Jaarboek 1989

1989-08-04
  • Jaargang 33
  • nummer 16
N.a.v.: Jaarboek 1989 van de Christelijke Gereformeerde kerken in Nederland; Uitgeverij D.J. van Brummen/Buijten & Schipperheijn 1989; 272 pagina's; f 13,75.

In het Jaarboek 1989 van de christelijke gereformeerde kerken in Nederland is een advertentie van 'Opbouw' opgenomen. "Ik zou wel eens willen weten wat ze daar allemaal schrijven. Omdat we elkaar nodig hebben ..."

Samenwerking
We hebben elkaar nodig ... Toch maakt Ds. M. Drayer in het jaaroverzicht in het Jaarboek 1989 gewag van de 'patstelling' bij de poging tot toenadering tussen de christelijke gereformeerde en de nederlands gereformeerde kerken. Hij konstateert dat "éénwording voorshands verder weg lijkt dan ooit", maar vraagt zich tegelijkertijd af of die doelstelling niet te hoog gegrepen was. "Geen echte voortgang in de samensprekingen kan echter stilstand betekenen met gevaar van toenemende verwijdering. Misschien is een adempauze het enig haalbare ... mits geen gevolg van onwil.
En de Geest de tijd gunnen - met eerbied gesproken - Zijn werk te doen en waakzaam daarop wachten", aldus Ds. Drayer (emerituspredikant van de kerk van Amsterdam-Zuid).
Volgens het overzicht in het Jaarboek vindt in 25 gemeenten kanselruil met nederlands gereformeerde predikanten plaats (1): Er zijn 3 volledig samenwerkende kerken: Almere, Lelystad en Nieuwegein (2).
De overige plaatselijke kerken zijn (in alfabetische volgorde): Amsterdam, Amsterdam Nieuw-West, Amsterdam-Noord, Assen, Broek op Langedijk, Dronten, Eindhoven, Emmeloord, 's-Gravenhage-Rijswijk, 's-Gravenhage-West, 's-Gravenhage-Zuid, Groningen, Harlingen, Hattem, Heerenveen, Hengelo, 's Hertogenbosch, Hoogeveen, Kampen', Lisse, Utrecht-Centrum en Zwolle.

Ledentallen
De christelijke gereformeerde kerken tellen 185 gemeenten met in totaal ruim 76.000 leden; het gemiddelde ledental (per gemeente) bedraagt ruim 400 leden. In deze gemeenten zijn 150 predikanten werkzaam; 44 gemeenten zijn vakant (3).
(De nederlands gereformeerde kerken zijn beduidend kleiner; 95 kerken met bijna 30.000 leden, 68 predikanten en 25 vakante kerken; een 'gemiddelde' gemeente telt ruim 300 leden).
Er zijn 14 gemeenten met meer dan 1000 leden: Barendrecht, Bunschoten, Groningen, Harderwijk, Hoogeveen, Leeuwarden, Nunspeet, Sliedrecht-Centrum, Urk (Eben-Haëzerkerk), Urk (Maranathakerk), Veenendaal (Bethelkerk), Veenendaal (Pniëlkerk), Zierikzee en Zwolle, Elf gemeenten tellen minder dan 100 leden (4).
Geografisch gezien valt op dat - in tegenstelling tot de nederlands gereformeerde kerken - de christelijke gereformeerde kerken in de 3 noordelijke provincies en in Zeeland naar verhouding veel leden tellen. In het noorden telt men ruim 40 zelfstandige gemeenten met ongeveer 15.000 leden; in Zeeland 10 gemeenten met 3500 leden (5).

Grensverkeer
Er was in 1988 (evenals in voorgaande jaren) veel 'grensverkeer' tussen de christelijke gereformeerde en de nederlands hervormde kerk. In 1988 vertrokken meer dan 500 leden naar de hervormde kerk, terwljlrulrn 300 hervormden zich lieten inschrijven bij een christelijke gereformeerde kerk. Ook het grensverkeer met de gereformeerde kerken en met de gereformeerde en de oud-gereformeerde gemeenten is niet onaanzienlijk. Vergeleken bij deze aantallen is de overgang naar en overkomst uit de Nederlands gereformeerde kerken zeer beperkt (ongeveer 80 leden). Opmerkelijk is het relatief grote verlies van leden aan evangelische kerken.
Tot nu toe werden cijfers genoemd binnen het kerkelijk grensverkeer.
Ds. M. Drayer legt in zijn jaaroverzicht echter de vinger bij het aantal leden dat zich heeft onttrokken (naar geen kerk): sinds 1961 werden meer dan 10.000 leden 'afgevoerd'. Hij konstateert dan ook "dat de christelijke gereformeerde kerken niet buiten het proces van ontkerkelijking blijken te staan". Datzelfde kan van de Nederlands gereformeerde kerken gezegd worden. Daarmee staan beide kerken voor een gezamenlijke opdracht...

Plaatselijke gegevens
Wie het Jaarboek doorbladert is benieuwd naar verschillen en overeenkomsten met het 'Informatieboekje' voor de Nederlands gereformeerde kerken.' Terwijl in het 'Informatieboekje' de gemeenten in alfabetische volgorde staan vermeld herkent men in het' Jaarboek de indeling in classes en particuliere synodes. De gegevens van de plaatselijke kerken in het Jaarboek zijn beknopt doordat de adressen van verenigingen,zendingskommissies, zondagsscholen, koren en kerkbladen in een apart gedeelte van het Jaarboek worden genoemd. Wel geven gemeenten adressen van bv. de jeugdouderling of jeugddiaken, de evangelisatieouderling of zelfs een bejaardenouderling op. Ook wordt vermeld welke predikanten in het verleden in deze gemeente hebben gestaan. Men vindt in het Jaarboek geen opgave (meer) van plaatsen die onder een bepaalde gemeente ressorteren.
Naast de Nederlandse gegevens zijn ook de adressen van corresponderende kerken opgenomen (in Noord-
Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Brazilië, Zuid-Afrika en op Celebes).

En verder …
Een handig 'visitekaartje' in het Jaarboek is het' Algemeen overzicht'.
Hierin vindt men in kort bestek enkele belangrijke gegevens van de christelijke gereformeerde kerken.
Het overzicht van de deputaatschappen telt 20 bladzijden (met gegevens over o.a. de zending en over de Theologische Hogeschool in Apeldoorn).
In de namenlijst van studenten in Apeldoorn komt men een aantal studenten uit de Nederlands gereformeerde kerken tegen.
In het Jaarboek zijn twee aparte bijdragen opgenomen. Ds. J.H. Velema gaat in op de betekenis van het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte dat 25 jaar geleden werd opgericht.
Prof. L. Strengholt richt zich in zijn bijdrage op de aktualiteit van de 20e eeuw én op de geschiedenis van de Franse revolutie, die veel meer is geweest dan een incident en zijn sporen ook in onze tijd zeer nadrukkelijk nalaat.
Rest opnieuw het jaaroverzicht van de hand van Ds. M. Drayer. In 28 dikbedrukte bladzijden werpt de auteur de schijnwerper op het brede spectrum van kerkelijke aktiviteiten binnen de christelijke gereformeerde kerken. De nieuwe predikanten worden met foto aan de lezer voorgesteld. Ds. Drayer belicht ook enkele zaken die meer op de achtergrond van het kerkelijk leven . een rol spelen, zoals de zwaarte van het ambt van predikant in onze 'konsumptie- en kommunikatiesamenleving' en de (herbezinning op) de positie van de diaken binnen de kerken.
Het Jaarboek 1989 biedt veel informatie 'over de christelijke gereformeerde kerken. Achter al die cijfers en namen leeft een kerkelijke gemeenschap met een eigen geschiedenis, eigen tradities en eigen vragen, maar met dezelfde opdracht als de Nederlands gereformeerde kerken.
Laten we ons dat toch - ondanks de verschillen die er zijn - in deze tijd goed realiseren.

Noten
(1) Onder deze kerken ressorteren soms andere plaatsen; er kan sprake zijn van kansel ruil met Nederlands gereformeerde kerken in andere plaatsen
(2) In Houten is - van christelijke gereformeerde zijde - nog geen kerk geïnstitueerd.
(3) De 23 predikanten in bijzondere dienst, de 5 hoogleraren en de 30 emerituspredikanten werden niet meegerekend.
(4) Hierbij moet worden aangetekend dat zich onder de plaatselijke kerken meer dan eens afzonderlijke preekplaatsen bevinden, waarvan ook het ledental apart wordt vermeld, hetgeen wijst op een bepaalde mate van zelfstandigheid.
(5) Deze (geografische) verschillen zijn na de scheuring in 1968 ontstaan; de vrijgemaakt-gereformeerde kerken tellen in de 4 provincies wel veel leden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief