Pastorale notitie
1989-09-01
- Jaargang 33
- nummer 18
Overval door het portierraam
Ik moet u via dit stukje getuige doen zijn van een brutale roofoverval, gepleegd via het portierraam van een begrafenisauto, bedoeld om verdrietige kinderen Gods de vrede te ontnemen. Het gebeurt tijdens de begrafenis van een oude, gezegende familievader. We zitten in de eerste zwarte wagen, vlak achter de lijkauto: achterin oma met haar oudste dochter en schoonzoon; voorin de predikant, naast de chauffeuse.
De samenkomst was goed geweest.
Het begin ervan was zelfs indrukwekkend.
Oma had daar bij de ontvangst gestaan in de grote kring van kinderen, mensen van middelbare leeftijd, en in de nog grotere van kleinkinderen: een enorme schare jongelui van tussen de twintig en dertig. Er was zoveel reden tot dankbaarheid.
Grootvader was ontslapen in de Here. Zijn vele dochters hadden, logerend in het comfortabele ouderlijke huis, hem afwisseldend kunnen verzorgen, zodat hij overeenkomstig zijn dierbaarste wens daar had kunnen sterven, waar hij met vrouwen kinderen zo veel jaren gelukkig was geweest. Van dit huis had hij nog maar geen afstand kunnen doen.
De dienst van Woord en gebed was goed geweest. De Here had een venster in de hemel geopend en Hij had Zijn troost en vree rijkelijk over ons uitgestort.
Maar toen liet de vorst van hierbeneden zien dat ook hij vensters kan openen.
Stel u voor: we rijden de lange smalle oprijlaan van het oude stadskerkhof op. Er staan veel mensen.
De chauffeuse manoevreert voorzichtig en bekwaam tussen hen door. Er blijft nauwelijks ruimte tussen de wachtenden en de auto. Dan geeft de uitvaartleider het teken dat we wachten moeten tot de dragers de kist uit de lijkauto hebben geschoven en op de schouders hebben genomen: Ja, onze dode wordt nog uitgedragen! Dat gebeurt niet altijd meer! Piëteitsvol sluit de chauffeuse het contact af zodat de motor zijn gezoem staakt. Het is doodstil in de wagen. Alle ogen zijn gericht op wat daar voor ons gebeurt: "Daar gaat vader!"
Dan gebeurt het: op het moment waarop chauffeuse met een druk op de knop het raam opent (het werd te warm binnen) breekt een harde kakelende stem naar binnen: "Ik zeg nog tegen hem ... Blijft dat mens nu met dat grote huis zitten!!! ... Ik zeg maar ... je ken toch je huis niet meejneejme!!
Dan is het alweer voorbij.
De leider geeft het teken dat we naderen kunnen De motor is weer gestart. Het raam haastig gesloten.
De stilte is diep.
Enkele ogenblikken later staan we aan de open groeve. De kist is gezakt.
Ik mag luid het CREDO zeggen, het geloof, dat de gestorvene zo van harte beleden heeft. Ogenblikkelijk bij de eerste woorden mengt de stem van oma zich met de mijne en samen met haar kinderen hebben we ontroerd, maar duidelijk hoorbaar de rijke woorden gesproken van het begin tot het einde: wederopstanding van het vlees en een eeuwig leven!.
Wat is de Heermachtig!
De banale overval door het autoraam is afgeslagen.
Maar wat hebben we een afschuwelijk slimme tegenstander: hij weet precies op welk knopje hij moet drukken en wanneer.
Onze Vader in de hemel, temt onze tong.
En geef dat hij de naaste geen schade doet.
En verleen ons uw vrede zodat de tong van de ander ons niet schaadt.
En verlos ons van den boze.
Amen.