Gebod en welzijn

1988-02-25
  • Jaargang 32
  • nummer 8
Het verband en het Verbond
Een vorige maal hebben we gesteld, dat het niet mogelijk is het morele gehalte van een daad of een handeling af te leiden uit het effect van nut of wèlzijn of welbevinden, dat uit die daad of handeling voortkwam.
Toch zou het verkeerd zijn daaraan de conclusie te verbinden, dat er tussen gehoorzaamheid aan het gebod aan de ene kant en welzijn aan de andere kant helemaal geen verband te leggen is. Dan zouden we namelijk de gedachte koesteren, dat God zijn geboden gegeven zou hebben om ons tot Zijn eer te laten leven, maar dan zonder daaraan voor ons geluk ofwelzijn te verbinden. Daarmee zouden we een heel lelijke en hatelijke opvatting over de Here in ons hart toelaten!

Irenaeus heeft eens een prachtig ding gezegd. Hij vatte toen eigenlijk de gehele rijkdom samen, die in het woord "Verbond" ligt opgesloten!
"De heerlijkheid van God nu is het léven van de mens; het leven van de mens is het zien van God". Ach, alsje daar diep op ingaat en je realiseert wat dat zien-van-God, die "visio Dei", in zich besloten houdt, dan kom je echt wel bedenkelijke gedachten op het spoor. Dat neemt evenwel niet weg, dat Irenaeus iets moois heeft gezegd!
Waarin komt de heerlijkheid van het Verbond beter uit dan hierin, dat het God de Here heeft behaagd zijn
Goddelijke glorie te verbinden aan het leven, het wáre leven, van de mens en dat het ware leven van de mens slechts kan bestaan in de gemeenschap met God! God wil zijn glorie niet zonder de mens; de mens kan nooit "gloriëren" buiten God om!
Daarom mag je ook nooit zeggen, dat de eer van God losgemaakt moet worden van het echte welzijn van de mens, Gods bondgenoot. Er is een verband tussen gebod en welzijn, tussen gehóórzaamheid en welzijn!

Het verband in de Schrift aangewezen
Natuurlijk is er op dit punt uit de Bijbel heel wat aan te voeren. We willen ons beperken tot één opvallend gegeven.
In Deut. 4 : 6 lezen we: "Onderhoudt ze (de geboden) dan naarstig, want dat zal uw wijsheid en uw' inzicht zijn in de ogen der volken, die bij het horen van al deze inzettingen zullen zeggen: Waarlijk, dit grote volk is een wijze en verstandige natie".
Prof. B. Holwerda zegt in zijn uitleg van Deuteronomium, dat de volkeren praktisch kennis zullen krijgen van de heerlijke resultaten van het leven naar de regels die de Here heeft gesteld. Zij zullen zien tot welk een levensbloei het gebod van Israël leidt! Dat wil toch ook zeker zeggen, dat het verband tussen gebodsgehoorzaamheid en levensbloei zo duidelijk zal zijn, dat het ook de heidenvolken niet ontgaat! Ook die zullen dat verband duidelijk kunnen constateren.
Daarbij is het natuurlijk zonder meer eis, dat Israël metterdaad de gehoorzaamheid aan de geboden betoont en aan de dag legt in zijn gehele leven!
Een door God gewild en gelegd verband: Gehoorzaamheid -léven! Helaas, het is in de geschiedenis zo ànders gegaan! Maar dat neemt de oorspronkelijke zin en bedoeling van de geboden niet weg: GOds eerIsraëls léven!

Het verband door de zonde verduisterd
Inderdaad, het is zo geheel ànders gegaan!
De zonde heeft Israëls leven zo geducht geslagen! En in die schaduw moesten ook zij leven, die door de Schrift "rechtvaardigen" worden genoemd.
In de dagen van Maleachi waren er in Israël drie groepen te onderscheiden: een grote overmacht van goddelozen, daartegenover een kleine minderheid van rechtvaardigen die de Here bleven vrezen, tussen die beide in een eigen1ijk wat kleurloze groep van mensen-die: zich van de rechtvaardigen niet 'durfden los te maken maar die toch de goddelozen gingen benijden!
"En nu, wij prijzen de overmoedigen gelukkig; niet alleen worden zij gebouwd, terwijl zij goddeloosheid bedrijven, maar ook verzoeken zij God en ontkomen" (Mal. 3 : 15).
God de Here heeft het toegelaten, dat de goddelozen gebouwd worden bij het bedrijven van goddeloosheid. Zij bereiken met hun praktijken een staat van wèlstand en wèlbevinden! Zij zijn ook sterk genoeg om hen, die rechtvaardigheid betrachten en eisen, te verdrukken, zodat de rechtvaardigheid een korte weg geworden schijnt
te zijn naar bankroet en ondergang!
Alles is door de zonde ondersteboven gekeerd! Maakt iemand het goed, dan moetje haast concluderen, dat hij een goddeloze is! Wordt iemand met ondergang bedreigd, dan zouje heel best met een rechtvaardige te doen kunnen hebben! Vandaar, dat die kleurloze middengroep de overmoedigen is gaan benijden: Durfden wij maar wat zij durven! Maar ze zitten nog vast aan een vrome traditie en hebben - tot hun eigen wrokkige ongenoegen! - niet de moed daarmee te breken! In een volk, dat als geheel de Here niet meer vreest, is ook het verband tussen gebod en welzijn onzichtbaar geworden!
Dat is op zichzelf al een verschrikkelijk oordeel!

Het verband door de Here toch gehandhaafd
Maar dan spreekt de Here in het vervolg over de Dag van het oordeel. Hij zal die dag bereiden. "Dan zult gij tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient en wie Hem niet dient" (Mal. 3 : 18).
Het verband wordt door de Here gehandhaafd!
Maar alles is wel ànders geworden! Had Israël de Here in trouw gediend, dan hadden de heidenen naar Deut. 4 met een "ongewapend" oog het verband van gebod en welzijn kunnen ontdekken! Nu het volk als geheel is afgeweken, zal dat verband nog slechts gelóófd kunnen worden. Het zal immers aan de dag treden op de Dag door de Here bereid!
En die dag moet in gelóóf worden verwacht. Overigens maakt dat de zékerheid van het verband niet geringer!
Het verband zéker voor het geloof! Ik denk dan aan dat wonderlijk diepe woord van Christus, als Hij spreekt over het volgen van Hem en over de zelf-verloochening, die dat volgen zal vragen. "Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het behouden" (Luc: 9 : 24). Leven en welzijn grijpen buiten Christus om en tégen Hem in, . . . het betekent het verlies van het ware leven en het eeuwige welzijn! Vreselijk als de discipel kortzichtig wordt! Vreselijk, als hij zich door dat welzijn-op-de-kortebaan zou laten beheersen en als dàt voor hem een gebod zou worden voor het bepalen van zijn levensrichting!
Het verband tussen gebod en welzijn wordt door de Here gehandhaafd.
Maar wat een ellende, als wij van ons "korte welzijnsbegrip" zouden gaan "terilgredeneren" naar het gebod!
Dan zouden we zelfs kunnen komen tot verloochening van onze Verlosser!

Eénrichtingsverkeer
Wij mogen het leven begeren en het ware welzijn. Maar de Bijbel leert ons duidelijk een éénrichtingsverkeer!
Wie het leven wil en goede dagen, die moet zich stellen onder het zachte juk van Christus. Daarmee moet hij beginnen en daarvan moet hij uitgaan!
Vàn het gebod náár het welzijn!
De moderne stromingen gaan de omgekeerde richting. Hun welzijnsbegrip is bepalend voor het gebod. Maar zo kom je terecht bij de goddelozen uit de dagen van Maleachi, die op de korte baan wel geluk hadden maar de Dag des Heren moesten vrezen! En zo kun je zelfs terechtkomen bij de verloochenaars van onze Here!
Neem je uitgangspunt in het gebod.
En het zal je wèlgaan!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief