De paus over Jezus (2)

2008-02-15
  • Jaargang 52
  • nummer 4
A. Huijgen In het vorige nummer zagen we hoe de paus aankijkt tegen de historische Bijbelkritiek, vandaag laat ik zien wat de paus in zijn boek inhoudelijk over Jezus naar voren brengt.
Jezus heeft God gebracht.
Hoe ziet de paus Jezus? Als een vrijheidsstrijder, zoals marxisten Hem graag zien? Of als de moralistische leraar van de liberale theologie? Van beide neemt de paus afstand. Maar wat heeft Jezus dan gebracht, 'als dat niet de wereldvrede is, niet welvaart voor allen, niet een betere wereld?
Wat heeft Hij gebracht? Het antwoord is heel simpel: God. Hij heeft God gebracht. Hij heeft de God gebracht van wie het gelaat zich langzaam openbaarde vanaf Abraham via Mozes en de Profeten tot aan de wijsheidsliteratuur' (61).

Fronten
Die stellingname betekent dat Ratzinger afstand houdt van zowel marxisme als van ongebreideld kapitalisme.
Hij doet dat met name in zijn uitleg van de verzoeking in de woestijn, waar de satan Jezus uitdaagt brood te maken van stenen. Enerzijds houdt de paus afstand van het marxisme, dat de kerk bekritiseert omdat ze zich niet éérst bekommert om brood voor de armen. En zeker, dat brood is nodig, zonder meer. Maar niet op de marxistische manier, waarbij God uiteindelijk op de tweede rang terechtkomt.
In de evangeliën is brood niet los verkrijgbaar van het Brood des levens. De mens leeft niet bij brood alléén. Overigens ook: 'De ontwikkelingshulp van het Westen, die op louter materiële principes is gebouwd, die God niet alleen vergeten is maar de mensen van God weggeduwd heeft met haar hoogmoedige betweterij: die heeft de Derde Wereld pas gemaakt tot de Derde Wereld zoals we die nu kennen. Ze heeft ter plaatse gegroeide religieuze, morele en sociale structuren terzijde geschoven en haar technocratische mentaliteit ervoor in de plaats gesteld.' (53).

Het juiste beeld
Maar hoe moeten we dan wél over Jezus spreken? Als Degene die God bracht, de God van Abraham, de Levende. Maar wat zeggen we daarmee, en hoe deed Jezus dat?
Daarmee is het grootste deel van Ratzingers boek gevuld. Nauwkeurig bespreekt hij de Bergrede en het Onze Vader stap voor stap; hij mediteert over de gelijkenissen en over de grote beelden bij Johannes: water, wijn, brood, de herder. Het laatste hoofdstuk van het boek behandelt uitspraken van Jezus over zichzelf.

Kruis en opstanding
Opvallend is ook wat er niet in het boek staat. Maria komt er slechts zijdelings in voor! Maar ook kruis en opstanding worden niet expliciet besproken. Nu presenteert Ratzinger dit boek als deel 1, en hoopt hij deel 2 nog te schrijven als hij de tijd en kracht ontvangt - maar het blijft opvallend dat zulke kernpunten van het christelijk belijden (kruis en opstanding) of van de Rooms-katholieke leer (Maria) nu juist niet aan bod komen.
Nieuwsgierig kunnen we vragen of het denken vanuit het kruis en naar het kruis toe het boek toch niet stempelt.
De vorige keer bleek immers dat Ratzinger Jezus' weigering om van de tinne van de tempel te springen in verband brengt met de sprong die Hij gewaagd heeft door zich te laten kruisigen. Gaat het in dit boek dan toch om een vorm van kruistheologie, om Gods verzoenend ingrijpen dat radicaal haaks staat op ons denken en verwachten? Hoe denkt de paus over kruis en opstanding?
In zijn bespreking van het beeld van het brood bij Johannes geeft de paus een inkijkje. We mogen geen tegenstelling maken tussen opstandingstheologie en de theologie van de menswording, want: 'De menswording van het Woord, waar Johannes zijn evangelie mee begint, is immers op weg naar het kruis: daar schenkt het lichaam zich weg.' (252). Door deze formulering, wekt Ratzinger de indruk dat de menswording inderdaad in dienst staat van het kruis, dat zou kunnen wijzen op een vorm van kruistheologie.

Maar wat de paus er direct op laat volgen, plaatst een en ander toch in ander licht. Hij wijst er op dat wij in het sacrament van de eucharistie, de mis, deel hebben aan kruis en aan het lichaam van Christus. 'In de broodrede van Jezus (Johannes 6) zijn beide bewegingen zichtbaar: de weg via menswording en lijden naar het sacrament van de eucharistie, waarin menswording en Pasen samenvallen.
En omgekeerd: de eucharistie die haar plaats heeft in de grote beweging van Gods afdaling in onze wereld.' (253).
Hier is te zien hoe de paus zowel het kruis, en de lijdensweg daar naartoe, als de menswording betrekt op de eucharistie: dáár zijn beide te vinden.
Dus niet het kruis is primair de manier waarop God present is in deze wereld, maar de eucharistie, al maakt het kruis de eucharistie wel mogelijk.
'Zoals Jezus door het kruis tot een nieuwe, met God verweven menselijkheid kwam, zo moet onze deelname aan de eucharistie ons, door het kruis heen, open maken voor het nieuwe bestaan in en met God.' (253).

Omkering
Wat hier gebeurt, is in zekere zin een omkering van de gereformeerde visie op de verhouding van kruis en Avondmaal. Terwijl in de gereformeerde theologie het verstaan van kruis en verzoening de toegang tot het Avondmaal vormen, biedt bij de paus de eucharistie de beste toegang tot het verstaan van het kruis. In feite is de eucharistie een voortzetting van de menswording van Christus in onze levens: echt mens word je door middel van de eucharistie, zoals Jezus nieuw mens werd door het kruis. Voor ons is het kruis dus middel tot menswording.
Dat is het in zekere zin ook, maar het unieke karakter van de menswording van Christus die gericht was op het kruis, wordt hier toch enigszins gerelativeerd.

Menselijke mogelijkheden
Op nog een ander punt werkt Ratzingers boek vervreemdend; hij blijkt wel erg positief te denken over de aansluiting van de menselijke natuur bij Gods genade. Niet alleen de profeten verwachtten de Messias, maar ook Plato deed dat, en 'wie met verstand en hartstocht naar de waarheid zoekt, [volgt] de weg naar Christus' (103-104). Ratzingers hoge verwachtingen van de aansluiting van Gods genade bij ons mens-zijn vormen duidelijk een verschil met reformatorische theologie, die inzet bij Gods genade die zondaren zoekt, kiest en vindt. Het is de aloude kwestie: is de mens ten diepste tóch goed (Ratzinger), of is hij zondaar, geneigd tot alle kwaad, tenzij wedergeboren door Gods Geest (Heidelbergse Catechismus, vraag en antwoord 8).
Ratzinger meent ten onrechte: 'De Heilige Schriften gaan er van uit, dat de mens diep in zichzelf weet wat Gods wil is.' Hij meent dat het geweten 'in de geschiedenis met van alles overdekt is geraakt. Helemaal weg is het nooit, maar het raakt op de achtergrond, een flakkerend vlammetje, dat maar al te vaak onder de as van onze diep genestelde vooroordelen dreigt te verstikken.(151) Diep van binnen zit het toch goed met de mens, hoeveel slechts er ook overheen komt. Het precieze spiegelbeeld van de gereformeerde gedachte dat de mens diep van binnen zondaar is, hoeveel lagen beschaving er ook overheen gaan - totdat Gods genade die mens bevrijdt en reinigt. Omdat de paus niet radicaal genoeg over de zonde spreekt, komt ook de radicaliteit van de genade tekort.

Balans
Al met al bevat Ratzingers boek over Jezus mooie meditatieve inzichten, die stevig exegetisch onderbouwd zijn. Het geeft inzicht in de evangeliën, en de paus geeft fijnzinnig rekenschap van zijn omgang daarmee.
Toch voel je op punten in het boek vervreemding die te maken heeft met het verschil tussen Rome en de Reformatie, en dan heeft Ratzinger nog niet eens geschreven over Maria. Maar wie die verschilpunten opmerkt en plaatsen kan, vindt in dit boek veel dat het denken over en het aanbidden van Jezus Christus bevordert.

Naar aanleiding van: Joseph Ratzinger / Benedictus XVI, Jezus van Nazareth.
Deel 1. Van de doop in de Jordaan tot de gedaanteverandering, Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2007. 377 pag.; € 29,95.

Arnold Huijgen is docent dogmatiek en symboliek aan de TU Apeldoorn en Christelijk Gereformeerd predikant in Genemuiden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief