Schijnende lichten
1987-01-23
Onlangs bracht de post extra veel brieven; ik kreeg een dozijn internationale telefoontjes en een speciale vermelding in ons kerkblaadje. Er was weer een jaar afgeteld van mijn bescheiden levensduur, een kroonjaar zoals sommigen zeiden; en dat werd gevierd met hartelijke contacten, goede wensen en met steeds zorgvuldiger gekozen woorden.- Jaargang 31
- nummer 3
Dat maakt een mens dankbaar, Je hebt vrienden en vrienden, je hebt broeders en broeders. Maar je zoekt het liefst die vrienden en broeders uit, van wie je het meeste opsteekt (aan geestelijke weldaden bedoel ik) en met wie je op een gemeenschappelijke golflengte' kunt spreken, denken en schrijven; vrienden en broeders aan wie je de geur van de Heiland ruikt.
Een vriend, zeiden de oude Chinezen, is een geschenk dat je jezelf geeft. En hoewel dat natuurlijk niet helemaal waar is - ook goede vriendschap is, immers een 'gave van Boven, al steek je er zelf je beide handen naar uit - er zit toch voldoende wijsheid in, om het vast te houden. En wat broeders betreft: wel, die hoef je niet te zoeken, die worden je wel van Boven af toegeschoven. Er zijn, dus broeders en broeders maar er zijn erg beste tussen.
Een van die goede broeders, en wel een van wie ik .altijd veel goeds opstak, schreef me een aardige wens. "moge de Heere je ook verder sparen, met je Vrouw, en nog " goede jaren schenken in Zijn gunst. Met een redelijke gezondheid en helderheid van geest, zodat je Zijn gaven mag gebruiken tot Zijn eer en ten nutte van je medegeloofsgenoten" . Is dat niet treffend gezegd? Zou u er niet blij mee zijn, wanneer men u zo veel goeds toewenst?
Toch bleef ik die wensen in mijn hart (en dus op mijn tong, want ik leef met het hart op de tong, zoals u kunt weten) naproeven. Er zat een speciale smaak in die als wijn bleef hangen. Ik zocht die smaak op, registreerde die met hulp van speciale smaakpapillen en wist ineens waar hij me aan deed denken! Hij deed me denken aan die eerste jaren na de vrijmaking; toen ons kerkelijk denken - ja, eigenlijk ons ganse geloofsdenken krampachtig cirkelde rondom de misère van leerdwang, schorsingen, afzettingen, onrecht, civiele processen, boze geruchten en zaaksgerechtigheid. AI onze aandacht was gericht op het eigen groepje geloofsgenoten, de weinige getrouwen, het terugvinden van verloren gewaande broeders en het verliezen van vrienden, familie en broeders die - om welke duistere of heldere reden ook - verkozen aan de kant van de boosaardige meerderheid te staan. Er was een hernieuwd geloofsleven, en het was de moeite waard je hart; hoofd en' krachten te schenken aan, het kleine , overblijfsel, dat je dierbaar was geworden.
Als ik het, wel heb hoorde ik vroeger, dat ook na de doleantie (1886) en de vereniging (1891) grote ijver ten aanzien van eigen .kerkelijk gelijk en eigen kerkelijke organisatie waren geconstateerd. Mijn goede vader, zelf een ijverig discipel van de Ouwe Bram (zoals dr A. Kuyper genoemd werd) heeft het ronduit beleden: dat er in die jaren geen aandacht en energie overbleef voor het optreden, naar buiten de kerkelijke kring: de evangelisatie en de zending, laat staan voor het contact met , de mensheid, de wereld. Pas na de consolidatie van het kerkelijk leven kwam ook het besef terug: dat de kerk, wil zij kerk zijn, een schijnend licht heeft te .wezen voor hen die buiten zijn. Iets soortgelijks nu proefde ik in die goede broederwens: dat ik in Gods goedheid Zijn gaven zou gebruiken. ten nutte van mijn medegeloofsgenoten. Die wens was goed tot zeer goed. Maar de beperking van de medegeloofsgenoten acht ik dubieus.
Graag wil ik verantwoorden waarom. Er is een ervaring: dat het ronddraaien binnen eigen kring een muffe sfeer kan geven.Iets van geestelijke inteelt. Hoe kleiner een kring, hoe 'sterker de gemeenschapsdwang van: zó hebben we, het afgesproken, zó zijn ,we het eens geworden, en wie dat niet naleeft (wie niet den Heere zijn beloften houdt, hoorde ik wel in kerkelijke vergaderingen) is verdacht, veracht; zet zich buiten spel, is op weg naar de heiden en de tollenaar.
Die strijdlust zit ons gereformeerden in het bloed - mag het even opgemerkt worden?
Reeds bij de Hugenoten had je twee soorten 1): zij die alleen uit geloofsovertuiging de Heiland volgden tot buiten de legerplaats en bereid waren het inclusieve, lijden te aanvaarden - en zij die overtuigd de wapens tegen de overheid opnamen, en letterlijk met moord en brand voor het recht der reformatie opkwamen. We hoeven dus echt niet te schrikken, wanneer gereformeerden strijdlust vertonen; we zijn er erfelijk mee belast. Een burgemeester zei eens tegen mij: gereformeerden moet je met het mes tussen de tanden benaderen. Maar, die strijdlust is dus een erfelijke belasting; die enerzijds de wagenburcht opstelt tegen de buitenwereld - en die anderzijds zich dreigend 'opstelt naar binnen: tegen ieder en alles, wat niet schijnt te stroken met de zuivere leer; met mime met de drie formulieren van enigheid, die vaak vorm geven aan onderlinge onenigheid.
Op deze wijze .vervreemden wij ons van de wereld (Gods eigen wereld) en brengen binnen Jerusalem spanningen aan, die niet altijd met de christelijke liefde stroken.
Nu kunt u zich ingezonden brieven besparen. Niet alleen 'omdat Gods' woord u kan duidelijk maken wat uzelf zeer wel weet. Ook omdat hiermee een, ervaring getekend wordt, die u eveneens zeer wel kent Een personeelsfunctionaris vaneen groot bedrijf vroeg me eens (bij wijze van consult, aangezien hij de achtergronden wenste, te ver-staan) hoe het toch kwam, ' dat onder de overspannen' en depressieve personeelsleden 'in verhouding zo veel leden van onze kleine kerkengroep zaten: U begrijpt dat ik het voorgaande niet met namen 'en getallen kan staven; daarom vraag ik enig krediet, enig geloof van u. U kunt dus van' mij aannemen, dat het psychisch onder gevaarlijk kan kraken: men hoort het buiten. Als wij op weg zijn naar de heiden en de tollenaar is dat geen verdachte weg. De Bijbel zegt ergens: 'dan zij hij u als een heiden en een tollenaar 2). Wie is hij? Hij is de man die nog niet luistert naar een goede terechtwijzing. Lees het maar na. En wat doen we met zo'n man: hem verdoemen, uitbannen en vergeten? In genen dele, zegt de Schrift; dan moeten we vooral het contact met hem bewaren, hem van tijd tot tijd aanspreken en hem vriendelijk terechtwijzen zoals, in en een broeder terechtwijst.
Dit voor wat de opstelling naar binnen de wagenburcht aangaat: de broederschap hooghouden, de medegeloofsgenotenvan welke staat of kwaliteit ook trouw en geloof houden, En de naaste, indien hij zich echt mocht komen te misgaan, naarstiglijk berispen (SV), openlijk terechtwijzen (NBG), elkaar terechtwijzen (Will. V.), "reason witll your neighbour" (RSV) of "settle your differences" (GNB) en hem nimmer in uw hart haten. Trouwens verstaan wij onder een vermaning niet veelal een berisping, afkeuring, zachte straf? De Bijbel leert ons anders.. En de Doopsgezinden noemen sinds oude tijden hun bedehuis de "Vermaning" ...
Maar de opstelling naar buiten is niet minder duidelijk aangegeven in de Schrift. "Laat uw licht zo schijnen' voor de mensen" (dat is voor degenen die nog geen licht afgeven) "dat zij uw goede werken zien en uw Vader in de hemel verheerlijken" 4). De kerk, die een licht voor de wereld is, heeft hen die in duisternis wandelen... licht te bieden; het Licht der wereld. En dit licht niet voor het binnenhuis te reserveren, onder een korenmaat. Zoals het volk van Israël niet uitverkoren is om eigen kwaliteit - maar om alle volken der aarde tot een zegen te zijn. Zoals onze hemelse Vader zijn lieve Zoon niet in de dood gaf ten behoeve van, een groepje uitverkorenen . maar ten behoeve van de kosmos, de hele wereld, de ganse schepping 5).
Zo zal de huismoeder haar licht laten schijnen: in huishoudelijk werk, bijhet opvoeden van de kinderen, ook in de winkel van Albert Heijn, in haar kleding, op straat. Zonder veel woorden, met veel goede werken. Zelfs wanneer ze geen kans' krijgt in de gemeente een mond open te doen, laàt staan in het ambt te worden geroepen.
Zo: hebben onze kinderen hun licht te laten schijnen op school, op college, in de studentenclub, in hun levensstijl ten aanzien van wat kan en niet kan, in de keus van hun ontspanning, In het kiezen van het goede tegen het kwade. Zonder veel woorden, maar met veel goede werken. Dat loont!