Voorbedachte liturgie

1988-04-08
  • Jaargang 32
  • nummer 14
De statenvertaling van onze bijbel maakte een zinvolle vergissing.
Die sprak bij psalm 92 over "een voorbedacht lied op de harp", en in de oude berijming zongen we

't Voegt ons met blijde klanken
door 't voorbedachte lied
Hem, die het al gebiedt
op harp en luit te danken.

De vertaling was mis, zeggen de deskundigen vandaag. Het voorbedachte lied is uit de NBG-vertaling verdwenen en mitsdien ook uit de interkerkelijke berijming. Soms is een correctie teleurstellend. Want juist de idee van een voorbedacht lied was zo geheel in de stijl van de oudtestamentische eredienst!
Daar hadden ze een hele groep zangers en muzikanten, wier werk het was zich met de lofzangen des Heeren bezig te houden.
Daar werd gestudeerd, onder leiding van zang- en opperzangmeesters.
Zes dagen van de week - want ze waren vrijgesteld van arbeid om den brode, aangezien ze dag en nacht (van de morgen tot de avond) hun muzikale taak hadden te vervullen, of die voor te bereiden. Begrijpt u, dat sommige generaties het voorbedachte lied in psalm 92 maar moeilijk kunnen missen?

Tot dezulken behoort uw schrijver. Hoewel hij ruim zestig-jaren de gemeentezang heeft geleid, de oude psalmen uit het hoofd, de psalmwijzen in het hart en de nieuwe berijming redelijk goed aanvaard heeft, leefde bij hem altijd de wens: een kerkdienst goed voor te bereiden. Want het samenspel tussen voorganger en organist moet meer inhouden, dan hetgeen uit een "psalmbriefje" kan blijken, dat te elfder ure - nadat de koster het heeft gebruikt voor zijn psalmbord - in een hoekje van zijn speeltafel wordt geschoven. Zo'n voorbereiding is namelijk nul komma nul kluif, en wee de gemeente die eraan is overgeleverd.

In Dalmally zou de predikant Bill Hogg altijd op donderdagavond te 9 uur (wanneer de BBC met het nieuws begon, maar daar had ds Hogg een hekel aan) bellen: om de complete liturgie voor de komende zondag door te geven. Dit was geen imperatief doorgeven, want reeds tijdens het telefoongesprek kwamen van weerszijden vragen en antwoorden los; terwijl de predikant open bleef staan voor nader overleg. Om die reden was de vroegtijdigheid een eerste factor in het samenspel. De predikanten aan de overkant zijn, op grond van hun kerkmuzikale opleiding, bovendien in staat om voorstellen te doen en tegenvoorstellen te beoordelen.
Als derde punt kwam het feit, dat de predikanten daar een preekprogram voor drie maanden opstelden; weliswaar aan de hand van het "kerkelijk jaar", maar met het voordeel datje lang tevoren schriftlezing en tekst wist! Het gevolg was, datje de zondag in alle rust en ijver kon voorbereiden; de juiste melodieën nagaan, inleidend en uitleidend orgelspel (voor cultureel gevormde kerkgangers een onmisbare bijdrage) kon uitzoeken, of componeren, en/of instuderen, en een passend collectespel opschrijven.
In de loop van tien jaren ontstonden daar 32 cahiers vol kerkmuziek, die, door middel van een wekelijks-bijgehouden register, voor direct hergebruik gereed lagen. Samenwerking in optima forma, van het beste soort. De idee dat een Nederlands organist alles wel kan improviseren kon ik wegvegen met: als u Geneefse psalmen laat zingen - ja; als u Scottish hymns laat zingen: no.

Terug in het vaderland werd uw schrijver enkele maanden gevraagd voor een zieke collega in te vallen. Daardoor werd hij geconfronteerd met de noodzaak van tijdig overleg en tijdige voorbereiding.
Voor organisten met een eigen predikant is het niet moeilijk, dit tijdige overleg aan te gaan. Stel u voor dat zijn eigen zieleherder met bereid zou zijn, een van de Nethinim zijn werk goed te laten doen! Maar in een gemeente, die afhankelijk is van gastpredikanten. Is dat wat moeilijker. Daar moet tijdig (dat is op maandagmorgen) telefonisch worden overlegd: op welke dag en welk uur de liturgie voor aanstaande zondag beschikbaar kan zijn. Dat geeft vragen: ik dacht dat u als oude rot de psalmwijzen wel zou kennen; had u de schriftlezing en tekst ook al willen hebben? en of de collecte in het midden of aan het eind komt, dat weet ik nu nog niet. (!)

Onze tijd is oppervlakkig, haastig, zonder bezinning. Mag het gezegd worden? Want de wekelijkse ontmoeting met God de Heere is het waard een steunpunt, een vluchtheuvel in ons leven te betekenen.
Daar moeten we om onzes levens wil niet overheen dartelen, die kans moeten we uitbuiten. De oude psalm 95 begon met:

Komt, laat ons samen Isrels Heer,
de rotssteen van ons heil, met eer
met Godgewijde zang ontmoeten ...

De nieuwe berijming zegt:

Komt voor zijn aanschijn met verblijden
brengt Hem de dank van al wat leeft,
Hem, die ons heil gegrondvest heeft.
Viert Hem, de koning der getijden..

Het "met blijde psalmen juichend groeten" is vervangen door "viert Hem". En laten we die winst maar eens uitbuiten. Want vieren betekent, volgens Van Dale: feesthouden - rustdag houden - de plechtigheden verrichten die bij deze rustdag horen - eer bewijzen en (verouderd) goed verzorgen, vertroetelen. Volgens De Vries ook oorsoronkeliik: vertragen - rusten en talmen. Vieren betekent dus: even stilstaan.

Er is een oudejaarslied, dat begint met: Oudejaar,

0 laat ons rusten,
omzien eer we verder gaan ...

Zo'n vers geeft aan waar het op de rust-dag om gaat: stilstaan, omzien, teneinde vooruit te kunnen zien. En de Catechismus zegt dat het IVe gebod onder meer inhoudt:

op de rustdag trouw naar de kerk gaan,
om Gods woord te horen,
om de sacramenten te gebruiken,
om God de Heere openlijk aan te roepen
en aan de arme en christelijke handreiking te doen.

Dat aanroepen gebeurt niet alleen in het voor- en nagebed door de mond van de voorganger. Dat aanroepen doen we allen samen en persoonlijk in ons kerklied, dat volgens Calvijn tot de dienst der gebeden behoort. Goed zingen, zei Augustinus, is dubbel bidden. En goed zingen (voor veel kerkgangers de enige kans om hun stem te gebruiken) eist te weten, wat we zingen. En hoe we zingen. En tot wie we zingen.

De gemeente heeft een veel groter rol in de liturgie gekregen dan 25 jaar geleden. Heeft dus ook veel groter taak, veel meer verantwoordelijkheid.

En de organist, muzikaal geweten van de zingende kerk, moet zijn dubbele verantwoordelijkheid wel beseffen. Hij is het die een gemeente biddend laat zingen - of de biddende kreet verloren laat gaan. Hem wordt de gelegenheid geschonken, de gebeden der heiligen aan te vuren, vorm te geven, te versieren en te leiden kortom de gemeente bij tekst en melodie te bepalen. Gebruikt hij die gelegenheid, dan schept hij orde, heilige orde.

leder die nu nog onordelijk wil zingen (opjagen, remmen, voor zijn beurt inzetten ofwat ook) stelt zichzelfbuiten de heilige orde en wordt door de gemeenschap als het ware teruggefloten naar de gelederen.

Al deze dingen beseft een organist. Wil hij zijn dienst goed verrichten dan is overleg met zijn predikant absolute noodzaak.
Weet hij tijdig tekst en thema, dan kan hij met meer zorg zijn inleidend en afsluitend orgelspel kiezen, componeren of improviseren.
Heeft hij tijdig overleg met zijn predikant, dan wordt bijvoorbeeld door beiden samen vastgesteld, of "het" Lutherlied als Lied 401 of als Gezang 24 zal worden gezongen; beide hebben dezelfde tekst maar een ritmisch geheel verschillende melodie.
Respectievelijk of "Halleluja, lof zijn het Lam", als Lied 259 of als Gezang 18 wordt aangekondigd, hetgeen soortgelijke konsekwenties heeft. Respectievelijk of "Alle roem" wordt gekozen uit het Liedboek (451) dan wel uit de Enige Gezangen (25). Zulk overleg voorkomt gruwelijke botsingen in de samenzang, die vermeden moeten worden. Ik vrees dat deze en dergelijke punten (ze zijn talrijk!) maar aan het lot worden overgelaten: loopt het mis dan is het toch de organist, die de schuld krijgt.

Tenslotte: het woord "componeren" viel daar net. Het klinkt alsof we in de werkkamer van Mozart vertoeven - maar het is niet erger dan het is. Componeren betekent: samenstellen. Veel organisten zijn (door gebrekkige samenwerking) gedwongen alles ter plaatse te improviseren en dat blijkt dan ook duidelijk aan de uitkomsten. Maar het vooraf opschrijven van een improvisatie biedt de gelegenheid er alle fouten en een deel van de gewoontekreten uit te halen. Het stuk wordt er alleen beter van. En: een collectespel moet getimed worden: op de juiste speelduur afgesteld.
Niet het orgel moet "spelen" maar de organist moet de komende zang in een breder of korter vorm voorbereiden; daarbij kan hij een coda toevoegen voorgeval de collecte 10-20 seconden langer uitvalt; daarbij kan hij een mogelijke herhaling weglaten, voorgeval de kerk wat minder bezet is dan voorzien was. Zo blijven voorganger, gemeente en muziekdienaar samen verbonden in hun gezamenlijke doel: de Heere openlijk aan te roepen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief