Israëls genesis (Gen. 29: 31 - 30: 24)

1988-04-15
  • Jaargang 32
  • nummer 15
Bilha en Zilpa: nét niet naamloos
Rachel geeft Bilha's zoon een naam: Dan. Luister wat er in haar omgaat: "God heeft mij recht verschaft, ook heeft Hij naar mijn stem gehoord (vgl. 29: 33) en mij (!) een zoon gegeven". Daarna bij Naftali: "Op bovenmenselijke wijze heb ik met mijn zuster geworsteld, ook heb ik overmocht" (de overhand gekregen, vgl. 32: 28). Wie en wat brengt Rachel ter sprake? Eerst God die hoort en (haar) recht verschaft - wil de naam van Jacobs God - HERE - háár niet over de lippen? Dan haar tweederangs-positie t.o.v. Lea als het om kinderen baren gaat. Zij spreekt van 'overwinning' in een uitputtingsslag - ja, maar nog steeds is zij zelf onvruchtbaar. Gods voornemen kost haar hete tranen ...

Dan blijkt ook Lea onvruchtbaar.
Ook Lea grijpt naar hetzelfde matenaal als Rachel: zij geeft haar slavin Zilpa aan Jacob tot vrouw. Ook nu zegt God niet: dat mag niet. Integendeel-Zilpa baart óók twee zonen (die rechtens gelden als zonen van Lea).
Hoor Lea's commentaar: bij Gad: "het geluk is gekomen". Bij Aser: "Ik gelukkige! voorzeker zullen de jongedochters mij prijzen!". Ze kan haar geluk niet op . .. 't is als een zaligspreking uit eigen en anderer mond.
Maar hoe zal zij beseft hebben dat er méér op het spel staat dan háár geluk:' het geluk van de wereld?

Werken liefdesappelen echt?
Intussen zijn nu zowel Lea als Rachel zélf onvruchtbaar! Het thema is duidelijk.
En wat Ruben van het veld meebrengt, heeft daar alles mee te maken: liefdesappelen - de alruin, vanouds gezien als een middel dat de liefdes drift prikkelt. Of het werkt?
Wie zal 't zeggen. Maar in dit - bijzondere - geval doet dat niet ter zake: hier is Gods hand in het spel. Uit de onderhandeling tussen Rachel en Lea spreekt eigenlijk alleen maar verdriet, pijn, gekwetst zijn - en is 't een wonder?
In elk geval gaat Jacob accoorden opnieuw blijkt Lea vruchtbaarRachel niet. Zij baart een vijfde, straks een zesde zoon - het aantal wordt expres genoemd. Hoor haar commentaar bij Issaschar: "God (!) heeft mij mijn loon gegeven, omdat ik mijn slavin aan mij v- man heb gegeven".
Enje denkt: krijgt Rachel dan géén loon? Bij Zebulon: "God heeft mij een schoon geschenk gegeven, ditmaal zal mijn man bij mij wonen (zijn domein bij mij kiezen) omdat ik hem zes zonen heb gebaard". Opnieuw is God in geding, maar ook haar tweederangs-positie. Hoe viel ook toen Gods hand in de geschiedenis aan te wijzen? Tenslotte bevalt Lea nog van een dochter, Dina; is de naam een tegenhanger van Dan? Een uitleg wordt bij de dochter niet gegeven.

De genesis van Israël in de Openbaring
Terwijl Lea dus nóg twee zonen èn een dochter krijgt, is Rachel nog steeds onvruchtbaar.. . Wordt zij nu definitief de dupe van Gods keuzemaatstaf?
Bij de eerste ontmoeting stonden Jacob de tranen in de ogen (29 : 11) toen hij Rachel zag - wordt zij nu gestraft omdat Jacobs hart naar háár uitging? Hoor: "toen gedacht God Rachel, en God (ver)hoorde haar; Hij opende haar schoot, en zij werd zwanger en baarde een zoon".
En hoor nu Rachels hart spreken bij Jozef "God heeft mijn smaad (!) weggenomen - moge de HERE (!) mij er nog een andere zoon bijvoegen" - dat laatste ligt in de naam 'Jozef opgesloten. Zo komt zij op één lijn met Sara, Rebecca, Hanna, Elisabeth (vgl. Ps. 113 : 9): wij zien (nu) Gods hand in die geschiedenis. Maar wat een pijn, moeite, verdriet, verwarring in die kraamkamer van Israël: het begin van Israëls ontstaan stond al in het teken van lijden.
De twaalf namen (nu zijn het er nog elf) van Jacobs zonen leerden we op school - de entourage bleef ons verborgen.
Teveel "chronique scandaleuse?"
Eén uitlegger meent dat Jacob wel het gevoel moet hebben gekregen, dat zijn huisgezin op een stoeterij ging lijken" en noemt Jacob Lea's gigolo (resp. bij vs. 9 en 16).
Maar wat weten wij van de toenmalige zeden? Hoe dan ook, als wij met Johannes de namen van de twaalf stammen op Jeruzalems muren zien staan, dan is dat niet omdat er over hen en hun geboorte (genesis) zo veel te roemen valt. De namen op de poorten spreken boekdelen, Te roemen valt er over Góds bouwwerk, het nieuwe Jeruzalem: de bruid, de vrouw des Lams (Op. 21 : 9 vv.) ook dát spreekt boekdelen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief