Jesaja in de Herziene Statenvertaling

2011-01-21
  • Jaargang 55
  • nummer 2
Op 4 december 2010 verscheen de Herziene Statenvertaling, die vooral gebruikt zal gaan worden aan de rechterflank van de gereformeerde gezindte. Maar ook menig Nederlands Gereformeerde zal deze vertaling inmiddels in huis hebben, al was het alleen maar om hem eens naast de NBV te leggen.
We vroegen drie schrijvers, die wel wat hebben met talen en vertalen, om iets te schrijven over de HSV, zodat u in de komende twee maanden een indruk krijgt van de sterke en zwakke kanten van deze nieuwste vertaling met zijn wortels in de 16e eeuw. In dit nummer leest vindt u de bijdrage van Oudtestamenticus Reinoud Oosting en op een later moment komen ds. Koos Veefkind en Bijbelvertaler Kees van der Ziel met hun inbreng.

Bijbellezers die graag willen zien wat er in de grondtekst staat, gebruiken het liefst de Statenvertaling (SV). Kenmerkend voor deze vertaling is dat de vertalers geprobeerd hebben om de brontekst zo nauwkeurig mogelijk weer te geven.

Dezelfde manier van vertalen vinden we ook in de Herziene Statenvertaling (HSV) die recent is verschenen. Voor ervaren Bijbelgebruikers is de HSV dus zeker het bekijken waard. Maar wat is de betekenis van deze vertaling voor gewone gemeenteleden die inmiddels gewend zijn aan de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)? Is er een rol weggelegd voor de HSV in onze erediensten waar predikanten soms aanlopen tegen het feit dat de NBV wel erg vrij vertaalt? Om een indruk te krijgen van de HSV kijken we naar de vertaling van het boek Jesaja. We gaan na in hoeverre de HSV afwijkt van de SV en hoe de HSV zich verhoudt tot de NBV en de NBG-vertaling 1951 (NBG’51).

Restauratie
De Statenvertaling kan met recht een monument genoemd worden. In 1637 verscheen de eerste uitgave van de SV en tot op de dag van vandaag wordt deze vertaling – met kleine aanpassingen – gebruikt in traditionele protestantse kerken. Wie aan deze vertaling wil gaan sleutelen, moet van goeden huize komen. De initiatiefnemers achter de HSV meenden echter dat de SV toe was aan een grondige restauratie om ‘de Statenvertaling voor onze en de komende generaties te bewaren’. Zij voeren hiervoor drie argumenten aan:
1. De taal van de SV is sterk verouderd, waardoor de SV vooral voor de jongeren in traditionele kerken vaak moeilijk te begrijpen is.
2. We zijn in de afgelopen eeuwen meer te weten gekomen over de wereld van de Bijbel. Wij weten meer over de archeologie van het land Israël, over andere volken die in de Bijbel genoemd worden en over de overlevering van de Bijbelse teksten.
3. Onze kennis en ervaring op het gebied van Bijbelvertalen is toegenomen, en we hebben meer inzicht in de Bijbelse talen, het Hebreeuws en Aramees van het Oude Testament en het Grieks van het Nieuwe Testament.
We lopen deze drie punten langs aan de hand van het boek Jesaja.

Verouderd
Dat de taal van de SV verouderd is, hoeft ons niet te verbazen. Het Nederlands van de SV is inmiddels meer dan driehonderd jaar oud, en wijkt op verscheidene punten af van het hedendaags Nederlands. Het is dus niet vreemd dat we sommige begrippen niet meer kennen, zoals het woord ‘basilisk’ in Jesaja 11:8 en het woord ‘drom’ in Jesaja 38:12 (zie overzicht hieronder). Het woord ‘drom’ vinden we overigens ook in de NBG’51, maar één van de kritiekpunten op deze vertaling was dan ook dat het taalgebruik van de NBG’51 bij het uitkomen al sterk verouderd was. Andere woorden die in de SV gebruikt worden, zoals ‘drek’ (Jesaja 36:12) en ‘groenen’ (Jesaja 66:14), begrijpen we misschien nog wel, maar horen niet meer tot het dagelijks taalgebruik. De vertalers van de HSV hebben hun best gedaan om dit soort begrippen om te zetten naar gangbaar Nederlands. Zo hebben ze het woord ‘basilisk’ vervangen door ‘gifslang’ en het woord ‘drom’ door ‘weefgetouw’.

Zorgvuldig
Over het algemeen zijn de vertalers er goed in geslaagd om alternatieven aan te dragen. Opvallend is echter is dat de HSV nog steeds het woord ‘last’ heeft op plaatsen waar de NBG’51 ‘Godsspraak’ gebruikt en de NBV ‘profetie’ (zie Jesaja 13:1; 15:1; 17:1; 19:1; 21:1, 11, 13; 22:1; 23:1). De vertaling ‘last’ valt misschien op grond van het Hebreeuws te verdedigen, maar is in deze betekenis geen gangbaar Nederlands. Dat neemt niet weg dat het taalgebruik in de HSV een verbetering is ten opzichte van de SV en regelmatig ook ten opzichte van de NBG’51. Bovendien is de HSV zorgvuldig in haar woordkeus, zodat de kans op populair taalgebruik hier kleiner is dan in de NBV, waar we woorden als ‘schuilkeet’ (Jesaja 1:8) en ‘hun eigen stront’ en ‘hun eigen pis’ (Jesaja 36:12) tegenkomen.
De keerzijde van deze zorgvuldigheid is echter dat de HSV – zeker bij de bekendere teksten – dicht aanleunt tegen de SV. Als gevolg daarvan staat in Jesaja 1:8 nog steeds het woord ‘nachthutje’. Dit woord wordt echter alleen in christelijke kring gebruikt en is voor een buitenstaander nauwelijks te begrijpen. Dat de vertalers van de HSV niet de term ‘schuilkeet’ wilden overnemen valt te begrijpen, maar het was eenvoudig geweest om het woord ‘nachthutje’ te vervangen door een neutraler woord als ‘schuilhut’ of ‘slaaphut’.

Nieuwe inzichten
De tweede reden voor de herziening van de SV is dat onze kennis van de wereld van de Bijbel is toegenomen. De HSV geeft daarom de Hebreeuwse titels ‘Tartan’ (Jesaja 20:1) en ‘Rabsaké’ (Jesaja 36:2) niet meer letterlijk weer, maar vertaalt ze als ‘opperbevelhebber’ en ‘commandant’. De informatie over de oorspronkelijke Hebreeuwse woorden is nu opgenomen in een voetnoot bij het betreffende vers. Een ander punt waaruit blijkt dat de HSV nieuwe inzichten over de wereld van de Bijbel heeft verwerkt, is het feit dat er expliciet wordt verwezen naar de rollen van Qumran. We vinden deze voetnoten bij Jesaja 14:4; 19:10, 18; 33:8; en 53:11. De HSV is op dit punt terughoudender dan de NBV, waar we ongeveer veertig verwijzingen naar alternatieve teksttradities tegenkomen. Dit kleinere aantal doet echter niets af aan het feit dat de vertalers van de HSV hiermee aangeven dat de tekst van Jesaja niet foutloos is overgeleverd. Dat de HSV, net als de NBV, dit expliciet verantwoordt, schept duidelijkheid voor hedendaagse lezers van de Bijbel. In de NBG’51 ontbreken dit soort aantekeningen, maar dat betekent niet dat de vertalers van deze vertaling geen moeite hadden om de tekst van bijvoorbeeld Jesaja 14:4 goed te begrijpen. Doordat de HSV deze ingewikkelde teksten van voetnoten heeft voorzien, is voor iedereen zichtbaar dat onze Bijbel de sporen draagt van een lange overleveringsgeschiedenis.

Nieuwe en Oude Testament
De vertalers van de HSV maken echter niet op alle punten gebruik van de huidige kennis over het ontstaan van de Bijbel. Zo houden ze in Jesaja 7:14 vast aan de vertaling ‘maagd’, terwijl de meeste uitleggers ervan uitgaan dat dit Hebreeuwse woord ‘jonge vrouw’ betekent. De NBG’51 koos als tussenoplossing nog voor het woord ‘jonkvrouw’, maar de NBV vertaalt het woord als ‘jonge vrouw’. De voorkeur van de HSV voor de vertaling ‘maagd’ hangt samen met het feit dat Jesaja 7:14 wordt geciteerd in Matteüs 1:23. Het Griekse woord dat daar gebruikt wordt, betekent inderdaad ‘maagd’. Maar het citaat in Matteüs 1:23 is vermoedelijk niet ontleend aan het Hebreeuwse Oude Testament, maar aan de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta. Door het Hebreeuwse woord met ‘maagd’ te vertalen, wekken de vertalers van de HSV de indruk dat er een rechtstreeks verband bestaat de Hebreeuwse tekst van Jesaja 7:14 en het citaat in Matteüs 1:23. In werkelijkheid ligt de verhouding tussen de tekst uit het Oude Testament en die uit het Nieuwe Testament ingewikkelder. Deze overgang is wel zichtbaar in de NBG’51 en de NBV, maar niet in de HSV.

Taalkennis
Het derde argument voor de herziening van de SV is dat we meer ervaring hebben op het gebied van Bijbelvertalen en dat we meer weten over de Bijbelse talen zelf. Op grond van onze huidige kennis van het Hebreeuws heeft de HSV een aantal onjuiste vertalingen uit de SV verbeterd. Bijvoorbeeld, in Jesaja 41:24 vertaalt de SV: ‘ulieder werk is erger dan een adder’. De vertaling ‘adder’ is echter onzeker en lijkt hier niet goed te passen. De HSV geeft de zin daarom als volgt weer: ‘uw werk is minder dan een nietig ding’. Een ander voorbeeld is de vertaling van het werkwoord ‘terugkeren’ in Jesaja 52:8. De vertalers van de SV meenden dat het werkwoord hier ‘terugbrengen’ betekende, en vertaalden ‘als de Heere Sion wederbrengen zal’. De HSV vertaalt dit werkwoord, net als de NBG’51 en de NBV, gewoon als ‘terugkeren’ en heeft in Jesaja 52:8: ‘als de Heere terugkeert naar Sion’.
Op een aantal punten neemt de HSV echter de interpretatie van de SV over. Een voorbeeld hiervan is Jesaja 40:3, waar in de SV staat: ‘Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren’. Ook de HSV vat ‘in de woestijn’ op als de plaats waar de stem roept: ‘Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de Heere’. Op grond van het Hebreeuws is het aannemelijker dat ‘in de woestijn’ bij de volgende zin hoort: ‘Bereid in de woestijn de weg van de Heere ’. Deze indeling levert bovendien een fraaie parallel met de volgende zin op: ‘effen in de wildernis een pad voor onze God’. Deze interpretatie wordt gevolgd door zowel de NBG’51 als de NBV. De HSV houdt echter vast aan de indeling van de SV, omdat die beter aansluit bij de citaten van Jesaja 40:3 in het Nieuwe Testament (zie Matteüs 3:3; Marcus 1:3; Lucas 3:4; Johannes 1:23).

Conclusies
De vergelijking van de vertaling van het boek Jesaja in de HSV met de vertalingen van de SV, de NBG’51 en de NBV laat drie dingen zien:
1.Het taalgebruik van de HSV sluit beter aan bij het hedendaags Nederlands dan dat van de SV. De HSV is dus een verbetering voor jongeren en ouderen die gewend waren aan de SV. Op veel punten ademt de HSV echter nog de sfeer van de SV, zodat buitenstaanders moeite zullen hebben om deze vertaling goed te begrijpen. Ook kerkmensen die gewend zijn aan de NBV kunnen deze vertaling ervaren als een stap terug in de tijd. Het gebruik van de HSV in de zondagse eredienst is vooral aantrekkelijk voor gemeentes die tot nu toe de SV gebruikten. Voor gemeentes die de NBV hebben ingevoerd, biedt de HSV minder voordelen.
2.Een verschil van de HSV ten opzichte van de SV en de NBG’51 is het gebruik van voetnoten die verwijzen naar andere teksttradities, zoals de rollen van Qumran. Dit soort verwijzingen komen we ook tegen in de NBV. Op dit punt volgt de HSV dus de lijn van andere hedendaagse vertalingen in het Nederlandse taalgebied. Op andere punten houdt de HSV echter vast aan de traditie van de SV, bijvoorbeeld als het gaat om de verhouding tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Met het verwerken van kennis op dit terrein gaat de HSV zelfs minder ver dan de NBG’51.
3.De HSV probeert net als de SV de grondtekst zo nauwkeurig mogelijk te vertalen. Daarnaast zijn de vertalers van de HSV erin geslaagd om de vertaling van de SV op een flink aantal punten te verbeteren. Dat betekent niet alleen goed nieuws voor ervaren Bijbellezers, maar ook voor theologen die het Hebreeuws niet meer tot in de puntjes beheersen. De HSV is een uitstekend hulpmiddel voor iedereen die moeite heeft met de vaak vrije vertaling van de NBV. Een paralleleditie van deze twee vertalingen komt misschien nog het dichtst in de buurt van de ideale vertaling: een vertaling die de grondtekst nauwkeurig weergeeft én die open is naar de hedendaagse lezer.

Drs. Reinoud Oosting is onderzoeker Oude Testament aan de Universiteit Leiden, docent Oude Testament aan het Nederlands Gereformeerd Seminarie en lid van de NGK Oegstgeest.


Jesaja
SV
NBG’51
NBV
HSV
1:8
een nachthutje in den komkommerhof
een nachthut in een komkommerveld
een schuilkeet in een komkommerveld
een nachthutje op een komkommerveld
7:14
maagd
jonkvrouw
jonge vrouw
maagd
11:8
basilisk
giftige slang
slang
gifslang
13:1
de last van Babel
de Godsspraak over Babel
de profetie over Babylonië
de last over Babel
14:4
de goudene
de verdrukking
zijn dwingelandij
de onderdrukking
36:12
hun drek en hun water
hun drek en hun water
hun eigen stront en hun eigen pis
hun eigen uitwerpselen en hun eigen urine
38:12
Hij zal mij afsnijden als van de drom
Hij snijdt mij af van de drom
hij heeft mijn draad afgesneden
Hij snijdt mij af van het weefgetouw
40:3
Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren
Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des Heren
Hoor, een stem roept: Baan voor de Heer een weg door de woestijn
Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de Heere
41:24
ulieder werk is erger dan een adder
uw werk is nietig
jullie daden hebben geen enkele waarde
uw werk is minder dan een nietig ding
52:8
als de Heere Sion wederbrengen zal
hoe de Here naar Sion wederkeert
de Heer keert terug naar Sion
als de Heere terugkeert naar Sion
66:14
groenen
gedijen
gedijen
groeien
SV = Statenvertaling; NBG’51 = NBG-vertaling 1951; NBV = Nieuwe Bijbelvertaling; HSV = Herziene Statenvertaling

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief