Ontzag voor God
2011-02-04
Je zult maar zoveel vreemdelingen in je land hebben… (bij Exodus 1:8-22)- Jaargang 55
- nummer 3
Kijk, het is gemakkelijk om de staf te breken over de naamloze farao. De titel hoor je: koning, farao. Maar zijn naam ontbreekt. Hij mag geen naam hebben. Maar goed, je zult maar koning zijn en dan zoveel vreemdelingen hebben in je land. Ze stichten grote gezinnen. Ze bevolken het hele land. Laten we wel wezen, dit loopt de spuigaten uit. Wat moet je dan?
Maatregelen
Hij neemt z’n maatregelen, natuurlijk. En weet je hoe hij dat inluidt? ‘De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk.’ Alsof de Israëlieten hen kwaad hadden aangedaan of wilden aandoen! Daarvan hoor je niets. Zeker, het kan best dat er een paar schreeuwerds bij zaten. Jongens die voor het minst of geringste de Egyptische vrouwen en meisjes uitscholden. Maar kijk daar toch niet een heel volk op aan.
Dan zegt deze koning: ‘Laten we verstandig handelen.’ Dat klinkt goed, heel goed. Het is altijd zinnig om verstandig te handelen. Stel je eens voor dat de overheid dat niet zou doen… Misschien is die Egyptische koning inderdaad wel heel verstandig, wie weet. ‘Laten we voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel je voor dat er oorlog uitbreekt en dat zij zich dan aansluiten bij onze vijanden…’ Stel dit en stel dat, stel je zus voor en stel je zo voor… Ja, zo lust ik er nog wel een paar.
Angst en hardheid
Weet je wat hier het motief is van de koning? Angst, angst en nog eens angst. En je kunt angstig zijn, natuurlijk. Soms terecht, soms misschien wat minder terecht. Maar waar het mij nu om gaat is wat je hier ziet. Dat angst een mens hard kan maken, bikkelhard. Er volgen draconische maatregelen: afbeulen, zwaar werk, mishandeling. Het buitelt over elkaar heen. Hoe zal dit aflopen?
De drieenige God?
En God trouwens, waar is Hij? Waar zie je Jezus in onze samenleving? En wat merk je van de Heilige Geest in de wereldpolitiek?
Je kunt bang zijn, bezorgd, natuurlijk. Er zijn tal van ontwikkelingen in ons land, die je niet blij maken. Maar hoe reageer je?
Twee wijzen van re(a)geren
Ik zie in ons verhaal eigenlijk twee manieren van reageren. De ene is de konings-manier, de wijze van de farao. Hard, meedogenloos. Hij heeft Jozef niet gekend, zegt de schrijver. Dat betekent maar één ding: de farao heeft geen boodschap aan Jozef. Namen doen er voor hem niet toe. Individuen tellen niet mee voor hem. En ja, dan kun je het al gauw hebben over ‘dit volk’, ‘zij’, ‘hullie’, ‘etnische registratie’.
Deze kant is de harde kant. Het lijkt verstandig. En uit puur eigenbelang is dat misschien ook nog wel zo. Maar het gaat zeer ten koste van mensen.
De andere manier van reageren zie je bij de twee vroedvrouwen. Zij moeten van de koning de jongetjes, die bij dat buitenlandse volk geboren worden, doden. ‘Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor God.’ En bijna logisch lijkt het dat daar uit volgt: ‘Ze deden niet wat de koning van Egypte hun had opgedragen: ze lieten de jongetjes in leven.’ Deze vrouwen komen op voor het leven. Niet omdat het leven heilig is. Want dat is het niet. Maar wel omdat God heilig is.
Ontzag voor God
Ze hadden ontzag voor Hem. Voor Israël klinkt hierin mee: ‘Het ontzag voor de HEER is het begin, het fundament, van wijsheid.’
Twee vrouwen met ontzag voor God en een zichtbaar besef van de waarde van het leven. Ze laten hun geweten spreken. En daarom doen ze wat ze doen. En is het daarom dat we hun namen - in tegenstelling tot die van de koning - wel te horen krijgen? Ze heten Sifra en Pua. Wat zijn het moedige vrouwen!
Dit is de keuze die je hebt in je leven: leef je á la de koning, laat je je beheersen door angst voor het vreemde? Of leef je in ontzag voor God?
Dood of leven?
En daarachter zit dus, wat je hier zo scherp ziet uitgebeeld: de dood of het leven. Deze met name genoemde dames komen op voor de zwakken. En het is daarom dat de HEER hen zegent door hen nakomelingen te geven. Opnieuw dus: leven. Daar gaat het om: Leef je je leven ten leven van anderen, of ten dode? Hoe bewust leeft u?
Waar is God?
En wat doet God in dit alles? Je leest twee keer dat Hij aan het werk is. Hij is het die het werk van de vroedvrouwen zegent, zodat het volk zich sterk uitbreidt. En Hij zegent deze vrouwen zelf ook, in hun persoonlijke leven. Maar verder? Hij lijkt afwezig. Net zoals Hij in dat eerste gedeelte niet eens bij name genoemd wordt. En toch…
Ik geloof dat Hij erbij is. Ook in dat vreselijke lot van Israël. Hij is erbij in deze vrouwen. Twee ogenschijnlijk ‘gewone’ vrouwen. Ze doen hun werk, zonder opsmuk.
En juist in dat heel gewone leven en werken is de Heer erbij. Hun namen worden genoemd. Zij, zij zijn groot in de geschiedenis, in Gods geschiedenis.
Jezus
Het is mede hierom dat Jezus zoveel volgelingen heeft, wereldwijd. Ook wij. Er is iets dat Hij in ons heeft aangeraakt. Jezus, groot in Gods geschiedenis.
In de geschiedenis zoals wij die opschrijven, is Hij een kort, heftig levend iemand, te vroeg gestorven. Iemand die opkwam tegen het religieuze establishment, en vóór de mensen die niet meetelden.
Zijn naam wordt genoemd, nog altijd en overal. Het is zijn naam, die de geschiedenis draagt, en die u, die jou draagt.
Mark Janssens is predikant van de NGK (Jeruzalemkerk) Utrecht.