Hoedemaker en de Doleantie (1)

1987-02-13
  • Jaargang 31
  • nummer 6
Op- de predikantenkring in Breukelen heb ik begin december vorig jaar in het kader van het herdenkingsjaar van de Doleantie iets over bovenstaand onderwerp doorgegeven. Zonder enige pretentie bied ik dit nu de lezers van "Opbouw" aan. Het onderwerp heef/mij zelf vooral geboeid, omdat Hoedemaker er zo na aan toe is geweestmet de Doleantie mee te gaan en zich in veel opzichten zo nauw verwant heeft gevoeld met de voormannen van de Doleantie. En toen scheidden zich op een beslissend moment hun wegen. Daarover hoop ik in enkelen artikelen het één en ander te vertellen.

Korte levensschets
In dit eerste- artikel wil ik het leven van Hoedemaker schetsen in grote lijnen. In volgende artikelen zal dan nader worden ingegaan op zijn breuk met de Dolerenden en 'de achtergronden daarvan. Philippus Jacobus Hoedernaker werd op 16 juli 1839 te Utrecht geboren als zoon van de boekhanddaar Johannes Hoedemaker en Evertje Beukers. Vader Hoedemaker 'was voor zijn geboorte met de Afscheiding van H. P. Scholte meegegaán.· Moeder Hoedemaker was' haar man met een bezwaard gemoed gevolgd. Het was ook min of meer tegen haar zin, dat Philippus Jaoobus in de Afgescheiden Kerk door- Scholte werd gedoopt. Eveneens kon zij zich in tegenstelling tot haar man niet verenigen met Schelte's aanvraag om officiële erkenning van de Christelijke Afgescheidene Gemeente' te Utrecht. Hoedemaker zelf heeft later over zijn moeder geschreven, dat zij de Kerk der vaderen begeerde hersteld te zien, maar haar ook in haar verval niet' losliet.
Voorzijn geboorte zou zij' haar kind al aan 'Neerlandsch kerk' gewijd hebben. En meer dan eens moet ze hebben gezegd, dat zij' voor hem een belofte van God. had ontvangen, dat hij voor die kerk tot grote zegen zou zijn. Dit tekent wel het wat mystiek getinte milieu waaruit deze vrouw afkomstig was. En hoewel zij overleed 'toen haar zoon nog maar amper twaalf jaar oud was, heeft zij toch duidelijk een stempel op zijn manier van denken en beleven gezet.

Amerika
Aanvankelijk leek het er overigens helemaal niet op, dat Hoedemaker hoe dan ook iets voor de kerk in Nederland zou gaan betekenen. In 1851 vertrok het gezin met de .stroom landverhuizers uit godsdienstige motieven naar Amerika. Men vestigde 'zich daar in Kalamazoo. Naar de vurige wens van zijn ouders begon hij aan de studie in de theologie ...
Maar na een crisis in zijn geloofsleven kapte hij ermee. Echter, via een kortstondige betrekking als klerk op een advocatenkantoor, een vluchtige bemoeienis met de politiek en een jaar onderwijzerschap, keert hij toch weer op' zijn schreden terug. En zodoende komt hij terecht op een Congregationalistenschool te Chicago. Het is op z'n minst opmerkelijk te noemen, dat de later zo felle bestrijder van het confederatieve kerkverband zijn opleiding gedeeltelijk gevolgd' heeft. aan een' school der vrije kerken!

Terug in Nederland
In 1862 gaat Hoedemaker op reis naar Duitsland via Londen. Onderweg doet hij Amsterdam aan. Een merkwaardig voorval heeft toen aan zijn' leven een bepaalde richting gegeven. Op de 21e september zou hij 's ochtends preken in de Hervormde Oosterkerk en 's avonds in de Afgescheiden Keizersgrachtkerk.
Als de Afgescheidenen echter horen van zijn voorgaan in de Hervormde Kerk, zeggen zij hem de avonddienst af. Achteraf ziet hij hierin leiding van God, dat Hij hem zijn plaats in de Hervormde Kerk wees. Hoewel het niet zijn bedoeling was,om in Nederland te blijven, komt Hoedemaker na zijn reis naar Duitsland toch weer naar het vaderland terug. Of 'zou het misschien beter zijn hier de term 'moederland' te gebruiken. Want het besluit om zich definitief in Nederland . te vestigen is mede geboren uit een mystiek getint roepingsbesef, dat met name zijn moeder op hem heeft overgedragen.
Dat besef is zeer versterkt door een bijzondere gebeurtenis, die op Hoedemaker grote indruk heeft gemaakt.
Nadat hij in één of ander dorp gepreekt had, kwam een oude man naar hem toe en terwijl deze hem de hand drukte, zei hij: "Nu zie ik, dat God een waarmaker van Zijn belofte is. Toen uw vrome moeder Nederland verliet, zeide zij mij bij het afscheid: 'Mij zult ge niet meer zien!... maar ik heb een stille verwachting, dat gij hem (op u wijzende) het Evangelie van Gods genade nog zult hooien verkondigen. God heeft het mij beloofd! Ik heb hem aan Neerlands Kerk gegeven.

Studie in Utrecht
Zo vestigt Hoedemaker zich definitief in Nederland en wel in zijn geboortestad Utrecht, In 1863 begint hij daar opnieuw- de studie in de theologie. In 1867 promoveert hij op een proefschrift; dat als titel draagt: Het probleem der vrijheid en het theïstisch Godsbegri p".Interessant voor de kennis van zijn opstelling in de kerkelijke, spanningen van die dagen is ,één van de stellingen bij dit proefschrift: "Het ontwikkelingproces, waarin de Christelijke Kerk in het algemeen en de Nederlandsch Hervormde Kerk in het bijzonder, in onzen tijd zich bev:indt, is van. dien aard, dat gedwongen verwijdering der Moderne Theologen uit haar midden, ook indien die rechtens vrijstond, haar op zedelijke gronden niet zou zijn aan te bevelen." In de destijds gevoerd discussie over de juridische of de medische tuchtbeoefening, kiest hij hier voor de laatste.

Predikant en hoogleraar
Van 1868 tot 1880 is hij achtereenvolgens predikant te Veenendaal, Rotterdam en Amsterdam. In zijn Veenendaalse periode komt hij in contact met Abr. Kuyper. Met hem werkt hij mee aan de oprichting van de Vrije Universiteit.
Op 29 oktober 1880 houdt Hoedemaker de wijdingsrede aan de vooravond van de .opening van de V.U. Bijzonder to-the-point kiest hij als uitgangspunt Sam. 13, 19-22, waar gesproken wordt over de schaarste aan strijdwapens bij het volk van God 'als gevolg van de Filistijnse overheersing. Van daaruit karakteriseert hij de V.U. als de wapensmidse, die het arsenaal moet leveren en waar men moet leren de wapens' te hanteren ten dienste van kerk en samenleving.Z elf aanvaardt Hoedemaker een hoogleraarschap aan de pas opgerichte universiteit, o.a. in de O.T.-ische vakken.

Het kerkelijk conflict
In deze jaren begint het kerkelijk conflict in Amsterdam zich steeds scherper af te tekenen. In tegenstelling tot zijn collega's Kuyper en F, L. Rutgers, is Hoedemaker daar niet zozeer rechtstreeks bij betrokken geweest, omdat hij in Breukelen was gaan wonen. Zo blijft hij persoonlijk buiten de strijd. Maar als in 1886 tachtig kerkenraadsreden door 'het Classicaal Bestuur worden geschorst i.v.m. de attestenkwestie, kiest hij onomwonden tegen' het Classicaal en later ook tegen het Synodaal Bestuur. Tevens verleent hij zijn medewerking aan de organisatie van een Kerkelijk Congres op11 jan. 1887 - te Amsterdam. Op die datum zouden in gebouw "Frascati" in Amsterdam kerkeraads- en gemeenteleden bijeenkomen met het doel zich te bezinnen op een breuk met de Synodale Organisatie. Op dit Congres zal Hoedemaker zelf één van de sprekers zijn.
Als echter de Congresgangers verplicht worden een bepaalde formule te ondertekenen, waarmee hij zich onmogelijk kan verenigen, wendt hij zich teleurgesteld af. En dit betekent dan de breuk met de Dolerenden.

Laatste levensjaren
In 1887 neemt Hoedemaker i.v.m. de gestoorde verhoudingen met zijn mededocenten ontslag als hoogleraar aan de V.U. Hij neemt een 'beroep aan naar Nijland, een dorpje in de buurt
van Bolsward. In 1889 keert hij echter opnieuw als predikant terug naar Amsterdam. Binnen de Hervormde Kerk wordt dit gezien ais een bewijs, dat het met de moderne vrijzinnigheid in de hoofdstad dus wel meevalt en dat de Doleantie 'niet rechtmatig zou zijn geweest. Tot zijn emeritaat is hij verder predikant in Amsterdam gebleven. Kort daarna, op 26 juli 1910, stierf hij te Santpoort.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief