Het geloof in de vrijheid van meningsuiting

2011-01-21
  • Jaargang 55
  • nummer 2
Johan Snel schetst in zijn boek Recht van spreken in grote lijnen hoe in de afgelopen tien jaar het karakter van het publieke debat over de vrijheid van meningsuiting onmiskenbaar is veranderd.

Het publieke domein
In het publieke domein speelt zich een strijd af waarbij het seculiere liberalisme zichzelf begrijpt in contrast tot religie. De blinde vlek van het moderne liberalisme is juist dat het zelf een sterk eigen religieus gehalte heeft.
Het boek tekent een postmoderne Nederlandse samenleving met gebrek aan goede omgangsvormen. Een samenleving, doorgeschoten naar een vermeend recht om mensen tot op het bot te beledigen, dat een nieuw type individualisme heeft opgeleverd waarin ongeremde zelfexpressie doorgaat voor authenticiteit en eerlijkheid. Met deze ingrediënten wordt een seculiere samenleving gecreëerd die zichzelf superieur acht omdat ze verlicht zou zijn, en die tegelijkertijd bedreigd wordt door migranten die deze superieure kwaliteiten niet blindelings beamen. Het wordt duidelijk hoe op deze wijze de vrijheid van meningsuiting letterlijk kan worden beleden als het allerhoogste goed.
Deze religieus gevulde vrijheid van meningsuiting kent zijn martelaren. Zowel de moord op Pim Fortuyn als de moord op Theo van Gogh worden metaforisch opgevat als een aanslag op de vrije meningsuiting, hoewel daar feitelijk niet zoveel aanleiding voor is.

Godsdienstvrijheid
Terwijl in het Europese recht de grens van vrijheid van meningsuiting wordt gelegd daar waar etnische of religieuze tegenstellingen worden vergroot, wordt in Nederland de vrijheid van meningsuiting gepresenteerd als religiekritiek en verzet tegen de publieke rol van religie in het algemeen. Typerend in het Nederlandse opkomen voor de vrijheid van meningsuiting is dat het een pleidooi voert tegen de vrijheid van godsdienst en tegelijk daarmee opkomt voor vrouwenrechten en homorechten.
Op basis van deze realistische schets van onze huidige postmoderne Nederlandse samenleving komt Johan Snel tot de conclusie dat meer nog dan de vrijheid van meningsuiting de vrijheid van godsdienst onder druk staat, met als inzet de verbanning van religie uit de publieke sfeer.

Liberalisme en secularisme
Nu vindt de schrijver dat met het liberalisme als geloof niks mis is. Er is pas een probleem wanneer het zichzelf als de enige ware religie gaat zien. En vooral: wanneer het in de positie komt waarin het andere overtuigingen de wet kan stellen.
In Amerika heeft het liberalisme zijn tegenvoeter in een evangelisch christendom. In Engeland is er een krachtige conservatieve traditie. In Nederland waren er een halve eeuw confessionele partijen, met name de katholieken, die in feite een getemperde vorm van liberalisme voorstonden. Maar sinds de culturele revolutie heeft het liberalisme in Nederland helemaal geen oppositie meer van betekenis en is het de dominante politieke religie geworden.
Daar is nog bijgekomen dat het liberalisme zich nauw heeft verbonden met de nieuwe ideologie van het secularisme. In verband met de uitgesproken religieuze achtergrond van de Nederlandse samenleving is dit moderne secularisme gepreoccupeerd gebleven met religie. Het ziet zichzelf als progressief en verlicht in tegenstelling tot de oude en verouderde religies als christendom en islam. Godsdienst zou staan voor onvrijheid.

De liberale rechtsstaat
Johan Snel pleit voor het herstel van de klassiek liberale idee van de rechtsstaat. Want er is iets mis gegaan met het liberalisme. De moderne rechtsstaat rust namelijk op de erkenning van wat essentieel is in de godsdienstvrijheid. Ze is gebaseerd op een relativering van religieuze, etnische en culturele verschillen. Daar kwamen later vrijheden als vrijheid van meningsuiting en andere grondrechten bij. Een rechtsstaat wordt gekenmerkt door een veelheid aan vrijheden, die elkaar raken en overlappen, en die ook kunnen botsen. Elke botsing zal moeten leiden tot een praktisch afweging van belangen en omstandigheden.

Wij zijn de antwoorden
Johan Snel schreef een goed boek met een realistische en herkenbare beschrijving van de actuele Nederlandse samenleving. Hij peilt daarbij de religieuze diepte van het seculiere liberalisme. Het boek leent zich daarom goed voor bespreking in groepen en in kringen. Zij moeten zich dan wel ook bezighouden met de vraag hoe christenen en christelijk- maatschappelijke organisaties zich beter dan nu moeten manifesteren in het publieke domein. Want hierop geeft het boek geen antwoord. Het boek zou aan kracht hebben gewonnen als het, meer dan te vertrouwen op het klassieke liberalisme, de christelijk-sociale beweging had uitgedaagd een duidelijk herkenbare plaats in het maatschappelijk spectrum in te nemen. Nu dit boek dat niet doet, is het antwoord aan onszelf. Met een variatie op Augustinus' ‘Wij zijn de tijden’, zou ik zeggen: ‘Wij zijn de antwoorden’.

Snel, J. (2010), Recht van spreken. Het geloof in de vrijheid van meningsuiting. Boekencentrum Zoetermeer. CHE Reeks. 112p. € 11,90.

Mr. Wim Eikelboom was directeur van het CDA Steenkampinstituut, is nu o.m. secretaris van het Christelijk-Sociaal Congres en is lid van de NGK Ede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief