Eenheid

2011-01-21
  • Jaargang 55
  • nummer 2
In het decembernummer van Theologia Reformata schrijft de Apeldoornse professor H.G.L. Peels over de moeizame weg naar meer zichtbare eenheid tussen christenen en kerken.

Als onze tijd zich ergens door kenmerkt, dan wel door het wegvallen van grenzen. We vliegen de hele wereld over, en de hele wereld komt in beeld onze huiskamers binnen. De wereld woont dichtbij, om de hoek. Mensen kijken dan ook alom over de muren van voorheen min of meer gesloten kerkgenootschappen heen. Dat geldt ook voor velen die zich bevinden op de rechterflank van Neêrlands orthodoxie, de jeugd voorop. We zien bij velerlei gelegenheden dat christenen uit allerlei kerkverbanden samenwerken: in de politiek en de economie, in de wetenschap en de media, in de reiswereld en de cultuur. Niet alleen omdat we met z'n allen steeds meer beseffen hoe hard we elkaar nodig hebben in onze geseculariseerde samenleving, maar ook con amore door een wederzijdse herkenning als christen. ()
Maar nu de kerken zelf! Op het institutionele vlak ligt dit alles zo heel anders. De kerkelijke kaart van Nederland wordt steeds gedifferentieerder: inmiddels meer dan 150 soorten kerken en geloofsgemeenschappen. De maatschappelijke trend van individualisering en fragmentarisering gaat aan de kerken niet voorbij, integendeel. Geregeld vliegen op het kerkelijk erf veroordelingen en verdachtmakingen rond, en hoe schrijnend komt de verdeeldheid voor het voetlicht in kerkelijke en landelijke dagbladen. Het effect daarvan op de buitenwacht is helder: die christenen zijn een benepen stelletje mensen die elkaar de tent uitvechten. Pogingen om binnen het COGG of de Raad van Kerken enigszins samen op te trekken, doen hier nauwelijks van af. De oecumene op dit niveau en op deze wijze spreekt steeds minder mensen aan. Er is al zo lang gepraat... Nu lijkt het mij een ongewenste en ook hopeloze onderneming, om te streven naar organisatorische eenheid van kerken die op wezenlijke punten van elkaar verschillen. Bovendien past een geforceerd eenheidsstreven ook niet bij de tijd waarin wij leven, die een grote verscheidenheid niet als nood maar als deugd ziet. ()
Tegelijk knaagt er iets: die discrepantie tussen beleefde geestelijke eenheid onder christenen enerzijds en de voortgaande versplintering op kerkelijk erf anderzijds. Dit spoort gewoon niet. Hoeveel vlees en wereld kwam bij dit laatste kijken, hoeveel dominante karakters waren daarbij in het geding? Hoe zwaar mogen sommige theologische verschillen wegen om kerkelijk gescheiden wegen te rechtvaardigen? Wat ons heel zwaar moet wegen, is dat door de kerkelijke verdeeldheid de prediking van het evangelie in ons land schade lijdt. Dat onze Heiland kort voor zijn sterven zo intens gebeden heeft ‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in mij bent en ik in U, laat hen zo ook in ons zijn’, heeft ons veel te zeggen. De soms grote verschillen die wij tussen kerken van gereformeerde signatuur opmerken en ervaren, zijn klein vergeleken met de verschillen tussen de kerk der Reformatie en de kerk van Rome. En deze zijn weer klein vergeleken met het grote geding tussen de christelijke kerk en het oude bondsvolk Israël. Ik heb een voortdurend hartzeer, zei Paulus toen hij het hierover had. Waar blijft dat hartzeer onder ons, waar leggen we nu eigenlijk de accenten? De belijdenis van eenheid en katholiciteit kan in de gereformeerde gezindte makkelijk geneutraliseerd worden door het hameren op de waarheid die ook voor de details van het belijden moet gelden. En dan klinkt een ‘quis non fleret’ - dat roept iedereen - en een schuldbelijdenis over de gebrokenheid van de kerk achteraf wat vals.
(‘quis non fleret’ betekent: ‘wie zou er niet over huilen?’ - mhtb)

Peels schreef zijn artikel nog vóór de Nationale Synode, op 10 en 11 december, in Dordrecht, waarvan hij één van de voortrekkers was.

De aanpak van de Nationale Synode heeft iets revolutionairs, en treedt buiten de geijkte kaders. Een samenkomst niet via kerkelijke deputaten, niet via oecumenische instrumenten, en geen officiële stukken en beslispunten. Maar een stuurgroep met enkele particulieren initiëert een beweging van onderop, zet een moderne verwoording van het Credo als stimulans uit op het grondvlak van de kerken, en roept protestantse kerken nationaal op om samen te komen en het onderlinge geloofsgesprek aan te gaan. Enerzijds om stem te geven aan het groeiend besef van eenheid temidden van alle verscheidenheid en verschil, dat breed door christenen in Nederland gedragen wordt. Anderzijds om nu eindelijk eens met één stem te spreken in het midden van onze samenleving, en een goed woord over Christus, onze Here en Koning, door te geven in verstaanbare taal. Als dit alles eraan bijdraagt dat in enkele van de vele kerkelijke scheidsmuren scheurtjes ontstaan of brokstukken wegvallen, dan lijkt mij daar niets mis mee te zijn. Wie van ons zal ooit voor de Troon kunnen uitleggen hoe noodzakelijk en gerechtvaardigd de delta van onze kerkelijke verdeeldheid in Nederland was.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief