Boekbespreking

1989-08-14
  • Jaargang 33
  • nummer 17

Ouderdom verplicht

(overheid en burgers in een vergrijzende samenleving) Uitg. De Vuurbaak, Barneveld; 83 blz. f 12,50

De Groen van Prinstererstichting, het wetenschappelijk bureau van het GPV, wil met dit boekje een bijdrage geven aan de publieke discussie over 'het ouderenbeleid'. Zij heeft dit op een goede manier gedaan, We leven nl. in een maatschappij, die verhoudingsgewijs steeds méér personen van 65 jaar en ouder als leden zal hebben. Was dat aantal in 19508%, inmiddels is tiet gestegen tot 13% en het loopt naar schatting op tot 24% over 50 jaar. De gemiddelde leeftijd neemt toe en het aantal jongeren neemt af a.g.v. een terugloop van het geboortecijfer.
Het aantal werkenden (20-64 jaar) zal ongeveer gelijk blijven, mogelijk iets teruglopen.
Die ouderen behoren, zegt het rapport terecht, een waardige plaats in de samenleving in te nemen, een gegarandeerd basis-inkomen te hebben (AOW), maar in veel gevallen hebben zij ook speciale zorg nodig. En dat alles moet niet alleen uitvoerbaar, maar ook (door de overheid) betaalbaar zijn.
Problemen te over voor hen die in het landsbestuur een taak hebben, maar ook in gewestelijke en gemeentelijke besturen komen deze zaken aan de orde. Ook binnen de politieke partijen en in de kring van de kerkelijke gemeente moeten we er mee bezig zijn. (Vraag: zijn we ons dat bewust? Beseffen we dat de samenstelling van onze gemeenten zal wijzigen en wat dit betekent voor de pastorale zorg?) Het rapport geeft ons veel basisinformatie en komt ook met zinnige aanbevelingen. Op enkele aspecten wil ik terloops ingaan.
Vergrijzing is geen probleem, mag dit niet worden als we letten op het perspectief dat de ouderen biedt en de vele taken, die de ouderen zullen kunnen vervullen (21). Ik zou daar bij willen aantekenen: indien ze zich dan ook maar tijdig vóór de pensioengerechtigde leeftijd bezinnen op wát ze daarna ter hand kunnen nemen.
Ouderdom, zo lees ik verder, is geen probleem (23), zeker niet als de oudere een volwaardige, zoveel mogelijk zelfstandige, maar ook geïntegreerde plaats in de samenleving kan innemen. Weliswaar hebben ze daarbij specifieke aandacht en zorg nodig. Het is ook zaak dat tijdig goede verzekeringen afgesloten worden om de ouderen onafhankelijk te doen leven.
Zorg, zoals voorheen gegeven werd, waarin de kinderen hun ouders in huis en/of gezin opnamen, tref je weinig meer aan. Dat kan momenteel ook niet. De behuizing leent er zich niet voor, we zijn ook ontgroeid aan dat samenleven van oud en jong, waaraan ook voorheen aanzienlijke bezwaren verbonden waren.
De samenleving heeft nu die zorg overgenomen dan wel behoort die over te nemen. Vrijwilligerswerk kan veer baat geven en mantelzorg dient gestimuleerd te worden (in een groep elkaar helpen).
Waar de ouderdom met gebreken komt, zal voor voldoende plaatsruimte in verpleeghuizen en bejaardenoorden zorggedragen dienen te worden. Bijzondere aandacht behoren we te geven aan de identiteit van deze huizen. Het overheidsstreven neigt ernaar alles 'algemeen' te maken, waardoor het christelijk karakter van de verpleeg- en verzorgingshuizen aangetast wordt en eerlang verloren dreigt te gaan.
Dat is voor de ouderen moeilijk te verteren. Ze gevoelen zich dan niet thuis, hoe aardig het verzorgend personeel ook is, hoe verkeer met mensen-van-bulten-de-kerk ook aantrekkelijke kanten kan hebben.
De zorg voor de ouderen - en daarvan is nog maar weinig ter sprake gekomen, het probleem is omvangrijker dan ik hier kan aangeven kost veel geld, maar in de politieke opstelling voor langere termijn moet dit geld er komen en dat kan ook, zo heeft men berekend. Dat kan zeker als er enige economische groei is.
Het boekje geeft aandacht aan veel aspecten van het ouder worden. En gelukkig in positieve zin. Het is geschreven vanuit de taak, die de gemeenschap t.a.v. de ouderen heeft en het is ook stimulerend voor die ouderen zelf. Je kunt het zo aan hen in handen geven. In die zin is het van meer betekenis dan het boekje 'Als maar ouder worden', dat onlangs in deze kolommen besproken werd; C. van Dijk, Utrecht

De Cirkel en het Kruis

Drs. P.J. van Kampen. De Cirkel en het Kruis; New Age-denken en Christelijk geloof. 158 blz. Uitg. Kok, Kampen 1989 f 24,50.
De auteur van dit boek is geen onbekende voor de lezers van Opbouw.
In meerdere artikelen(reeksen) hebben ze net als de studenten van de Reformatorische Bijbelschool kunnen profiteren van zijn brede kerkhistorische en cultureel georiënteerde belangstelling. Ook dit boek een kritische verkenning van een opkomende tijdgeest - doet de schrijver kennen als iemand die gedegen kennis van historische achtergronden en actuele stromingen paart aan een in alle bescheidenheid helder oordeel.
Onder de welgekozen titel 'De Cirkel' en het Kruis' wordt een beeld getekend van. een levensbeschouwing in wording, waarin elementen uit oosterse religies; uit antroposofisch en theosofisch denken, uit occultisch en feministisch gedachtengoed samenvloeien.
Een levensbeschouwing die appelleert op het onbehagen over een wereld waarin door grootschalige techniek en economie weliswaar welvaart maar geen welzijn is gebracht.
Zoals in het begin van de vorige eeuw tegen het kille rationalisme van de Verlichting de reaktie van de Romantiek opkwam en de tijdgeest bepaalde, zo nu de New Age-beweging als reaktie op een samenleving beheerst door geloof in de heilbrengende kracht van wetenschap, techniek en organisatie.
Van Kampen geeft in zijn boek een tekening van een aantal tendenzen in de westerse cultuur van de laatste eeuwen die geleid hebben tot wat Càpra - een prominent woordvoerder van New Age - omschrijft als een gefragmenteerde samenleving, waarin de samenhang van mens en natuur, van mens en medemens, van lichaam en geest is verbroken. New Age zoekt naar een nieuwe integratie, naar heelheid. De bronnen waaruit men in New Age-kringen geneeskracht wil putten worden in een aantal hoofdstukken, telkens voorafgegaan door karakteristieke citaten uit relevante literatuur, op boeiende wijze getekend; pantheïstische oosterse religies met hun cyclische geschiedenisopvatting, de moederaarde-idee met alle magische connotaties ervan, de theosofie, tendenzen in de moderne fysika en de geneeskunde zowel als in de vrouwen en milieubeweging. Een conglomeraat van ideeën dat een geestelijk 'klimaat wil' vormen waarin de mens in harmonie met de kosmische krachten ontspannen een betere toekomst tegemoet kan gaan.

Veel waartegen New Age zich keert, de aantasting van het milieu, een materialistisch groei-geloof gericht op individualistische behoeften bevrediging, een op beheersing gerichte wetenschap die voor het diepst eigene van de mens geen oog heeft, verontrust ook christenen. In mystiek-getinte Rooms-Katholieke kringen valt dan ook soms duidelijke sympathie voor New Age te constateren.
Zo niet bij Van Kampen. Naast kritische vragen met betrekking tot Capra's verbinden van moderne fysica en oosterse religie geeft hij in een heldere, bijbelse stellingname ten opzichte van de verleidende geesten die in New Age aan het woord komen een krachtig getuigenis van onze christelijke heilsverwachting: de komst van onze Heer Jezus Christus als voltooiing van de geschiedenis en een nieuw begin. Niet een New Age, een nieuw tijdperk in een eindeloze kosmische cirkelgang waarin de mens in een pantheïstisch al opgaat brengt heil, maar het kruis en de opstanding van onze Heiland zijn het vaste fundament waarop we ons leven hier en nu mogen bouwen - en vanwaar we het uitzicht hebben op een nieuwe aarde, waar we in een nieuwe eeuw als nieuwe mensen onze bestemming vinden.
'De Cirkel en het Kruis' is een goede gids voor wie in een breed gebied van hedendaagse stromingen de geesten wil beproeven. Het kome in handen van velen -die bewust of argeloos bij de strijd der geesten betrokken zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief