Ethiek
2011-02-04
In Opbouw 13 van de vorige jaargang citeerde ik de Vrijgemaakte dominee Bas Luiten, die pleitte voor een andere benadering van ongehuwd samenwonenden. Minder vanuit de bovenpersoonlijke norm, meer vanuit de concrete personen om wie het gaat.- Jaargang 55
- nummer 3
Zijn betoog heeft tegenspraak opgeroepen. In De Reformatie van 8 oktober citeert Luiten wat professor Douma schreef op diens website (www.jochemdouma.nl):
Veel lezers hebben het gevoel dat zij geen begeleiding in hun kerkelijk leven meer krijgen. Het ontbreken van mensen die als leider en gids in de pers hun broeders en zusters een duidelijke weg wijzen, is niet toevallig. De overtuigingskracht om in allerlei kwesties een duidelijk en beslist antwoord te geven, is verzwakt.
Neem een artikel in De Reformatie van 4 juni 2010 over ‘Trouwen na samenwonen’. Vrijwel niemand van de jongeren die ongehuwd samenwoont, ziet daar enig kwaad in, aldus de schrijver. De norm is belangrijk (niet samenwonen), maar die norm zegt niet alles, zo vervolgt hij. Waar staat iemand, welke kant gaat hij op? Loopt iemand weg van God, of gaat Hij naar Hem toe? ()
Twintig jaar geleden zou in De Reformatie op de norm gewezen zijn en zou over ‘samenwonen’ niet verzachtend gesproken zijn. Het is ook moeilijk voor te stellen dat er onder de samenwonenden een groot verlangen is om God te leren kennen, ‘los van allerlei kerkelijke gewoonten’. Of er wel of niet een grote of kleine schuldbelijdenis moet volgen, zou destijds wel heel vreemd geklonken hebben. Van allen zou de erkenning gevraagd worden dat geslachtelijk verkeer vóór het huwelijk zondig is.()
De huidige tucht maakt vaak een boterzachte indruk. Laten wij hier eens uitgaan van wat Kol. 4,6 van ons vraagt. De Statenvertaling gaf Kol. 4,6 treffend weer, waar zij over het bereiken van mensen zegt: ‘uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd’. NBV zegt het ook mooi: ‘vriendelijk, maar beslist!’ Als dat wat ‘beslist’ gezegd moet worden, er aarzelend uitkomt, schiet vriendelijkheid tekort. Dat geldt voor onze evangelisatie in het aanspreken van buitenstaanders, maar evengoed voor het bereiken van onze eigen mensen, jong en oud in de prediking en in de tucht.
Uiteraard gaat Luiten in op de verwijten van Douma. Maar interessanter nog is een artikeltje van Ad de Bruijne, de opvolger van Douma als hoogleraar ethiek in Kampen. In De Reformatie van 5 november geeft hij antwoord op de vraag: Hoe komt het dat in de ethiek binnen de Gereformeerde Kerken de aandacht voor regels verschoven is naar aandacht voor de persoon? De Bruijne:
In de Gereformeerde Kerken van dit moment maakt een regelethiek vaak plaats voor een deugdethiek. Vanouds verbonden wij het christelijke leven vooral aan Bijbelse normen. Vandaag kijken we naar de eigenschappen van de persoon zelf. Als iemand bijvoorbeeld niet meer twee maal naar de kerk gaat, velt een regelethiek daarover gemakkelijk een oordeel. Het is verkeerd omdat het afwijkt van een geldende norm.
In een deugdethiek verreken je iemands persoon en doorgaande levenshouding. Spreekt daaruit toewijding aan Christus, dan kan het oordeel anders uitvallen. ()
Vanouds kende de ethiek drie aandachtsvelden. Zij kijkt naar handelingen, goederen en deugden. Anders gezegd: naar wat je doet en de regels daarbij, naar hoe het leven bedoeld is, en naar wat voor een mens je bent. Na de Verlichting versmalde de aandacht tot handelingen en regels. Men hoopte de ethiek net zo exact te maken als de natuurwetenschappen. Ook veel gereformeerde ethiek werd sindsdien beperkter. Regelethiek is dus geen kenmerk van orthodoxie, zoals sommigen denken, maar eerder een gevolg van modernisme. Daarom vormt de huidige verschuiving naar deugdethiek niet bij voorbaat achteruitgang. Ook de Bijbel benadert de christelijke levensstijl breder dan via regels. Het gaat ook om de vrucht van de Geest en een herkenbare lijn in je leven. Daarbij past een deugdethiek goed. Deugdethiek helpt ook bij het werken aan morele vorming en groei in het midden van de kerkelijke gemeenschap en bij momenten dat je over een ander moet oordelen, bijvoorbeeld in de kerkelijke tucht.
Wel dreigt een nieuwe eenzijdigheid. Velen nemen nu helemaal afscheid van regelethiek en zetten alles op de kaart van een deugdethiek. () Maar (dat) doet geen recht aan de drieslag van handelingen, goederen en deugden. En evenmin aan het Nieuwe Testament, waarin je ook concrete gedragsnormen aantreft en waarin de vraag hoe je met je leven recht doet aan Gods werken zelfs de belangrijkste is. Bijvoorbeeld op momenten dat je zelf voor een ethische keuze staat, blijft een deugdethiek vaak onvoldoende. Met het voorbeeld van de kerkgang: over iemand met een christelijke levenshouding die maar één keer naar de kerk gaat, mag ik niet alleen vanuit de regel oordelen. Maar tegelijk kan zo iemand zelf niet zeggen: ‘omdat ik een christelijke levenshouding heb, maakt deze concrete keus niet meer uit’. Hij zal zich ook moeten verstaan met de Bijbelse regel dat je de samenkomsten niet moet verzuimen en met de kerkelijke afspraak dat zulke samenkomsten zondags tweemaal plaatsvinden.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.