Vreemdelingen binnen onze poorten

1987-01-30
  • Jaargang 31
  • nummer 4
Een Derde weg?
Zou de "bijbelgetrouwe visie" op de Islam - een valse religie gesticht door een valse profeet - niet gemakkelijk leiden tot een vijandbeeld? Dringt het ons niet in een onverschillige of afwijzende houding ten opzichte van medemensen die in onze samenleving inderdáád soms erg kwetsbaar zijn? Zou God dàt van ons willen? Kan anderzijds de "oecumenische visie niet gemakkelijk leiden tot een' te snel (h)erkennen van de Islam als een "parallelweg" naar hetzelfde heil? Wordt de aanstoot van Christus daarin niet (te snel) verwijderd?
Dart waren 'wat hardop gestelde vragen in de afgelopen twee artikelen. Is dat dan alles wat .ervan te zeggen valt? Nee, zeg ik daarop, dat is niet het laatste woord. Het moet mogelijk zijn om ook aan Moslims een duidelijk' herkenbaar geloofsgetuigenis 'te geven zonder. dat kwetsbare mensen daarmee in een hoek worden gedrongen. Betrokkenheid en dienstbetoon moeten mogelijk zijn zonder dat je de andersgelovige beschouwt als een bekeringsobject. Waar zouden we in de Bijbel argumenten vinden voor zo'n houding? In het volgende (slot)artikel wil ik daar nog verder op ingaan.
Eerst nu echter aandacht voor een aantal erkend moeilijke vragen, die onze bejegening van moslims raken.

Genuanceerd genoeg?
Is Allah dezelfde' als "onze God”? "Nee", zeggen de 'bijbelgetrouwe schrijvers', "het is godslastering, als wij Allah en de God van de Bijbel op één lijn stellen". (Baar, p.68). In de uitspraak uit 'het andere kamp', dat "een moslim zich tot de levende God bekeerd hééft" proef ik de gedachte dat "onze God" en Allah wèl dezelfde is. Voordat we die - netelige - vraag bekijken.
echter wat anders. Wat willen we eigenlijk met die vraag? Is het denkbaar dat een dogmaticus die op zijn studeerkamer systematische theologie bedrijft die vraag uit een ander kader. benadert dan een evenzeer rechtgelovige evangelist die in de praktijk van het concrete leven met andersgelovigen te maken krijgt? Vinden we in de Bijbel zelf geen reden om de relatie tot andersgelovigen nauwkeurig en voorzichtig te bekijken?

"Maar al zouden wij,' of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt." Paulus is niet onduidelijk, in Galaten 1 : 8. Niettemin, diezelfde Paulus betoont zich in Athene (Handelingen 17) heel wat "soepeler". Sprekend over "de onbekende god" zegt hij: "Wat gij, zonder het te weten vereert, willen verkondig ik u."
In 2 Johannes 9 en 10 staat het ook niet onduidelijk. "Een ieder die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft; deze heeft zowel de' Vader als de Zoon. Indien iemand tot u komt' die deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom."
Maar hoe verhoudt zich dat tot Paulus' bekende uitspraak dat hij de Joden een Jood is: "hun, die onder de wet staan, als onder de wet... Om hen die onder de wet staan te winnen; tussen die zonder wet zijn ben Ik geworden als zonder wet". (1 Cor. 9: 20, 21).

Dezelfde?
met een zekere aarzeling – één forse dosis zorg dat ik in dit alles misverstaan kan worden – wil ik de lezer voorleggen dat er redenen zijn te overwegen of Allah en “God” inderdaad dezelfde kan (kunnen) zijn! Daar moet echter eerst iets aan worden toegelicht. Laat ik u eens een vraag stellen: “Bidden de Joden tot dezelfde God als wij? “ Naar ik vermoed, zal nagenoeg iedere lezer die vraag met “ja” beantwoorden. Juist degenen die – mede op grond van hun eindtijdverwachting, zo negatief over de islam oordelen zullen op grond van die profetische visie Israël erg ondersteunen; het zou me buitengewoon verbazen, als in ‘bijbelgetrouwe kring’ niet het méést beleden werd dat Israëls God en “onze God” één en dezelfde zijn!
Maar nu een tweede vraag: “Vindt u dat de vrome Joden (die ik persoonlijke altijd een zéér warm hart heb toegedragen) God zó kennen als Hij gekend kán worden?” Menig christen zal daarop veel aarzelender en voorzichtiger reageren. Wij geloven immers in God als onze Vader in Jezus Christus, en wat je verder van de Joden kan zeggen, dat doen ze niet! God wordt ook in het Oude Testament wel “Vader” genoemd, maar Hem “Vader van de Zoon", laat staan "Vader van déze Zoon", noemen is voor een orthodoxe Jood onverdraaglijk. Als het nu voor ons besef mógelijk is dat de Joden' enerzijds echt tot "onze God" bidden en anderzijds Hem niet volledig kennen, omdat het Nieuwe Testament niet erkent en herkent, kan dan een soortgelijke situatie ook bij de moslims worden overwogen? Voor alle duidelijkheid, daarmee stel ik de Islam en Jodendom niet op één lijn; ook meen ik dat het volk Israël als Gods uitverkoren volk een andere plaats heeft dan de moslims. Hiermee ben ik ook geenszins van plan deze gedachtngang nog uit te breiden naar Hindoes, Boeddhisten, animisten, etc. zoals sommigen geneigd zijn te doen. Dat doe ik allemaal niet! Wat voor argumenten zijn er -om deze zienswijze als "denkmodel" naar voren te brengen?

- In Bijbels in de Arabische taal wordt het woord "God" steeds met "Allah" vertaald. De christenen in die streken vinden dat, voor zover mij bekend, geen enkel probleem.

- In de Koran komen 99 namen voor Allah voor, waaronder een vrij groot aantal dat we ook in de Bijbel aantreffen. De
Korantekst aan het begin van dit artikel geeft een aantal van deze namen. Het gaat in elk geval steeds om één God.

- Moslims die tot geloof in Christus zijn gekomen, hebben een en andermaal gezegd dat ze niet in een andere God zijn gaan geloven. Zij zijn geen nieuwe God gaan dienen; integendeel, de God die zij slechts ten dele kenden hebben zij in Christus als Vader leren kennen! In het boeiende boekje van Bilquis Sheikh, een Pakistaanse die Christus heeft leren kennen, is de kern de Engelse tekst: “I dared to call Him Father,” ik durfde hem Vader te noemen. (De Nederlandse titel “Parfum in Pakistan” is –helaas- buitengewoon nietzeggend!)


Dus geen "bekering" nodig?
De visie die ik hier geef is - laat iedereen dat duidelijk zijn -, mijlenver verwijderd van enige visie van verzoening. Zelfs als "Allah" en "God" dezelfde zou( den) zijn, maakt het verschillende Godsbeeld véél uit!' Dat dat zo is moge blijken uit het feit dat ik voor moslims en Joden: nodig acht dat ze zich bekeren tot God, die in de Zoon onze Vader wil zijn. In dat opzicht verandert de hier voorgestelde zienswijze niets aan de opdracht om naar alle volkeren uit te gáan en het Goede Nieuws in Christus te verkondigen, en aan te dringen op bekering. De mannen die In Lystra horen dat "God' zich niet onbetuigd heeft gelaten ... etc. horen ook: " ... dat gij u ... moet bekeren tot de. levende God .. ." (Handelingen 14 : 15). Maar ook de Joden die al tot God báden, krijgen nochtans opdracht: "Bekeert u en ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus ... " (Handelingen 2 : 38; na Petrus' 'preek op de Pinksterdag.) Als ik aan de ene kant moslims dié christen geworden zijn citeer, dat ze geen nieuwe God hebben leren kennen, moet ik wèl volledig zijn. Een opmerkelijk groot aantal (nu ex-)moslims zou een droom; een visioen of een engelenverschijning hebben ontvangen, met de opdracht naar een groep christenen (evt. zendelingen) toe te gaan. Waar, ze stonden wilde God hen ontmoeten, maar er was' méér te weten van God! Ze moesten ergens heengaan, een daad stellen. (Zó interpreteer ik persoonlijk althans zo'n verhaal.) In die zin - meen ik - spraken ook mensen als Voetius; Kuyper, Herman Bavinck, zijn neef Prof. J. H. Bavinck en diverse Anglicaanse ,deskundigen. 2) Samenvattend citeer ik: "De moslim vindt geen andere God, maar Christus." 3) Maar dan spreken we wel van de noodzaak van bekering!
Welke parallel? Een vraag die ik hier al even kort aantip is: "hoe anders gelovig zijn moslims?"
Die vraag is moeilijk te beantwoorden, om diverse redenen. Ten eerste omdat er niet alleen sprake is van de Islam als "officiële religie". Er is ook een zgn. "Volksislam", die veel bijgeloof kent veel magische en occulte praktijken. Die dienen we aan alle kanten af te wijzen zoals' overigens ook de' islamitische leiders zelf doen! (Als we zulke praktijken tot toetssteen van de Islam gaan maken, moeten we óók niet nijdig zijn, als moslims ons "ongetwijfeld christelijk geloof" afmeten aan zaken 'als drinkgelagen bij Carnaval, de ethiek (of het gebrek daaraan) in series als' 'Dallas' en 'Dynasty', naaktstranden, sekslijnen, en andere zaken die zij met "het, Christelijk Europa" associëren.) Daar komt bij dat we onderscheid moeten maken tussen' "de Islam als geloofssysteem" en de "individuele moslimse man of moslimse vrouw in zijn/haar eigen situatie." Juist als we dat onderscheid niet maken, is een 'vijandbeeld' zo rampzalig. Waarmee zullen we - om het in Bijbelse categorieën te plaatsen - de aanwezigheid van 'moslims in dit land verbinden? Als ik de associatie heb van Salomo's vrouwen, die die koning tot een valstrik waren, dan slaat me de schrik om het hart!

Als ik het einde van het boek Nehemia lees, is dat idem. Maar kan in een relatie met een moslim (of- meerderen) ook worden gedacht aan b.v. Naäman die van God antwoord krijgt? Moeten we denken aan een Bileam of aan een Cornelius? Dat maakt nogal veel verschil. Waarbij ik de verschillen tussen Koran en Bijbel, Islam en Christelijk geloof handhaaf. Ze zijn zeer wezenlijk!

Ik sluit af met een citaat uit een artikel van Colin Chapman, Anglicaan en jarenlang bij studentenwerk in de Arabische wereld betrokken. Ineen uiterst nuttig artikel "Thinking -Biblically about Islam" (Bijbels denken over 'de Islam) zegt hij onder meer dit: 'Alles zijn voor allen' (1 Corinthiërs 9 : 19-23) is niet zo moeilijk, als je met jonge mensen 'in je eigen jeugdvereniging moet optrekken. Maar zou een christen met dezelfde geestesgesteldheid ais de apostel Paulus kunnen zeggen: 'ik ben de moslims een moslim geworden, teneinde moslims te winnen'?
Christenen die zich in hun eigen christelijke subcultuur hebben ingegraven roepen veel te gauw 'je gaat compromissen aan', als een stoutmoediger geest dan zij zelf culturele en religieuze barrières wil doorbreken om te gaan zitten' waar de moslim zit. Als zo'n stoutmoediger geest van medechristenen die warme gemeenschap en dat vertrouwen behoeft die hem zullen helpen de eigen' bijbelse verankering vast te houden, dan hebben wij allen behoefte om eraan te worden herinnerd dat de Bijbel meer lijkt op een kompas dat ons op open zee de richting wijst dan op een kabel die ons stevig aan de kade o verbonden houdt. Ons geloof in de vleeswording moet ons helpen geloven dat, al roept identificatie onvermijdelijk vragen en misverstanden op, het niet per sé een compromis hoeft de zijn. 4)

1)' De Koran: de vertaling van J. H. Kramer. Elsevier, Amsterdam.

2) J. Slomp: "Islam in Nederland" in J. Waardenburg, Islam; Norm, Ideaal en Werkelijkheid. Het Wereldvenster, Weesp. 1984. blz. 424.

3) Citaat uit H. J. Takken. Is Allah dezelfde als God? Uit: Omgaan met Moslims, Werkboek Stichting Evangelie & Moslims. Amersfoort 1982.

4) Colin Chapman. Thinking Biblically ab out Islam, Themelios, p. 69.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief