Pastorale Notities
1988-04-15
Over slecht weer- Jaargang 32
- nummer 15
Over het weer heb ik het in dit hoekje al eens eerder gehad, maar toen ik u vertelde dat ik in mijn jeugd het weer nooit slecht mocht noemen was ik heus van mening dat ik u iets uit het verleden doorgaf dat je nu niet meer tegenkomt.
Daarin heb ik mij vergist.
In Trouw stond onlangs een gesprek met de hoofdredakteuren van het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad.
Daarin verklaarde de heer Janse van het RD dat in zijn krant het weer nooit slecht genoemd wordt omdat je je daarmee een oordeel aanmatigt over iets dat van de Here komt.
Ik heb de indruk dat ze bij het ND wat ruimdenkender zijn.
Dat hoort ook zo.
Verschil moet er zijn, nietwaar?
Maar de heer Janse van het RD moet letterlijk gezegd hebben: "Als het KNMI regen voorspelt kunnen wij daar natuurlijk geen zonneschijn van maken, maar het weer slecht noemen, dat zullen wij niet. Nu is de heer Janse natuurlijk aan mij geen verantwoording schuldig, maar er zijn een paar vragen, die mij op de lippen branden.
Al is het weer van dien aard - u hoort hoe zorgvuldig ik mijn woorden kies - dat zelfs je hond niet even naar buiten te branden is, dan nog spreekt het RD niet van slecht weer.
Maar stel nu eens: er komt zo'n dag waar we nu al weken naar uitkijken; de zon schijnt, je kunt zonder jas buiten en alles bloeit. Zo'n dag als het geweest moet zijn toen de dichter Prins op die woorden kwam: De bruigom is de lentezon en Holland is de bruid.
Mag ik dan, diep ademhalend, met een kneepje in d'r arm tot mijn vrouw zeggen: " Wat een prachtig weer"?
Mag dat wel?
Maar dan vermeet ik mij natuurlijk ook een oordeel uit te spreken over wat van de Here komt. Een gunstig oordeel weliswaar, maar dat lijkt mij even erg.
Een tweede vraag.
Achter de woorden van de heer Janse zit natuurlijk de overtuiging dat het weer rechtstreeks van de Here komt en dat mensen daar nooit met hun vingers aan gezeten hebben.
Maar staat dat wel zo vast?
Door de wijze waaropwijmet het milieu omgaan schijnt de zeespiegel aan het stijgen te zijn en zal dat allerlei gevolgen hebben voor ons klimaat. Onze spuitbussen schijnen ook veranderingen te bewerken in de ruimte, waarvan wij de gevolgen nog niet kunnen overzien en in de Oeral, liet ik mij vertellen, schieten ze in verband met het weer al op wolken. Al met al is er best reden om zo eens tegen elkaar te zeggen: wie zou er nou weer met z'n vingers aan het weer gezeten hebben? De dag nadert dat ook het RD vrijmoedig zegt dat het af en toe slecht weer is en dat dat niet allemaal rechtstreeks van de Here komt, al gaat het niet buiten Hem om.