Pastorale Notities
1988-02-25
Dromen dromen- Jaargang 32
- nummer 8
De Schrift leert ons vuurbang te zijn voor dromen-dromers en toekomstvoorspellers.
Maar het zou te ver gaan om te zeggen dat de Here nooit meer een droom gebruikt om Zijn kinderen te helpen.
Als iemand met een droom bij u komt, terwijl u die mensen kent als een onvolwassen gelovige, die geen enkele verantwoordelijkheid durft te aanvaarden in Gods kracht, maar altijd zoekt naar aanwijzingen en tekens, dan zult u terecht de droom wantrouwen. Maar als nuchtere christenen geen dromen zoeken maar een droom krijgen, dan wordt het wat anders.
Nooit vergeet ik het verhaal van een jonge weduwe. Haar man en zij kwamen in grote nood, toen een dodelijke ziekte zich bij hen openbaarde en de doktoren tot de conclusie kwamen, dat hij niet te genezen was.
De artsen hadden hun vreselijke boodschap nog niet gebracht. Wel gaven ze signalen van verontrusting af en er ontstond een sfeer van vrees en zorg. Toen droomde de vrouw een room en ze kwam ermee bij haar man: "We woonden met ons gezinnetje in een prachtige witte villa, een droomhuis, gebouwd boven op een hoge zuil.
Het huis had geen enkele uitgang, alleen een ijzeren vluchttrap aan de buitenkant, loodrecht omlaag, zoals je ze ook vindt tegen fabrieksschoorstenen. In mijn droom liep jij naar het raam, opende het en je zei: Els, nu moet jij naar beneden klimmen en de kinderen komen achter je aan. Ik blijf boven. Toen zei ik: Hoe kun je dat nu zeggen? Je weet toch dat ik last heb van hoogtevrees? Maar toen zei jij: Ja, maar als je omhoog blijft kijken, vinden je voeten vanzelf de eerstvolgende tree naar beneden. En zo gebeurde. Eerst ging ik en toen kwamen de kinderen en terwijl we omlaag klommen, loodrecht naar beneden, hoorden we steeds jouw stem roepen uit het raam: Omhoog kijken jongens, dan vinden jullie voeten de eerstvolgende tree naar beneden!"
Na het vertellen van deze droom zaten de jonge mensen een poosje stil bij elkaar zonder conclusie te trekken.
Maar toen de volgende dag de vrouw bij haar man op bezoek kwam en zei: "Piet, nu heb ik toch dezelfde droom weer gehad, precies eender!", wisten ze dat het van de Here was. Toen riepen ze de dokter, vertelden hem de droom en vroegen hem hen de waarheid te vertellen. Zo liet de Here hen zelf de vreselijke werkelijkheid weten. Maar Hij deed dat heel zacht en heel wijs en Hij wees tegelijk de weg voor beiden. De één moest blijven, de ander moest gaan.
Sterven was bovenblijven.
Wie in Christus is sterft immers nooit.
De moeilijkste taak was: gaan!
Ik twijfel er niet aan of de Here heeft deze broodnuchtere mensen in hun nood toen eerlijk geholpen en bijgestaan via een droom. Ze zochten die geen moment, maar ze kregen die.
Sindsdien heb ik de boodschap van de droom dikwijls doorgegeven als, in gelijksoortige situaties, één van de twee echtelieden boven moest blijven, terwijl de ander de lange weg omlaag moest gaan: Omhoog kijken mensen, dan vinden jullie voeten vanzelf de eerstvolgende tree naar beneden. o wee, als een mens tijdens deze steile afdaling naar benden kijkt!
Als petrus op de golven.