Persschouw
1988-03-11
In het" Centraal Weekblad " schreef ds L. H. Kwast, gereformeerd predikant te Kollum (Fr.), onder het opschrift: "In pastoraat kom je zonder geduld niet ver - Gemeente van de Heer mag niet berusten in conflicten" o.a. het volgende: - Jaargang 32
- nummer 10
"Dreigende moedeloosheid
Wie van tijd tot tijd naar verhalen van collega's luistert en daarbij eigen ervaringen optelt, staat soms aan de grens van moedeloosheid.
Week aan week vertel je aan de gemeente de grote geschiedenis van genade, vergeving en verzoening, maar wat werkt dat in de praktijk uit? Waar komje in eigen gemeente de signalen daarvan tegen?
Op zondag zingen we de nieuwe liederen van de brug over de kloof, maar van maandag tot en met zaterdag is het het oude liedje van de kloof zónder brug. En geef ze eens de kost: de predikanten die er moe van worden en tenslotte de schouders ophalen: er is toch geen zalf aan te strijken.
Want tegen het éne geval waarin een wankele vlonder kon worden gelegd, staan er vijf die een volstrekte patstelling aanwijzen.
Vele tientallen jaren geleden had een kerkeraad nog zoveel gezag dat hij twistende partijen beval om voor een vergadering te verschijnen. Maar die tijd is lang gepasseerd.
Mensen laten zich niet meer citeren.
Dominee moet het alleen rooien of op zijn best in gezelschap van een ouderling.
En het advies om bij voortdurende onenigheid de eigen viering van het Heilig Avondmaal op zijn minst ter discussie te stellen kan averechts resultaat hebben.
Ook dat is een eigentijdse ervaring.
Maar kun je er als pastor in berusten? Kun je het maken om je met een schouderophalen om te keren en naar een dankbaarder werkobject om te zien? Pleeg je dan geen verraad aan wat de Heer in alle duidelijkheid heeft gezegd en bedoeld?
Er kan een uur aanbreken waarin een pastor de beslissing moet nemen een twistzaak voorlopig te laten rusten. Dat is een pijnlijke beslissing, want ze behelst ook de erkenning van eigen nederlaag en onmacht.
Maar blijft dan niet het voortdurende pastorale gebed over? Blijven dan niet de waakzame ogen en oren over om elke zich biedende gelegenheid te signaleren om opnieuw op het christelijke geweten van betrokkenen een dringend appèl te doen?
En is er niet de vindingrijkheid om eventueel op andere helpende instanties een beroep te doen?
In de omgang met mensen - dat is immers pastoraat - is lange adem nodig. Zonder geduld komt niemand ver. Bovendien behoort ook dit hoofdstuk van het pastoraat tot het lijden aan de kerk waaraan geen knechtje van de Heer ontkomt. En waaraan hij zich niet mag ontrekken."
Als je jong en enthousiast begint als dominee stap je meteen overal op af. Dit moet veranderd worden en dàt moet op de helling worden gezet. Kwesties moeten worden opgelost en konflikten mogen geen eigen bestaan gaan leiden. We streven met man en macht naar een optimale funktionering van de gemeente en nemen desnoods in dat kader de nodige maatregelen om gemeenteleden onder pressie te zetten.
En als dat allemaal niet blijkt te helpen zijn we diep teleurgesteld en vragen ons soms af of we dáárvoor nu dominee zijn geworden. Wanneer men door ambtservaring gerijpt is leert men geduld te oefenen en de hele zaak in Gods handen te leggen, wachtend op en biddend om betere tijden. Daarin openbaart zich dan geen lafheid en lijdelijkheid, maar moed en kracht. Want zonder de werking van de Heilige Geest komt niemand ertoe in een bepaald samenlevingsverband een werkelijk nieuw begin te maken!