Over wol, wol en wol

1989-07-21
  • Jaargang 33
  • nummer 15
Haar handen grijpen naar het spinrokken, naar de weefspoel(Spreuken 31).

Is een mensenleven denkbaar zonder wol? In ons kille klimaat? Waarschijnlijk niet. De mens is Van alle wandelende schepselen het minst beschermd tegen weersomstandigheden.
Daarom is wol een onmisbaar bestanddeel van ons geluk.

Die wol danken we in hoofdzaak aan het schaap - maar dat wist u al. Het oudste wollen tapijt (en dat wist u misschien niet) is gevonden in een bevroren graf in Siberië. Het dateert van 400-500 vC. De motieven ervan zijn ontleend aan het damhert en aan in wol geklede ruiters. En als u denkt dat de mens nog maar 2500 jaar wolproducten maakt... de schatting beloopt 12 duizend jaar. Ongetwijfeld, na de hond is het schaap ons oudste huisdier. De mens bood het schaap. bescherming tegen zijn vijanden. Het schaap bood de mens in ruil daarvoor zijn melk, zijn wol en tenslotte zijn vlees.

Geen wonder dat het schaap in de Bijbel naar men zegt zo'n 300 maal voorkomt. In het Brits museum kunt u een zilveren beeldje zien van een herder, die een lam in zijn rugzak draagt. In Caesarea (waar Paulus twee jaar gevangen zat) zagen we ooit een stenen beeldje: hier droeg de herder het lam op zijn schouders.
Beide zijn uit de vroegste christentijd en typisch christelijke symbolen.

De wol heeft dan ook voortreffelijk bruikbare eigenschappen: in de winter warm, in de zomer koel, genezend door zijn animale uitstraling.
Men zegt dat babies en chronische patiënten het best op een schaapsvacht kunnen liggen. En een Kozakkenvrouw zei: in een wollen tent blijft mijn hoofd helder en ik snurk nooit.
Belangrijker voor ons, die niet in tenten wonen, is de wollen kleding.
Wol heeft immers tal van goede eigenschappen, waarvan we handig gebruik maken. Wol kan veel vocht opnemen, transpiratie bijvoorbeeld.
Hoeveel? Tot 30 procent van haar gewicht - daar kunnen katoen (8%) en kunstvezel (2%) niet tegenop.
Maar wol kan even snel vocht verdampen, want zij heeft door haar talloze vezels (haartjes) een groot oppervlak. Door diezelfde vele vezels houdt wol verbazend veel lucht vast, wat isolatie geeft in zomer en winter. En dat met zo weinig gewicht.

Wollen vezels, veerkrachtig als ze zijn, kunnen wel 20.000 maal gevouwen worden zonder te breken; zijde breekt na 1800 maal, kunstzijde al na 75 maal vouwen of strijken.
Ook is wol vrij goed bestand tegen vuur: menige kleine binnenbrand werd al door een wollen deken gedoofd.
Om te onthouden.

De moderne elektronenmicroscoop maakte ons duidelijk; dat elk wolvezeltje talloze uitsteeksels heeft (die de huid van sommige mensen knap kunnen irriteren); dat kunnen er 800 op een centimeter zijn. Daar zit de reden dat men wol niet nat (en zeker niet warm) moet wringen: de vezels grijpen voorgoed in elkaar en het mooiste truitje of sjaaltje is in een keer bedorven. Maar van dat in elkaar grijpen van wolvezels maakt U ook graag gebruik: bij het twijnen wordt immers een stevige draad gemaakt uit een vlok wol. Die draad is nodig om te breien of te weven dat weet elke goede huisvrouw.
Door vocht, warmte en stampen of persen kan een geweven stuk wol tot vilt worden omgewerkt. Waarschijnlijk is het vilten van wol wel bij toeval ontdekt: door mensen die 's morgens een paar vlokjes wol in hun winterlaarzen legden, en er 's avonds een viltzooltje voor terugvonden.

De Romeinse schrijver Plinius de Oudere schreef dat vilt, in azijn gedrenkt, tegen vuur en ijzer bestand zou zijn. Om die reden beschermden Romeinse soldaten hun borst door een vilten bekleding en hielden Grieken hun hoofd veilig door een vilten binnenhelm.
In Schotland, vanouds een wolproducent van betekenis, is de wolindustrie behoorlijk ontwikkeld. Toeristen nemen graag als soevenir een knap gebreide wollen trui mee, op de eilanden gebreid in ondoorgrondelijk patroon, versierd met kabelsteek.
Niet weten ze, dat verdronken vissers vroeger werden thuisgebracht aan de hand van hun trui, want elk eiland heeft zijn eigen Keltisch patroon.
En behalve het gebreide goed staat Schotland bekend om zijn weefsels: kilts, tartans, plaids, skirts en Harris tweed costuums. Vandaag nog krijgen de gillies (helpers bij de hertenjacht) naast hun loon jaarlijks een tweed pak; ze gaan ermee naar de kerk en ze kruipen ermee door veen, moeras, varenvelden en beekbeddingen.
Ze blijven warm en droog en op den duur is hun het pak op het lijf gegoten.

Trouwens, vroeger sliepen Schotse herders buiten, gewikkeld in hun plaids. U vindt van die gewoonte iets in het kerstevangelie terug. Maar ook vroeger, bij Mozes. Die gaf bij zijn sociale wetten het voorschrift: als iemand zijn kleed in onderpand had gegeven moest de eiser het voor de nacht teruggeven; opdat de schuldenaar niet van de kou zou wakker liggen en zijn schuldeiser verwensen (Deut. 24:13).

Jacob, die een knap schapenfokker was, gaf zijn zoon Jozef een bijzonder mooi opperkleed, geweven uit verschillend gekleurde wolsoorten, Gen. 37:23,32. En ook Jezus, die een naadloos opperkleed droeg, heeft ongetwijfeld wol gedragen: welk ander materiaal laat zich immers zo verwerken?

Eeuwen geleden was Groot-Brittannië de wolleverancier van Europa. Veere was de importhaven van Schotse wol en de Schotse huizen aldaar herinneren er aan.
Adriaen Valerius was er o.m. ontvanger van de wol-accijnzen. Engeland had omstreeks 1800 niet minder dan 300 wolwetten, zelfs rouwkleding moest van wol zijn. Edward 111 plaatste wollen kussens in het parlement; men moest op de wol als op zijn geld zitten! Nog in 1938 zijn deze kussens met verse wol gevuld en als de Lord Chancellor tot het hogerhuis spreekt, zit hij op een wolzak. En een van de groten uit de Schotse schapenteelt, iemand die de Falklands en Argentinië even goed kent als Australië en Nieuw-Zeeland, trok eens aan mijn colbertjasje en zei, vriendelijk misprijzend: dat is géen Schotse wol!

Tenslotte: de Bijbel verbood het mengen van wol en ander materiaal in een kledingstuk, Deut. 22:11. De reden is niet helder. Sommigen denken aan heidense magie, als bij het koken van het bokje in de melk van zijn moeder. Maar uit de context schijnt te mogen afgeleid: dat we Gods schepping zuiver zullen houden, bastaardering voorkomen. Nu, daar komt bij ons weinig van terecht; vaak is het 50% wol,50% kunstvezel.
Maar orthodoxe Joden nemen dit nog serieus: In New Vork moet een deskundige wonen die zonder winstbejag kleding, stoffen en stalen op dit gebod keurt. Voor $2,-- geeft hij na onderzoek een certificaat af, met een "Gode zij dank, dit is kosjer".

Een aantal gegevens zijn ontleend aan National Geoqraphic Magazine van Mei 1988. Wellicht het beste en goedkoopste wetenschappelijk magazine ter wereld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief