Gereformeerd zijn in de moderne tijd

1987-01-23
  • Jaargang 31
  • nummer 3
Het geloof spreekt als volgt: ik geloof u, God, wat U ook zegt. Maar wat zegt God? Onmogelijke dingen, woorden die als leugens klinken, dwaas, zwak, absurd, weerzinwekkend, ketters, duivels, wanneer men naar redelijke maatstaven oordeelt. (...) Dus moeten alle gelovigen binnengaan in de duisternis van het geloof, hun redelijk denken uitschakelen en zeggen: jij dwaas verstand van mij, jij snapt niets van wat God doet; sta me daarom niet in de weg maar houd je mond; matig je geen oordeel aan, maar luister naar Gods woord en GELOOF.

Maarten Luther, Commentaar op Galaten 3 :6

Het klinkt nogal. zonderling, wat Luther zegt in zijn grote Commentaar op Paulus' brief aan de Galaten van 1531 naar aanleiding van hoofdstuk drie vers zes. Heel radicaal drukt hij hier datgene uit waarover het in het vorige artikel ging: Gods heil sluit in geen enkel opzicht aan bij onze werkelijkheid. Wat wij van Hem moeten geloven, klinkt zo dwaas en ongeloofwaardig, dat ons redelijk denken het op geen enkele manier kan plaatsen. Ja, Gods Woord is zelfs op het- ketterse en duivelse af, gerekend naar de maatstaven van ons gezonde verstand, zodat je Jezelf in zekere zin geweld moet aandoen om het te geloven! Menigeen vindt, dat Luther hier wel erg ver gaat, om niet te zeggen te ver .. Maar wanneer je deze woorden betrekt op het wonderlijke evangelie van de rechtvaardiging van de goddeloze - zoals Luther in zijn commentaar ook doet - ga je begrijpen hoe wáár het is wat hij zegt.

Eengruwel!
De rechtvaardiging van de goddeloze, die woorden stammen uit Romeinen 4: 5, waar Paulus spreekt over een mens "die zijn geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt." Er is met die uitdrukking 'iets aan de hand. 'Rechtvaardigen' is nl. voor Paulus het woord dat het tegenovergestelde van veroordelen" aanduidt, vgl. Romeinen 5: 18; 8: 33,34.
Het komt dus uit de rechtszaal, waar de rechter tot taak heeft misdadigers te veroordelen en onschuldige verdachten .vrij te spreken (= te rechtvaardigen). De recente .processen in Argentinië" tegen de beulen van het generaalsbewind hebben weer eens aangetoond hoe emotioneel geladen de rechtspraak kan zijn. Wat een golf van verontwaardiging sloeg er over dat land, toen een beruchte folteraar bij gebrek' aan bewijs moest worden vrijgesproken. Heftig werd er door de bevolking aangedrongen 'op berechting van al die gewetenloze schurken die verantwoordelijk waren voor de verdwijning van talloze onschuldigen. Zo vinden wij ook in het Oude Testament de niet mis te verstane waarschuwing van God, dat Hij het niet accepteert als de rechtspraak zo corrupt is geworden, dat de onschuldige veroordeeld wordt en de misdadiger ongemoeid wordt gelaten. Vgl. Spreuken 17 : 15:

Wie een goddeloze vrijspreekt
en wie een rechtvaardige veroordeelt,
deze beiden zijn de HERE een gruwel.

De goddeloze, de man die met grof geweld over medemensen heenloopt en zich aan God noch gebod stoort - het is een gruwel als die zijn straf ontloopt en van de rechter niets te duchten heeft. En laat Paulus zo iets gruwelijks nu in Romeinen 4:5 aan God zèlf toeschrijven! Hij is het, die de goddeloze vrijspreekt! God is zo'n rechter, van Wie een gewetenloze schurk niets te vrezen heeft Bij Hem zelf is de rechtspraak zo totaal op zijn kop gezet. dat het heftige aandringen op de berechting van mensen die de ·beest uithangen niets uithaalt!
Hoe kan een man als Paulus, die toch buitengewoon vertrouwd was met het Oude Testament, zo'n schrille, om niet te zeggen godslasterlijke wanklank laten horen? Wat is dat voor vreemde boodschap, dat God zou doen wat Hij zelf een gruwel noemt? Is dit niet absurd, ketters, duivels???

Wees niet te zeer rechtvaardig ...
Sinds Luther het erin heeft gehamerd, dat wij niet uit werken gerechtvaardigd worden maar door het geloof alleen, zijn wij zo vertrouwd geraakt met die boodschap dat 'Ye er zelden meer van opkijken. Het is een _van de meest versleten stukken meubilair geworden van de gereformeerde inboedel. Daarom is het zo goed, om door Luthers rouwen taal in onze rust gestoord te worden en te gaan beseffen, dat dit 'afgezaagde' leerstuk in werkelijkheid als een stormwind door ons leven wil gaan. Gerechtvaardigd worden door het geloof' alleen, dat betekent niets minder dan dat een mens niet meer bang hoeft te zijn voor zijn tekortschieten, zijn grove nalatigheid, zijn streken, zijn misstappen. Als je jezelf. een hoop te verwijten hebt, vestig dan je geloof op .God die zo'n vreemde rechter is, dat Hij mensen van jouw slag nota bene de hand boven het hoofd houdt!
Voor Paulus is deze schrille wanklank dus evangelie, goed nieuws. Hij sluit er mee' aan. bij Jezus zelf, die eveneens goed nieuws .had voor de goddelozen. Denk maar aan de gelijkenis van de Farizeeër.
en de tollenaar (Lukas 18 -9-14), waar het recht naar redelijke maatstaven gemeten ook zo gruwelijk en weerzinwekkend' op z'n kop wordt gezet: de' tollenaar, zeg maar de stinkend rjjk geworden NSBer, wordt door God van alle rechtsvervolging ontslagen, in tegenstelling tot de Farizeeër, zeg maar de' ijverige idealist die zich voor ontwikkelingssamenwerking inzet. Goed .Nieuws voor. tollenaars, NSBers en alle mensen die zich wel eens kwalijk gedragen, maar wel heel ongewoon, om het maar zacht uit te drukken. En wat ervan te denken, dat de Here Jezus zichzelf vergelijkt met een directie, die de slampamper die om half vijf ook nog eens een keer zijn overall aantrekt, even royaal salarieert als de serieuze werknemer die om acht uur 's morgens al het vuur uit zijn sloffen loopt (Mattheüs 20: 1-16)?
Nee, Paulus heeft zijn hoopvolle boodschap voor vijanden van God niet zelf ontwikkeld 'hij is daarin apostel van Jezus Christus, die laatsten de eersten doet zijn en eersten de laatsten. En Christus op zijn beurt heeft zich de weg laten bereiden door een man als Prediker, die ons ervoor waarschuwt niet te denken dat Gods bestel eerlijk en overzichtelijk in elkaar zit, Prediker 7 : 15. Hij reeds heeft de verbijstering voorzien van de rechtvaardige, die moet constateren dat werken der wet bij God zo zonderling weinig gewicht in de schaal werpen (Prediker 7 :16)..Dat is dan ook de keerzijde van dit vreemde evangelie: Het is goed nieuws voor de mislukten en al diegenen, 'die aan zichzelf wanhopen. Maar het is schandelijke ketterij voor de mensen, die van hun rechtvaardigheid . grote . verwachtingen hadden. Werkelijk: God doet en zegt onmogelijke dingen!

De straf,die ons de vrede aanbrengt, was op Hem …
Nu valt er natuurlijk wel wat af te dingen op de voorstelling, dat God het recht op zijn kop zet. In Romeinen 3 : 26 benadrukt Paulus, dat God een rechtváárdige rechter is wanneer Hij mensen vrijspreekt die uit het geloof in Jezus zijn. Het is niet zo, dat God de goddeloosheid over zijn kant laat gaan. De rechtvaardiging van de goddeloze is de rechtvaardiging door het bloed van Christus, Rom. 5:9. Er vindt dus wel degelijk bestraffing van de goddeloosheid plaats: op Golgotha.
De vrijmoedigheid waarmee een tekortschietend mens het oordeel van God tegemoet kan zien, is dan ook heel wat anders dan de brutaliteit waarmee een oorlogsmisdadiger voor de rechter verschijnt, van wie hij wéét dat die hem toch niet zal straffen. Enkel en alleen die goddelozen worden volgens het evangelie gerechtvaardigd, die Gods oordeel vrezen, die Christus in hun plaats vervloekt laten zijn en die in diepe ootmoed en verwondering van zijn striemen genezing verwachten (Jesaja 53). Ook voor Luther is de vreemde vrijspraak sen. God in redeloze grilligheid aan zijn eigen geboden geen boodschap hebben. Nee, Luther predikt vóór alles de gekruisigde Christus, aan Wie de toorn van God over onze zonden niet minder duidelijk zichtbaar wordt dan zijn verrassende vrijspraak van zondaren. Het geloof is bij Luther ook geen uitschakeling van het verstand zonder meer, maar een zich hoopvol vastklampen van een goddeloos mens aan Christus, ook als dat dwàrs tegen de gebruikelijke perspectieven voor goddelozen ingaat.
Zo is de rechtvaardiging door het geloof alleen, voor Luther het Gods woord bij uitstek, dat licht werpt op een donkere plaats. Dit evangelie leert ons de duisternis van ons falen en tekortschieten. niet weg te praten of weg te werken, maar die te aanvaarden in het geloof, dat God eraan voorbijgaat. Wees maar zondaar!
Wees maar gebrekkig in je geloof! Laat het maar in je ziel gegrift staat dat je toen en toen onherstelbare fouten gemaakt hebt! Maak uit de balans van je leven maar op dat het er hopeloos voor staat! Want tot zulke mensen spreekt de hemelse Rechter zijn eigenmachtig woord: gratie! Dat woord heeft scheppingskracht: het opent het paradijs voor je. Zo mogen wij in het ellendige donker van ons tekortschieten getroost en vrolijk Ieven door de belofte, dat God goddelozen rechtvaardigt door het bloed van Christus. Volgende week de betekenis hiervan voor de moderne tijd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief