Bij het overlijden van professor dr. Harm Jan Jager
1988-02-05
In de gezegende ouderdom van bijna achtentachtig jaar is professor Jager op maandag 25 januari j.l. van ons heengegaan.- Jaargang 32
- nummer 5
Gelukkig heeft hij lichamelijk niet veel behoeven te lijden. Tot het laatst toe was hij helder van geest en in de toch altijd moeilijke stervensgang was Gods genade hem genoeg, zoals hijzelf getuigde.
Wij verliezen in professor Jager een vertrouwde figuur en geliefde broeder of vader in het geloof. Een voorganger bovendien die het Woord Gods tot ons gesproken heeft, in eigen persoon maar ook door zijn leerlingen heen. Op zijn begrafenis zagen wij dan ook veel predikanten die door hun aanwezigheid hun erkentelijkheid voor zijn leermeesterschap tot uitdrukking brachten. En via hen was er ook de dank van hun gemeentes, uit welke er trouwens niet weinigen ook zelf naar Kampen gekomen waren. Samen hebben we daar gezongen van Gods trouw die niet beschaamt.
Professor Jager was in de kracht van zijn leven hoogleraar in de theologie. Hij zelf was van dat woord 'theologie' niet onder de indruk en dat heeft hij gemeen met de meesten in onze kerken.
Wat nou theologie!? Wij hebben er in het verleden inderdaad slechte herinneringen mee opgedaan, dat staat vast.
Toch was professor Jager een theoloog, bijna hadden we geschreven: of hij het wilde of niet. Hij was iemand die God kende. Dat is de oorspronkelijke betekenis van het woord 'theologie': kennis van God. Welnu, professor Jager kende en vreesde de HERE metterdaad. En wel zo duidelijk dat hij zijn hele wetenschappelijke bezig zijn daaraan ondergeschikt heeft gemaakt. Hij bracht die theologie onder de tucht van het ene nodige.
En toen hij zag dat in de voorlichting aan de gemeente dat ene nodige door een te hoogdravende theologie in de knel kwam, gaf hij de stoot tot de oprichting van een nieuw blad: Opbouw.
Daarin heeft hij ons lange jaren geboeid door zijn eenvoudige, heldere en gezonde Schrift-uitleg, herkenbaar voor iedereen van welk niveau ook maar, ook voor de Hansjes en de Grietjes, zoals hijzelf het zo graag zei.
Bezig zijn met de Schriften verstond professor Jager als een dienst aan de gemeente. Afstandelijkheid en vrijblijvendheid waren hem daarbij vreemd. Het ging hem erom dat we Gods genade niet tevergeefs zouden ontvangen (2 Kor. 6: 1).
Daarom ook kon hij zo indringend de toon van de Brief van Jacobus onder ons aanslaan: "Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God de Vader is: omzien naar weduwen en wezen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren" (Jak. 1 : 27). Behalve zijn zuivere en onbevlekte godsdienst (= levenspraktijk!) was dit ook zijn zuivere en onbevlekte theologie. In deze zin: een theologie die niet de weduwen en wezen en ook niet de onbesmette wandel in de wereld ten goede kwam, was voor hem schallend koper en een rinkelende cymbaal.
Professor Jager was een hooggeleerde die in zijn persoon de theologie en de gemeente tot onderlinge ontmoeting en uitwisseling bracht en daarin is hij zowel voor de gemeente als voor de theologie van grote waarde geweest.
Terecht daarom dat hij nu in de herinnering van de gemeente gaat voortleven als professor Jager. En wij zijn trots dat het blad Opbouw ook voor hem het podium is geweest waarop hij de ontmoeting van die twee tot stand bracht en in zijn persoon realiseerde. Dat verplicht ons niet weinig om ook in zijn lijn voort te werken en bij onze voorlichting (uit theologische of andere hoek) steeds het geloof van de gemeente voor ogen te houden en voedsel te geven.
Wij van Opbouw voelen ons met de mooie erfenis van professor Jager in onze handen klein en afhankelijk. Maar Hij Die professor Jager's Herder geweest is, zijn leven lang, wil ook onze Goede Herder zijn. Daar kunnen wij van op aan. "Op U hebben onze vaders vertrouwd. .. op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd" (Ps. 22: 5, 6).
De Redaktie