Persschouw
1989-09-01
Bemoedigend- Jaargang 33
- nummer 18
Bemoedigend (I)
Een aantal jaren geleden, met vakantie in Folkestone, zag ik een kerkgebouwtje, geheel vervallen, de ramen met planken dichtgespijkerd. Op het verveloze bord aan de voorgevel was nog net te lezen, dat dit kerkje sinds 1648 had bestaan.
Sinds de 17e eeuw zijn er in Engeland vele van die kerkjes ontstaan, die naast de grote Anglicaanse kerken, de Baptist Union en de Methodisten altijd zelfstandig hun weg zijn gegaan en in confessionele trouw het evangelie van de vrije genade hebben uitgedragen. Nu had ik ergens gelezen, dat dit kerkje weer gebruikt werd. En vanwege het bijwonen vaneen huwelijk enkele dagen daar ter plaatse, had ik de gelegenheid op zondagmorgen 16 juli naar de straat te wandelen waar ik dat gebouwtje eerder had opgemerkt.
Tot mijn verwondering zag ik een geheel gerenoveerde kerk, nieuwe stalen ramen, een fris geschilderde voorgevel met een bord, waarop Grace Chapel (1648).
De deur stond open en binnenkomend trof ik één man aan.
Een robuuste kerel, zoals je die daar aan de haven kunt aantreffen, blote getatoeëerde armen en een ringetje in het oor.
Terwijl ik naast hem in de bank ging zitten, vertelde hij me dat de kerk in 1979 nog 3 leden telde. Het kerkelijk leven hield toen op. Hier was de kerk echt tot niet gekomen.
Maar in 1987 bleken er her en der verspreid in de omgeving toch weer 11 leden te wonen en deze hebben een nieuw begin gemaakt. Nu, in 1989 telt de gemeente 20 leden.
Inmiddels bleek dat mijn buurman ook nog een vrouwen drie kinderen had, die ook aanschoven in de bank.
Verder kwamen er zo nu en dan nog wat mensen binnen, voor en ook nog tijdens de dienst, zodat er bij het begin van de preek over Lukas 6:1-5, 30 mensen in de blank geschuurde banken zaten. Na de dienst bij de koffie (die was er ook) kon ik merken dat deze mensen blij waren vanwege het feit dat de Here deze mogelijkheden opnieuw gegeven had.
En bij-de-tijd waren ze ook, want zo werd afgekondigd, in de avonddienst zou in de preek speciaal aandacht worden gegeven aan de New-Age beweging, aan een ketterij, die in de brieven van Paulus reeds werd genoemd.
Heel voorzichtig heb ik wel gevraagd of een preek van 55 minuten niet wat aan de lange kant was, maar men was gewend aan een kerkdienst van anderhalf uur.
Het was goed daar te zijn en in deze tijd van kerkverlating bemoedigend.
C.C.
Bemoedigend (II)
Op diezelfde zondag woonde ik de avonddienst bij in Westminster-Chapel, Londen.
In de loop van 20 à 25 jaar ben ik daar al vele keren geweest, op mij heeft die kerk altijd een heel bijzondere aantrekkingskracht, vooral ook om de wijze waarop daar gepreekt wordt.
Sinds een jaar of tien is Dr. R.T. KendalI aan die gemeente verbonden.
Geboren in één van de zuidelijke staten van Amerika, daar ook predikanten geweest. Later tn Oxford gepromoveerd op 'Calvijn en de Engelse Calvinisten'. Omdat hij in zijn dissertatie beweert dat het Engelse Calvinisme en ook de Westminster Confessie niet de lijn van Calvijn hebben doorgetrokken, maar meer wortelen in de periode van na Calvijn, is hij een wat omstreden figuur.
Waren er in de zestiger jaren niet zoveel buitenlanders in de kerk, nu ontmoet je daar alle mogelijke nationaliteiten. Maar deze keer trof mij iets, dat ik nog niet eerder daar gezien had. Het was een mooie warme zomeravond, honderden en honderden mensen wandelend en slenterend langs de straten, velen vermoedelijk nog niet wetend hoe ze de zondagavond zouden doorbrengen.
Maar tussen al die mensen waren er, die gesprekken aanknoopten en vriendelijk opwekten om mee naar de kerk te gaan. Een tijdje heb ik dat gadegeslagen en ik telde zeker een tiental voorbijgangers, die aan de uitnodiging gevolg gaven. Soms lukte het bijna, maar bij de kerkdeur zei men weer nee. Maar toch, tussen al die zes- en zevenhonderd kerkgangers zaten mensen, die zo van de straat waren meegenomen. Totaal verschillende mensen. Een keurige oudere heer, een jongen met een Joods uiterlijk, een jonge vrouw met een hoog vuurrood kapsel, een jonqen met een rafelige broek, kennelijk afkomstig uit het Caribische gebied en nog andere meest jongeren.
En allemaal luisterden ze die avond zeker drie kwartier naar een preek over Psalm 34:7-8. Gods engelen en satans engelen. Engelen van boven tot bescherming en engelen van beneden tot verleiding, tegenstelling tussen hemel en hel. Toch een niet zo eenvoudige preek. Na de dienst (weer bij de koffie) zag ik, dat men met deze mensen onmiddellijk verder ging spreken.
Dat in zo'n wereldstad op die zondagavond nog zoveel mensen, misschien wel voor de eerste keer, de boodschap van het evangelie hebben gehoord: ook dat vond ik bemoedigend.
C.C.
We knipten deze beide artikelen uit het CONTACTBLAD - ten dienste van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Zaandam. Ze zijn van de hand van C. Camfferman; ouderling te Zaandam. Het is inderdaad bemoedigend te mogen merken in een tijd waarin velen de Here en zijn kerk verlaten, dat Hij doorgaat met zijn werk en daarbij mensen' van vlees en bloed inschakelt. Het geeft moed voor de toekomst. Er zal een kerk blijven bestaan. Hoe die er uitziet weet ik in de verste, verte niet.
Is ook niet nodig. Maar Christus is een Koning, ja, een eeuwige Koning, die zonder onderdanen niet zijn kan (zie artikel 27 NGB). Soms merk je weinig meer van de kerk. Schijnt ze bijna tot nul gereduceerd. Maar dan plotseling dient ze zich weer aan, En het gaat daarbij altijd om de bevrijdende prediking van het evangelie!
De verkondiging doet het! Maar dat maakt ons als het goed is niet passief.
Nee, integendeel, die verkondiging van het heilig evangelie zet ons in vuur en vlam, We blijven dan niet meer op ons plekje behaaglijk en knus zitten. Maar we gaan de mogelijkheden na om anderen te lokken tot Christus. Daar in Londen had men een simpele methode bedacht, al vraagt ze wel je volte inzet en nazorg. Maar dat hebben wij er toch graag voor over of niet soms? Gered om anderen te redden. Dat zij het adagium van de kerk! En dan doet God op zijn tijd wonderen. Dan zuilen ze komen van Oost en West en Noord en Zuid en mogen ze behoren tot het Koninkrijk der hemelen!