Van Schelfzee tot Sinaï (4)

1989-08-14
  • Jaargang 33
  • nummer 17
Deze ontmoeting met Jetro zal wel hebben plaatsgevonden nádat Israël was gearriveerd bij de Horeb, 18:5. Dan meldt de schrijver het hierom zo meteen de aaneengesloten beschrijving van de verbondssluiting niet te hoeven onderbreken. Jetro's adviezen raken het dagelijkse reilen en zeilen van het volk. Hij levert een belangrijke bijdrage daaraan.
Het is bovendien duidelijk dat de hulde die hij brengt en de adviezen die hij geeft zijn ingegeven door erkenning van en verwondering over de unieke daden van Jahwè. Dat deze erkenning komt van een priester aan de rand van de openbaring onderstreept slechts de kracht van het eerbetoon. Wéér zijn het de Naam en de daden van Jahwè die dit oproepen! Je hoort de echo van de psalm later: vorsten van verre bieden Hem terwille van Jerusalem hun eerbied, hun geschenken, (Ps. 68:9 nw.ber.).

Een wijze uit het Oosten
De figuren die van buiten Israël iets komen bijdragen aan de luister van God in Zijn volk zijn voor ons wel eens moeilijk. Wat moet je van hen denken? Horen ze er nu bij of niet?
Of verkeren ze ergens aan de rand?
Gods knecht Melchisedek (Gen. 14) levert dan als dienaar van de Allerhoogste in afglijdend Kanaän nog niet zoveel vragen op. De Midianietische priester Jetro is al wat moeilijker. Evenals Agur de zoon van Jake, zo onbekommerd met ere gemeld in Spr. 30. En niet te vergetende wijze moeder van Lemuël de koning van Massa (Spr. 31).
Het valt op dat de Schrift heel open spreekt van werk en getuigenis van deze mensen aan de rand van de openbaring. Jetro was priester bij een verwant volk (de stam. Midian wordt in verband gebracht met Abrahams vrouw Ketura, Gen. 25:1). Een stam die - misschien mede wegens de familiebanden met Mozes?! anders tegenover Israël staat dan de Amalekieten. Pas in Num. 25:16vv krijgt Mozes opdracht van Jahwè, de Midianieten als vijanden te bejegenen.
En dat heeft dan een grondige reden! Nl. de poging van die kant, Israël te koppelen aan Baäl-Peor (wellicht i.v.m. de affaire Bileam).
T6t die tijd zijn de betrekkingen blijkbaar 'normaal' geweest. Jetro wordt ook Reuël genoemd (Ex. 2:18, Num. 2:14), - waarom weten we niet. Vergelijk voor Mozes’ schoonfamilie nog Num. 10:29vv;en Richt. 1:16. Ze hebben kennelijk in de positie van (welgezinde) 'vreemdelingen binnen de poorten' goede banden met Israël gehad.
De daden des HEREN zijn het, die Jetro in beweging brengen.
Daar gonsde de wereld toentertijd blijkbaar van: die God die het opnam voor Zijn volk, die zèlf afrekende met vijanden en de weg baande. Aanleiding voor Jetro was kennelijk dat hij Sippora met haar.
beide zoons terug wilde brengen bij Mozes. Waarschijnlijk had Mozes zijn gezin tijdens de Egyptische crisis laten uitwijken naar haar thuisland. Het lijkt me wat èrg 'eigentijds' de opmerking "nadat deze haar had weggezonden" te interpreteren als zou Mozes van zijn vrouw àf gewild hebben! We krijgen immers geen enkele aanwijzing dat er in dát opzicht problemen waren. In de namen van de zoons wordt een beeld opgeroepen van alles wat de HERE met Mozes gedaan had: de ontsnapping ruim 40 jaar geleden, en de roeping als een man die zich allang bij zijn vreemdelingenstatus in Midian hád neergelegd. De ontmoeting wordt wèl van tevoren aangekondigd, vss 5-6. Misschien een veiligheidsmaatregel na Amalek?
De ontmoeting is zoals die hoort te zijn. In onze ogen 'is het wel erg een zaak tussen de twee mannen, terwijl het toch om gezinshereniging ging.
De schrijver is echter bezig met Jetro's reactie op wat de HERE gedaan heeft. Vs. 8 geeft heel helder weer hoe Mozes verslag deed van Gods redding uit Egypte. En ook sinds de uittocht. Opnieuw is duidelijk dat Jetro niet alleen onder de indruk is, maar zich over Gods daden verheugt. Zodoende krijgen. we hier een onverdacht getuige, die God heel duidelijk prijst. Misschien niet als de enige God, maar dan toch wel als de God die groter is dan alle goden, vgl. 15:11. Jetro gaat dus niet zo ver als Naäman later, 2 Kon. 5:15, maar hij belijdt de HERE wel, en brengt Hem ook hulde. Zie de offers in vs. 12 en de bijbehorende offermaaltijd.
Blijkbaar heeft niemand moeilijk gedaan over de vraag of dat wel kon: iemand die toch tenminste 66k andere goden erkende, of diens hulde aan Jahwè wel welkom was!
Het is de ruime en nodigende houding die de Bijbel zo vaak aanneemt ten opzichte van mensen, die echt onder- de indruk zijn van de HERE, en op zoek naar Zijn waarheid.

