Persschouw
1989-07-07
Geestelijk klimaat - Jaargang 33
- nummer 14
Het sterkst kan de vraag benauwen in welk geestelijk klimaat onze kinderen in de toekomst zullen moeten leven. Méér nog dan op ons, zal op hen de vraag toekomen hoe zijtegen de achtergrond van wat wetenschap, techniek en menselijke intelligentie in het algemeen aan gegevens over deze aardse werkelijkheid aan het licht brengen - nog langer op de overgeleverde manier met de bijbelse waarheden en de God van die bijbel kunnen omgaan.
In de voorbije periode is veel gesproken en geschreven over de kerkverlating door jongeren en 'over' de oorzaken daarvan. Een heel belangrijke oorzaak was en zal ook in de toekomst zijn dat veel jongeren de aansluiting missen tussen het christelijk geloof en hun dagelijkse werkelijkheidservaring. Wie nadenkt en eerlijk is zal erkennen dat het met deze dingen ook niet gemakkelijk ligt. Wordt het met het oog op onze jonge mensen niet hoog tijd dat we ons naast de nogal abstracte discussies over de actualiteit van de gereformeerde belijdenis en de tijdgebondenheid van Schrift, belijdenis , en theologie, eens gaan bezinnen op de vraag hoe wij geleid door Gods Geest, op geloofwaardige en overtuigende wijze aan onze jongeren en aan de wereld om ons heen, duidelijk kunnen maken dat het Woord van God in al zijn facetten ook voor onze tijd voluit geldigheid en kracht heeft?
Oude antwoorden die het zogenaamd niet meer doen en nieuwe zienswijzen die niet acceptabel zouden zijn, kunnen misschien worden vervangen door een nieuwe verfrissende aanduiding van de actualiteit van Gods Woord, in termen die de eeuwige waarheden van Gods Woord geen geweld aandoen en waarin jonge mensen, die geestelijk in een zee van twijfel rond spartelen, weer iets van hoop en licht voor de toekomst vermogen te ontdekken.
In termen die de Geest in onze mond legt, komend uit een hart waarin die waarheden echt zijn doorleefd. Dat hebben onze jonge mensen nodig. Dat hebben we trouwens ook als ouderen hard nodig.
Want een stukje van de toekomst mag misschien ook nog onze toekomst zijn.
Wat drukt de verantwoordelijkheid op ons ouderen zwaar als we ons realiseren met welke erfenis we onze lieve kinderen hun leven laten beginnen.
Dit is het slot van een artikel van D. Koole (Chr. Geref.) zoals wij dat aantroffen in de 'VARIANT' van het Nederlands Dagblad d.d. 17juni 1989. De schrijver uit vooral zijn zorg in genoemd. stuk omtrent de ontwikkelingen in de wereld waardoor veel jongeren de motivatie wordt ontnomen om dienstbaar te zijn aan de samenleving. Hij schetst voorts de spanningen ten aanzien van de politieke toekomst waarbij het gaat om zaken van oorlog en vrede en om de steeds groter wordende kloof tussen arme en rijke landen. De gedachte aan ons natuurlijk leefklimaat is verstikkend. We zitten nu hoogst bezorgd aan te kijken tegen allerlei negatieve neveneffekten van de kwaliteitsverbetering van ons leven. De voortgaande ontwikkeling betreffende ziekte en gezondheid wekt bij de jongeren een bepaalde verwachting, maar de vraag klemt of verschrikkelijke ziekten als aids wel onder kontrole te krijgen zijn etc. Moet de kerk de jongeren op dit Vlak niet meer begeleiden met intense pastorale zorg?
Het is inderdaad goed het gesprek over de gereleveerde dingen op gang te brengen en konkrete inhoud te geven. Het moet daarbij gaan om een open verhouding neer God, naar elkaar in gezinsverband (ouders kinderen etc) en naar anderen toe.
Niemand kan een monopoliepositie opeisen voor een bij voorbaat geformuleerd standpunt. Niemand is bij machte zomaar een oplossing voor de moderne problematiek aan te dragen. Dat moet je samen gewoonweg erkennen. Dan pas is de sfeer geschapen voor een vruchtbare diskussie.
Eén zin in het geciteerde gedeelte trof mij in het bijzonder, nl. dat veel jongeren de aansluiting missen tussen het christelijk geloof en hun dagelijkse werkelijkheidservaring .
Daarop moet de verkondiging van het evangelie 's zondags veel meer - inspelen. Het gaat er dan niet om apodiktisch de schare een nieuwe denkwet op te leggen (gesteld, dat deze zoiets ooit accepteert). Nee, de bedoeling is aan te geven, dat men goed weet in welke tijd wij SAMEN leven! Helmut Thielicke heeft destijds in zijn boek: 'Lijden aan de kerk' geschreven: "De ergste vorm van kritiek op een preek is deze: Ik kom er met mijn problemen niet in voor." Dan verliest de preek zich in algemeenheden. Het hoeft helemaal geen religieus egoïsme te zijn indien een kerkganger in de eredienst aangesproken wil worden. De gemeente heeft recht op GEADRESSEERDE PREDIKING! De jeugd zoekt in de preek bepaalde herkenningspunten te ontdekken. Het blijkt, dat wanneer het klikt als ik het zo even mag zeggen - tussen de man op de kansel en de mensen, die luisteren," veel meer jongeren openstaan voor het evangelie dan wij vaak geneigd zijn te denken. De Heilige Geest is het, die nog steeds het hart van de mens opent voor de verkondiging van het evangelie!