Pastorale Notities

1988-04-01
  • Jaargang 32
  • nummer 13
Oma hield van ijshockey
Ik kijk graag naar sport.
Niet naar alle sport. Van ijshockey b.v. heb ik min of meer een afkeer. Ik heb voor die afkeer geen verheven motieven, maar ik kan die klonters felgekleurde mannen niet uit elkaar houden en ik ben altijd op zoek naar de 'puck' dat is het schijfje, waarmee het spel gespeeld wordt. Maar nu ben ik de laatste tijd met een zekere nieuwsgierigheid gaan kijken naar deze sport en zelfs met enige sympathie.
Ik vertel u hoe dat zo gekomen is.

In een gemeente zonder dominee overleed een oude zuster. De familie vroeg mij, of ik de begrafenis wilde leiden.
Omdat ik moeder niet persoonlijk had gekend had ik tevoren een ontmoeting met de kinderen. Dat was een fijne ontmoeting. De kinderen waren zelf ook al bij de zestig en waren alleen maar dankbaar om wat moeder voor hen betekend had. Ze riepen het beeld op van een vrouw, die de Here hartelijk vreesde, vooral blijmoedig was geweest en tot op hoge leeftijd blij met het leven dat God gaf Aan het einde van het gesprek vertelde een.van de dochters mij dat moeder, zo oud als zij was, graag naar sport op de televisie keek en daarbij voorkeur had voor ijshockey want dat ging zo mooi hard en het waren van die oersterke jongens. Ze vertelde het alsof ze mij in vertrouwen inzage gaf van een wat smoezelige bladzijde uit moeders levensboek. Ik had last van een wat binnenpretje en ik weet niet zeker of ik dat helemaal verborgen heb kunnen houden.
Bij haar begrafenis heb ik voorzichtig moeders voorkeur ter sprake gebracht en verteld hoe die alleen te verstaan is vanuit een hartelijk geloof in de verlossing van dit bestaan door Christus onze Heer.
Ik kreeg de indruk dat sommige familieleden daar niet blil mee waren en keken alsof ik een familieschandaaltje aan de openbaarheid prijs gaf Ik had ook beter niet zo kunnen spreken. De tijd was te kort om het duidelijk genoeg te doen.
Maar zo is het dus gekomen dat ik met sympathie naar ijshockey kijk. Als ik het zie komt dat binnenpretje weer bij mij op: wat kostelijk dat een mens door het geloof in de Here Jezus een zo helemaal verlost mens kan worden dat hij op hoge leeftijd onbekommerd naar een ijshockeywedstrijd kijkt.

Ik begrijp zo goed de vragen waarmee Aleid Schilder de gereformeerde wereld heeft gekonfronteerd.
Haar vragen deden ons ook beslist geen kwaad. Ze zijn aanleiding tot nadenken. Maar tegenover haar klacht dat de gereformeerde leer schuldgevoelens kweekt en mensen depressief maakt stel ik dan deze oude zuster, die zich door de gereformeerde leer, waarbij ze oud was geworden, het plezier in ijshockey niet liet ontnemen, en geloofde dat heel ons mensenleven zich om Christus' wil mag afspelen voor Gods aangezicht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief