van de levende God.
En zo liet ze de mensen op een heel andere manier lezen dan ze op school gewenst was.
Ze was en bleef in haar leven leesbaar. Gods Geest zaaide Zijn adem uit in haar (Lied 247) en opende haar mond. Die Geest maakte haar bekwaam om te leven voor anderen. En zo is haar leven nooit in weer en wind bezweken.
In vers 5 en 6 van 2 Korinthe 3 staat nog meer. "Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als óns werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk..."
Met dit eenvoudige geloof had m'n schooljuffrouw geen moeite. Daarom liep ze waarschijnlijk altijd min of meer met een glimlach over de straat.
Ze liep de laatste jaren wat gebogen, maar de glimlach bleef. Het geloof heeft haar niet somber gemaakt, maar blij en fris gehouden. Het is de moeite waard om zulke blijde leesbare brieven te lezen.
En er van tijd tot tijd eens over na te denken.