Over de·wetenschappelijkheid van de theologie
1989-08-14
Ons instituut je van de Theologische Studie-Begeleiding is in het rapport van de Verkenningscommissie Godgeleerdheid niet ge'screened' geworden. Hoe zou het oordeel over ons uitgevallen zijn, indien dat wèl het geval was, zo heb ik me de afgelopen tijd afgevraagd. Ik denk dat wij uit wetenschappelijk oogpunt geen hoge ogen zouden hebben gegooid.- Jaargang 33
- nummer 17
Is dat iets om van wakker te liggen?
Op de achtergrond van het nu ontbrandende gesprek over de kwaliteit van het theologische onderwijs in Nederland staat natuurlijk het oude probleem of theologie überhaupt wel wetenschap is. Velen zeggen van niet. Het lijkt me nu een verleiding voor de door het genoemde rapport geïnkrimineerde opleidingen om deze vluchtweg in te rennen en met veel aplomb te beweren dat de commissie zo dom is geweest om appels met peren te vergelijken en dat de theologie eigenlijk met niets vergeleken kan worden. Dat zou dan de zoveelste mystificatie van de theologie zijn. Echter, als zij er niet tegen zou kunnen om met behulp van algemene normen op haar waarde getoetst te worden, dan zou men van de theologie op z'n minst mogen vragen dat ze zich uit de academische wereld terugtrekt en zich in het kader van de beroepsopleidingen voegt.
Ik zou dat een groot verlies vinden. We moeten in de theologie de pretentie van wetenschappelijkheid niet laten vallen. Hoe genuanceerd die wetenschappelijkheid ook gehanteerd moet worden, het zou verkeerd zijn daar geheel van af te zien. Iets anders is dat het wetenschappelijk gehalte van de theologie vandaag de dag in toenemende mate een zaak van methode begint te worden. Niet zozeer wàt men bedenkt, maar h6e men het bedenkt, is dan nog belangrijk.
En dat 'hoe' wordt dan bovendien nog afgemeten naar het bijkomstige: of er wel voldoende literatuur verwerkt is en of de redeneergang wel opgezet is volgens overzichtelijke schema's als 1.1.1., 1.2.1., 1.2.2., enzovoorts. Waar blijft eigenlijk het zelfstandig nadenken over de dingen? Inderdaad met verwerking van zoveel mogelijk gegevens, maar toch zo dat je merkt: hier is de zelfstandig onderzoekende geest aan het werk. Het komt vaak voor dat ik een theologisch boek lezend bij mezelf denk: daar en daar zo ik nu graag eens over door willen praten, maar dat kan niet want de auteur glijdt daar achteloos overheen. Dus precies daar waar het echt theologisch begint te worden, valt het stil en zijn alleen de hulpwetenschappen waarvan de theologie zich bedient aan het woord. Theologie is vooral een denkwetenschap, een nadenken - systematisch, ja, maar een absoluut vereiste is dat niet over wat God over Zichzelf te weten gegeven heeft. Ik durf niet beoordelen of de genoemde commissie naar deze hoge en tegelijk normale opvatting van theologie de bestaande opleidingen heeft onderzocht, maar nu de vraag naar de wetenschappelijkheid van de theologie weer op het tapijt verschijnt, wil ik de gelegenheid aangrijpen om die theologie aan deze eigenlijke wetenschappelijkheid te herinneren.
Ik ga nog even door op dat eigenlijke van de theologie. De mens is door zijn Schepper in een drievoudige relatie gesteld. Inde eerste plaats staat hij onder God, in de tweede plaats staat hij naast zijn naaste en ten derde is hij boven de dieren en de dingen gezet. Nu is wetenschap bedrijven een vorm van gezagsoefening van de mens over de werkelijkheid.
Daarom lukt,wetenschap het beste wanneer het over de dieren en de dingen gaat, wordt het moeilijker ten aanzien van de mensen en is het recht hachelijk waar het de Here God betreft. Puchinger leerde ons in zijn Polemios-periode de waardevolle uitspraak van de Leidse theoloog Franciscus Junius: De Deo etiam verum dicere periculosum, dat is: Over God de waarheid te zeggen is zelfs nog gevaarlijk. Deze uitspraak stelt de haçhelijkheid van de theologie als wetenschap goed in het licht, maar houdt tegelijk aan het 'verum dicere' van de theologie toch vast. En het kan niet anders, dit 'verum dicere', dit spreken van de waarheid, houdt een pretentie van wetenschappelijkheid in. De wetenschap wil dat immers ook, zij zoekt naar de waarheid ook wanneer de Heiland zegt dat Hij in de wereld gekomen is om aan de waarheid getuigenis te geven (vgl. Joh. 18:37), kunnen wij er niet. omheen hierin een pretentie te beluisteren waaraan niemand zich kan onttrekken. Ook de wetenschapper niet, al het cynische gevraag van een Pilatus ten spijt.
Zeker, Christus' uitspraak doet een appèl op het gelóóf van de mens en dat betekent dat tjet verband met de wetenschap tamelijk ver verwijderd is. Wetenschap staat immers zeker niet, zoals het geloof, in het centrum van het mens-zijn. Toch is het heilloos die twee, geloof en wetenschap, geheel van elkaar los te maken.
Scheiding tussen geloof en wetenschap kan bepaald niet als het ei van Columbus worden begroet. Het lijkt aantrekkelijk, je bent van veel 'gezeur' af, maar zo eenvoudig ligt het toch niet.
Maar, zal iemand zeggen, je eigen definities keren zich tegen je bewering: Want je zegt dat wetenschappelijk bezig zijn een vorm van gezagsoefening van de mens over de werkelijkheid is. Nu dan, het is toch pure waanzin dat een mens gezag zou uitoefenen over God? Theologie betekent letterlijk 'leer over God'.
Dat maakt dan volgens je eigen omschrijving die theologie als wetenschap onmogelijk. Ik erken gaarne dat precies hierin het hachelijke van de theologie als wetenschap gelegen is. Toch mogen wij niet aan de geweldige werkelijkheid van het verbond voorbijzien. In het verbond geeft de Almachtige ons een soort 'greep' op Zichzelf. Hij spreekt zijn beloften en zegt: daar mag je Mij aan houden. Zelfs nodigt Hij ons uit om Hem te beproeven (vgl. Mal. 3:10). Ik weet wel dat wij met die uitnodiging een geheel verkeerde kant op kunnen gaan. Inderdaad moet "Massa ons ten afschrik wezen", zoals de Oude Berijming van Psalm 95 ons vermaant. (Massa betekent 'op-de-proef-stelling'.) Maar toch: "Beproeft Mij daarmede ..." - daarin is de weg van zoiets als de verifikatie en de falsifikatie voor ons opengesteld. De taalvelden van de bijbel en de wetenschap haken hier in elkaar en daarop grond ik mijn pogen die twee bij elkaar te houden. Woorden als 'verifikatie' en 'falsifikatie' zijn woorden die naar het laboratorium ruiken, maar we doen niet goed ze daaraan af te staan. Dan zouden we meewerken aan de kolossale fout de wetenschap al maar dingelijker te maken. Heel algemeen gesproken wordt al met zorg een tendens naar ver-bèta-isering van de wetenschap opgemerkt. Men pleit daartegenover terecht' voor het vasthouden van het verband met de humaniora (de studies die iemand tot mens maken).
Zou het niet nóg heilzamer zijn om de plaats van de theologie in het wetenschapspakket krachtiger dan tot dusverre te onderbouwen?
Daarom doe ik ook al terwille van de menselijkheid van de wetenschap een goed woordje voor het wetenschappelijk karakter van de theologie.
Het kan voor de héle wetenschap geen kwaad eraan herinnerd te worden dat de menselijke beheersing van de werkelijkheid haar grenzen kent.
Wetenschap dus, de theologie. En dat betreft dan niet alleen de hulpwetenschappen waarvan zij gebruik maakt: de linguïstiek, de psychologie, de sociologie, enzovoorts, nee, bij theologie wil ik blijven denken aan het meest eigenlijke van wat zij bedoelt te zijn: leer over God. Over God, voor zover Hij Zichzelf aan ons te kennen geeft, het allermeest in Zijn Woord. Deze volle theologie wil ik voor wetenschap houden. Wie de twee, geloof en wetenschap, van elkaar scheidt, zie ik lijden aan het euvel van het docetisme, een dwaalleer die ontkent dat het Woord echt vlees geworden is. Praktisch gesproken zal zo iemand zich ook meer thuis voelen in de evangelische kerk, voor welke geloof iets totaal' anders is dan wetenschap. Gereformeerd is het echter om met artikel 2 van de NGB te belijden: "Wij kennen God door twee middelen. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regering van de hele wereld. Want deze is voor onze ogen als een prachtig boek, waarin alle schepselen, groot en klein, de letters zijn die ons te aanschouwen geven wat van God niet gezien kan worden, namelijk zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, zoals de apostel Paulus zegt in Romeinen 1 :20. Dit alles is voldoende om de mensen te overtuigen en hun elke verontschuldiging te ontnemen. Ten tweede maakt Hij Zichzelf nog duidelijker en volkomener aan ons bekend door zijn heilig en goddelijk Woord, namelijk voor zover dat voor ons in dit leven nodig is tot zijn eer en tot behoud van de zijnen." Eigenlijk houdt dit belijdenis-artikel alle wetenschappen, de theologie inkluis, bij elkaar en zet ze in het ene kader van het VERBOND. Althans, dit bijkomende nut werpt dit belijden af.
Moge het rapport van de Verkenningscommissie voor ons een aansporing zijn om over de wetenschappelijke kwaliteit van ons theologisch bezig zijn te waken. Niet om ons voor een menselijk tribunaal waar te maken of om ongehinderd maatschappelijke controleposten te kunnen passeren (dat is hier ons pakkie-an niet), maar om zo algemeen geldig mogelijk te getuigen van de waarheid die in Christus is.