…en goede raad
Heel beeldend tekent de schrijver nu de situatie van Mozes en het volk, waarin Jetro een belangrijke verbetering aanbrengt. Alle mensen met een 'zaak' komen tot hem; niemand vindt ooit zijn eigen zaak onbelangrijk.
Ieder gaat naar het hoogste kantoor: om God te vragen!
Het is niet aan te nemen dat de stam van Jacob, uitgegroeid tot een volk in Egypte, geen stelsel van familiaal en burgerlijk recht heeft gekend. Die zullen wel ontwikkeld zijn uit wat de HERE aan de vaderen had bevolen, sámen met wat sinds Mesopotamië in de familie, later de stam, nog later het volk opgeld had gedaan. Mozes werd nu geraadpleegd omdat zijn positie als man Gods algemeen erkend was. Hij verkeerde met God.
Hij maakte ook tot dusver instellingen van God (principes, denk aan hfdst. 16) en daarop gegronde wetten (onderwijzingen) bekend.
Logisch dat ieder zich tot hem wendt, én dat Mozes zich aan deze claim niet durft onttrekken. De raad van Jetro, die kennelijk het één en ander aan ervaring had vanuit Midianieten en Kenieten, is bij uitstek praktisch. Bovendien is hij ervan overtuigd dat het opvolgen van zijn raad betekenen zal dat de HERE Mozes (nog meer). helpt! In deze oplossing blijft Mozes man Gods, hoogste rechter namens Jahwé, vertegenwoordiger van het volk bij God, en wet- en regelgever namens de HERE. Kleinere en lagere zaken moeten behartigd door flinke mannen, die godvrezend zijn, betrouwbaar en niet toegankelijk voor omkoperij. Deze vereisten hebben zowel verbinding met de rechtsstelsels van Mesopotamië van toen als met die voor ambtsdragers in de latere kerk! Het is een stelsel met oplopende verantwoordelijkheden.
De meeste zaken moeten deze rechters zelf afkunnen, desnoods via een 'hoger beroep'. Alleen de werkelijk grote zaken bereiken Mozes dan - wellicht die zaken waarover de HERE ook inderdaad geraadpleegd moet worden.

Indien gij dit doet en God het u gebiedt…
Met dit bijna laconieke zinnetje laat .Jetro aan één kant uitkomen dat hij ervan overtuigd is dat de HERE het met zijn raad eens zal zijn. Anderzijds stelt hij die ook afhankelijk van Gods bevel. Hij beseft dat van dit grote volk de wetgever alléén die geduchte God is, aan wie het moge behagen zijn ervaren bijdrage te ijken! Dit blijkt een hele verbetering; en dat op een punt dat - voor alle betrokkenen voelbaar - een probleem aan het worden was. De herhaling, vs. 24 vv, met minieme verschillen inde gebruikte woorden, wordt door een Semiet niet als saai of vermoeiend ervaren, maar juist als onderstreping en inscherping.
Het is aan te nemen dat de aangestelde lekenrechters ook fungeerden als officieren in de strijd. Dit gezien de aantallen mensen waarvoor ze verantwoordelijk waren. We moeten van Israël niet aannemen dat in ambtelijke functies strikt gescheiden werd tussen recht, geloof, burgerlijke en militaire zaken.
Zo zien we hier dat het raadplegen van de erkende man Gods (vgl. ook 1 Sam. 9:9) een belangrijke aanvulling krijgt. Met het nuchtere doel dat , Mozes het vol kan houden. En dat de mensen vanwege de efficiënte aanpak van het recht tevreden gesteld worden. Niets was blijkbaar ook toen al fnuikender voor de tevredenheid dan wachten ...!
We moeten er bij het nadenken over de geboden van God nuchter rekening mee houden, dat de HERE allerlei praktische wijsheid, die van oude tijden was vergaard of gebleven, aan Israël heeft laten doorgeven, en opgenomen in Zijn onderwijs. Echter, het is dan wel door een deskundige van buiten dat Israël van deze wijsheid verwerft. Maar het mooie is dat de man zijn raad geeft als iemand, die van Gods daden wérkelijk onder de indruk is!
De HERE houdt Zijn volk bescheiden door de wijsheid van elders die Hij bijna achteloos aan lsraël beschikbaar stelt. Maar het is wél wijsheid, ingebracht door de erkenning van Zijn grote daden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief