Tussen kerk en keuken

1989-07-07
  • Jaargang 33
  • nummer 14

Kinderen in de kerk

Zo'n paar jaar kennen we in onze gemeente her verschijnsel 'kindernevendienst'.
Ik ben me er van bewust dat deze manier om kinderen meer te betrekken bij de kerkdienst niet in alle Nederlands Gereformeerde Kerken is ingeburgerd, maar toch ben ik blij dat het in onze kinderrijke gemeente mogelijk was ,om deze ontwikkeling in de eredienst uit te proberen. Het ging bij ons om kleuters en de kinderen tot en met zeven jaar. Eén keer in de veertien dagen gingen en gaan (want het is bij ons aangeslagen) de kinderen tijdens de preek de kerk uit naar de consistoriekamer, om het schriftgedeelte te horen vertellen, waarover onze predikant de zondag daaropvolgend zal preken.
Ik heb zelf ook met veel plezier aan de kindernevendiensten meegewerkt. Een van de eerste keren ging het over 'De barmhartige Samaritaan'.
Het bleek dat alle kinderen deze tophit onder de bijbelse verhalen die week op school hadden gehoord, dus ze haastten zich mij te vertellen dat de priester niet ging helpen. Ik schoot in de lach en vroeg: "Jongens, wie kent het verhaal niet?" Een van de kinderen zei troostend: "Ik niet hoor, vertel het maar gerust." Hij vond het duidelijk zielig voor me.
Een ander jochie zei openhartig: "Waarom vertel je niet wat leuks."
Ik moet eerlijk bekennen dat ik even in de verleiding kwam een verhaaltje uit de grond te stampen, maar realiseerde me gelukkig op tijd, dat ik dat niet kon maken. Ik zei streng: "Goed, dan luisteren jullie nog maar een keer."
Ik zou onze predikanten te kort doen, als ik niet vermeldde, dat wij al zo'n dertien jaar geleden zijn gestart met 'Gezinsdiensten'. Dat zijn diensten, die speciaal op kinderen gericht zijn.
Dus: een niet al te abstract onderwerp, psalmen die ze kennen, liedjes die ze op school hebben geleerd, een eenvoudig taalgebruik en de kinderen door middel van vragen direct bij de preek betrekken.
De predikant, die dit soort eredienst bij ons introduceerde, was beslist begaafd in deze richting.
Tegen de Kerst behandelde hij de aankondiging van de geboorte van Johannes door de engel Gabriël en vroeg gemoedelijk: "Jongens, als mensen gaan trouwen, wat kun je dan verwachten?"
Hij wees een jongetje aan, dat parmantig kraaide: "Dat ze gaan scheiden!"
Onze pastor grinnikte onbekommerd met de broeders en zusters mee, want het kind kwam uit zo'n erkend goed huwelijk, dàt het uit zijn mondje uiterst komiek klonk.
Zacharias had dus geen kinderen gekregen en vond dat heel erg. Volgende vraag: "Wie vond dat ook heel erg ... Natuurlijk?" Een meisje stak verlegen een vingertje omhoog: "De Here God!"
"Ook ... ook .. en wie nog meer?"
"De Here Jezus."
Andere kinderen: "Hé sufferd, die was nog niet eens geboren!"
Als kinderen een 'Who's Who vraag' in de kerk niet weten, zijn ze vlug geneigd om te zeggen: "De Here God". Ze weten uit ervaring, dat ze dan nooit ver van het goede antwoord af kunnen zijn.
Toen onze oudste drie kinderen vijf, zes en acht jaar waren, gingen ze ’s zondagsmorgens trouw met mijn man mee naar de kerk. Ik bleef thuis om de baby in bad te doen en in vliegende vaart het huls weer toonbaar te maken voor ze thuis kwamen.
Tijdens het koffiedrinken dat dan volgde, stelde ik de geëigende vraag: "En ... jongens ... over wie had de dominee het vanmorgen?" , Met een jankerig stemmetje (last van een ochtendhumeurtje) zei Joris eens: "Over de Here God".
Korzelig viel Janneke hem in de rede. "Ja ... wat had je dan gedacht… over Sneeuwwitje soms!" Ze wisten al jong, dat er in de kerk geen sprookjes worden verteld. Ik hoop dat ze dat vast blijven houden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief