Onze verlossing
1988-02-25
In deze Zondagen gaat het over de middelaar, die tussen God en mensen in staat om verzoening te brengen.- Jaargang 32
- nummer 8
De middelaar Jezus Christus.
Zoals al eerder gezegd is, de catechismus bespreekt de verlossing van de mens christocentrisch, dat wil zeggen helemaal vanuit Christus. Maar laat onbesproken hoe de geboorte van de Christus is voorbereid in de geschiedenis van Israël. Juist in die geschiedenis wordt duidelijk op welke wijze de Here gewerkt heeft aan de verlossing van de mens. Aan de heelmaking van het leven. De Christus komt niet als een Godmens uit de lucht vallen, maar zijn komst is door de Here terdege voorbereid. Hij is geboren uit de mensen (geboren uit een vrouw) en tegelijk is zijn geboorte van bovenaf (uit de Heilige Geest).
Vanwege de zonde
In de verhouding tussen de Here en zijn schepsel is de zonde het grote struikelblok.
De zonde (onze schuld) maakt dat wij God niet meer in de ogen kunnen kijken. En in elke situatie, waar we tot God naderen, wordt dat pijn! Hoe dichter we bij Hem komen, des te sterker brandt de zonde.
Denkt u maar aan Mozes, die Gods heerlijkheid wilde zien (Ex. 33). En dan antwoordt de Here Mozes: "Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven" (vers 20). En wanneer de profeet Jesaja in zijn roepingsvisioen (hoofdstuk 6) de Here ziet zitten op de troon en die machtige woorden hoort: "Heilig, heilig, heilig is de Here der heerscharen", dan slaat de schrik hem om het hart en roept hij uit: "Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is - en mijn eigen ogen hebben de koning, de Here der heerscharen gezien" (vers 5). Een engel des Heren raakt dan met een gloeiende kool zijn lippen aan om de zonde weg te branden.
De zonde verdraagt zich niet met de heiligheid van God. Zo kunnen wij voor God niet bestaan!
De middelaar
De verlosser van de mens wordt in de catechismus heel typerend de middelaar genoemd. D.w.z. hij is iemand, die als mens voor God km staan, zonder dat hij bezwijkt onder' de heiligheid van God.
Hij is een waarachtig mens en tegelijk is hij van de mensen te onderscheiden. Hij is zonder zonde, want anders zou ook hij door Gods heiligheid worden weggebrand.
Die middelaarschap van de Here Jezus wordt in de brief aan de Hebreeën beschreven in de termen van de priesterdienst.
Het wordt vervuld in de dienst der verzoening en vindt plaats in het hemelse heiligdom.
Het middelaarschap, de priesterdienst van de Here Jezus moet heel duidelijk worden onderscheiden van de middelaren van het oude verbond, de priesters, die de dienst der verzoening verrichten in een aards heiligdom.
Ook de oud-testamentische priesters brachten offers ter verzoening. Toch is hun middelaarschap niet toereikend genoeg om echte verzoening tot stand te brengen.
Om anderen te redden.
In Hebr. 5 : 1-3 wordt van de priester gezegd: "Want elke hogepriester, die uit de mensen genomen wordt, treedt voor de mensen op bij God, om gaven en offers te brengen voor de zonden. Hij kan tegemoetkomend zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar hij ook zelf met zwakheid omvangen is, die hem verplicht evenzeer als voor het volk, voor zichzelf offers voor de zonde te brengen."
De priester, die het offer brengt, heeft een handicap, net als degene voor wie hij het offer brengt: hij is niet volmaakt.
Daarom moeten wij, en dat even tussen haakjes, ook niet teveel verwachten van de pastors, die hier beneden het werk doen van de priester. Hun pastoraat heeft een duidelijke beperking. Pastors zijn geen verlossers, geen middelaars, maar wijzen de weg naar Gods troon, waar de echte middelaar is, Jezus Christus, de volmaakte Pastor.
Zonder zonde
Het middelaarschap van de Here Jezus is daarom zo bijzonder, doordat het anderen kan redden. In Hebr. 7 : 25 vv lezen we: "Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; die niet gelijk de hogepriesters, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het gehele volk ... "
Een hogepriester: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren.
De Here Jezus is mens geweest onder de mensen. En tegelijk onderscheidde Hij zich van de mensen op het punt van de zonde. Zoals in Hebr. 4 : 15 gezegd wordt: "Want wij hebben geen hogepriester.
die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar één die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest. doch zonder te zondigen".
En op dat laatste dient alle nadruk te vallen: in alles aan ons gelijk, uitgezonderd de zonde. De Here Jezus is werkelijk helemaal mens geweest. Hij kan meevoelen met onze zwakheden Hij heeft het lijden gekend. Hij is verzocht geweest.
..Hij was veracht en van mensen verlaten", zegt de profeet Jesaja, ja als iemand voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht." Hij is de allerellendigste van alle mensen geweest. De grootste verschoppeling, die er op aarde geleefd heeft.
En in die allergrootste ellende kwam de verzoeking op Hem af, om te worden als wij.
Maar Hij bleef trouw. Hij bleef gehoorzaam.
En deze gehoorzaamheid, zegt de schrijver van de brief aan de Hebreeën, heeft Hij geleerd in de leerschool van het lijden (5 : 8). Hij heeft die hele leerschool van het lijden doorlopen, opdat zou blijken dat Hij de gehoorzame Zoon was. De waarachtige en volkomen mens.
En zo is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden. Een ieder, die zich in het geloof vastmaakt aan de Here Jezus, wie Hem volgt, zal behouden worden.
Christus' gehoorzaamheid is de betaling van onze schuld. Wij kunnen ons zelf niet redden. We kunnen onze schuld niet zelf ongedaan maken. Dat kan alleen de middelaar, die als mens zonder zonde is, die ons van God is gegeven.