Een ieder klage over zijn zonde
1988-02-12
Velen hebben moeite met deze Zondagen over de ellende en verdorvenheid van de mens. Herkennen zichzelf niet in dit mensbeeld. Want wat blijft er zo van een mens over? Slecht en verdorven. Van nature geneigd God en de naaste te haten.- Jaargang 32
- nummer 6
Komt er dan niets goeds uit onze handen? Zijn er dan geen voortreffelijke mensen in de kerk en buiten de kerk? Is de leer der kerk op dit punt niet depressief-makend? Ik denk aan het vorig jaar verschenen boekje van Aleid Schilder; "Hulpeloos maar schuldig". En zo zijn er meer vragen te stellen naar aanleiding van deze beide Zondagen.
Eén opmerking vooraf. Wanneer we deze Zondagen lezen, dan moeten we voor ogen houden, dat de mens, die zo verdorven genoemd wordt, de mens is buiten Jezus Christus om. Want van de mens in
Christus kunnen gelukkig andere dingen gezegd worden.
Hoe goed het was
Met een zekere weemoed bekijkje soms een vergeeld familie-album.
Twee jonge mensen op een trouwfoto, die vol verwachting de toekomst tegemoet zien. Vervuld van idealen' en plannen. Een paar jaar later staan ze bij de puinhopen van hun huwelijk. Het ging niet meer. Op elkaar uitgekeken.
Verbitterd en cynisch geworden door de teleurstellingen.
Wanneer je de eerste twee hoofdstukken leest in de Bijbel, dan is het net ofje in een oud foto-album bladert. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat het zo mooi is geweest, zo vredig, zo vol harmonie.
We kunnen het ons inderdaad nauwelijks voorstellen. Een schepping die niet zucht onder de gebrokenheid. Een huwelijk waarin man en vrouw elkaar volkomen kennen. Een wereld zonder angst, zonder boosheid, zonder verschrikking.
Een gemeenschap, waar je je thuis voelt, waar warmte en liefde is.
Een samenleving zonder rotte plekken, zonder vandalisme, zonder haat en nijd.
Zo heeft God de wereld gemaakt. Helemaal gaaf. Zo heeft Hij de mens gemaakt.
Volkomen goed. Zo heeft God het gewild, zo heeft Hij het bedoeld.
Een mens, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, waar Hij plezier aan beleeft en vreugde in schept. Een mens, die er ook zelf plezier in heeft om te leven onder de gouden hemel van Gods vriendelijk aangezicht. Een mens, die voor zijn naaste een broeder of zuster is.
Maar zo zijn wij niet. Zo zijn we niet méér. Vanwege de zonde. Vanwege dat grote kwaad, dat er in de wereld gekomen is. Waar we als mensen de deur voor open gezet hebben.
De spiegel der wet
De catechismus stelt in Zondag 2 de vraag: "waaruit kent gij uw ellende?"
Het antwoord luidt: "Ik ken mijn ellende uit de wet Gods." De catechismus hanteert hier het principe van de spiegel.
Leer naar jezelf kijken vanuit de wet van God. De wet samengevat in het gebod der liefde. God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. De liefde is in de Bijbel het principe, waaraan het waarachtig mens-zijn wordt afgemeten.
Heb je de Here lief? Heb je de naaste lief? Wat leeft er ten diepste in je hart?
Word je, in alles wat je doet, gedreven door liefde, of moet je ook vaak voor jezelf erkennen, dat er in je hart afgunst, ijdelheid, onverschilligheid heerst.
De Bijbel noemt dit zonde. Dat je als mens bewust of onbewust leeft beneden de maat van Gods wil en bedoeling, dat je leeft beneden de maat van de liefde.
Als oorzaak van deze verdorvenheid van de mens noemt de catechismus "de val en ongehoorzaamheid van onze eerste voorouders, Adam en Eva, in het paradijs; daar is onze natuur zo verdorven, dat wij allen in zonde ontvangen en geboren worden."
Wij hebben, om zo te zeggen, een aardje naar ons vaartje. Daar bedoelt de catechismus mee, dat de zonde van onze eerste voorouders doorwerkt in alle geslachten. Je zou ook kunnen zeggen, wat de zonde betreft doen wij niet onder voor Adam en Eva en doen we ook niet voor elkaar onder. De één is niet beter of slechter dan de ander. Niet meer of minder. Want ieders aard staat vanaf de geboorte open voor het kwaad.
Hoe hard de zonde heeft toegeslagen in het leven van de mens, lezen we in Genesis 4. De geschiedenis van Kaïn en Abel. De mens en zijn broeder.
In plaats van liefde huist er haat in het hart van Kaïn, afgunst omdat zijn hart niet brandt van liefde voor de Here.
Daarom heft hij zijn hand op tegen zijn broeder en doodt hem. We zien hier ook hoe nauw de liefde tot God verweven is met de liefde tot de naaste. Abel heeft de Here lief. Maar het hart van Kaïn is niet recht tegenover de Here. Het offer van Abel wordt aangenomen, dat van Kaïn niet en uit woede tegen God wreekt Kaïn zich op zijn broeder.
Genesis 4 is een verschrikkelijk verhaal.
Een heel fel kontrast met de vrede van het paradijs. Zo verderfelijk is de zonde. Zonde breekt het leven stuk.
Zonde ondergraaft goede verhoudingen. Zonde verspreidt afgunst en haat, zaait dood en verderf.
Gods genade
Laat niemand zeggen: maar zo ben ik niet! Dat zou ik nooit doen. Moorden, stelen, echtbreken, liegen, een vals getuigenis spreken, daar heeft nog nooit iemand mij op kunnen betrappen. We zeggen het zo gemakkelijk, dàt zal mij niet gebeuren. Wanneer we dat zeggen, dan kennen we ons zelf wel heel erg slecht. Want het kan ons allemaal overkomen, tenzij God het genadig verhoedde.
Alleen in Gods kracht kunnen wij weerstand bieden tegen de macht van de zonde.
"Zijn wij nu zó verdorven, dat wij geheel onbekwaam zijn tot iets goeds en geneigd tot alle kwaad?" "Ja, behalve wanneer wij door de Geest van God wedergeboren worden."
Dat is precies hetzelfde als wat zo pas al gezegd is. Alleen door Gods kracht zijn wij opgewassen tegen de verleidingen van de duivel. "Ik: ellendig mens", roept Paulus uit in Rom. 7, "wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
God zij dank door Jezus Christus onze Heer!"
God heeft de macht van de duivel gebrokën door Zijn Zoon Jezus Christus als mens geboren te doen worden. En deze Jezus heeft, in het menselijk vlees, laten zien dat Gods macht sterker is dan de macht van de boze. Tegen alle aanvechtingen in, door al het lijden heen, bleef Hij gehoorzaam aan zijn Vader.
Hij zondigde niet. En allen, die in Hem geloven, die wedergeboren zijn door de Heilige Geest, heeft Hij macht gegeven om de zonde te overwinnen. Is dat geen machtig evangelie? Immanuël! God met ons!
Wij hebben gezondigd!
"Het zijn de gunstbewijzen des Heren, dat wij niet omgekomen zijn, want zijn barmhartigheden houden niet op, elke morgen zijn zij nieuw, groot is uw trouw" zegt de profeet Jeremia in één van zijn klaagliederen (3 : 22-23).
Als de Here niet genadig geweest was, dan zou het leven zijn ondergegaan in de dood. De profeet Jeremia doelt met die woorden op de ballingschap, waarin Israël terecht is gekomen. Het volk heeft de Here verlaten, het werd geboeid door de wereld en toen heeft de Here het volk aan die wereld overgegeven en gezegd: ontdek nu maar wat zonde eigenlijk is. Zonde is erger dan de bitterste armoede, verschrikkelijker dan de afschuwelijkste ziekte. Want zonde is afbraak van het hele leven. Zo heeft het volk lijfelijk moeten ervaren dat de zonde iets verschrikkelijks is en dat je ver bij de zonde vandaan moet blijven.
De Israëlieten hebben in de ballingschap geklaagd over hun ellende. Over God, die hen in zo'n ellendige situatie gebracht heeft. Zoals ook wij vandaag wel eens klagen over God, waarom doet Hij dit en doet Hij dat, terwijl wij vaak de ellende aan ons zelf te danken hebben.
De profeet Jeremia is voor God in de bres gesprongen en heeft gezegd: "W at klaagt dan een mens in het leven! leder klage over zijn zonde." (Klaagliederen 3 : 39).
Je moet niet te gauw God overal de schuld van geven, maar zoek de oorzaak van de ellende eerst bij je zelf.
Durf je zelf ook eens wat strenger aan te pakken, want het kwaad huist in het hart van ieder mens.
Wij klagen wat af in het leven. Maar wie klaagt er nu eigenlijk nog over zijn of haar zonde? En klagen, dat wil zeggen, wie heeft er verschrikkelijk veel verdriet van, dat je de Here op het hart hebt getrapt, dat je Hem hebt verlaten.
Wie kennis krijgt van eigen zonde en schuld, verstaat ook des te beter de noodzaak van de vergeving. Die zoekt zijn heil bij Jezus Christus, de Heiland der wereld.
Het evangelie van Gods genade is de beste bron voor onze zelfkennis, want in het licht van Gods genade leren we ons zelf zien als zondaren voor God.
En tegelijk: dit evangelie blijft niet steken in het aanwijzen van zonde en schuld, maar het drijft ons uit naar het kruis van Golgotha, waar Jezus stierf voor zondaren.
Dit evangelie predikt ons de innerlijke barmhartigheid van onze God. Voor de grootste zondaar, voor de allerellendigste mens is er vergeving. Want de God van de Bijbel wil niet de dood, maar het leven.