De meest geliefde psalm 23
1987-02-20
Vraag een Bdt· welke psalmen hij uit het hoofd kent: Dat is er maar een: psalm 23. Deze psalm kent iedere schooljongen, elke huisvrouw, iedere bewoner van het bejaardenhuis. Die.- Jaargang 31
- nummer 7
psalm wordt immers gezongen op bruiloften en partijen, bij begrafenis en doop, bij alle passende en minder passende gelegenheden.
Waarom eigenlijk? Zou het zijn omdat hij onze eigen levensreis zo nauwkeurig tekent? Misschien wel. Er wordt zelfs beweerd dat John Bunyan, die drie eeuwen geleden "Des christens reize"
schreef, zijn. hele allegorie eigenlijk aan psalm 23 had ontleend. En deze bewering kan er niet ver naast zijn. Psalm 23 tekent immers ons wel en wee, .gevaar en' uitredding, overvloed en gebrek, twijfel en geloot, leven en sterven, ja ons uitzicht op de "vele woningen", op de "eeuwige tabernakelen". En dit alles onder het waakzame oog van onze God, Vader en Heiland beide, die ons eeuwig heil wenst. Het beeld van een herder die over zijn kudde waakt laat zich in elke situatie transponeren. Onder de vele persoonlijke weergaven, die deze psalm in dit eilandenrijk kent, leent zich. het thema van Gods vriendelijk aangezicht voor èlke levensweg: van de zeeman, van de schaapherder zelf, van de vliegenier, van de soldaat, van de ruimtevaarder, Dat blijkt bizonder goed uit het mooie boekje "Psalm 23, een bloemlezing", door Kathleen Strange en R. G. E. Sandbach in 1978 in Edinburgh uitgegeven. Het bevat 87 vertalingen, berijmingen en persoonlijke parafrases van deze meest geliefde psalm.
Het was in 1969 dat Kathleen een bundeltje met 26 parafrases uitgaf. Deze uitgave was een voltreffer: de. schrijfster kreeg een geweldige correspondentie met mensen, die een van haar tienduizenden boekjes gelezen en genoten hadden. Haar verzameling vrije weergaven, vertalingen en berijmingen groeide in. korte tijd aan tot over de honderd! Samen met Sandbach begon ze toen aan een nieuwe, sterk vermeerderde uitgave: een boekje in prachtband, versierd met Keltische patronen, ontleend aan een der oudste christelijke manuscripten, "Het Boek van Kelis".
Een zendeling uit Nieuw-Guinea stuurde haar een parafrase in Pidgin-Engels; een kapitein schreef dat hij de Pilot's weergave in 1906 aan boord had horen voorlezen toen een overledene te water besteld werd; een predikant zei dat het zijn oom was, die de bergbeklimmers-psalm had gedicht; een stervend patiënt verklaarde dat de moed hem begeven had, maar dat hij door de radio de Indianen-versie van psalm 23 had beluisterd en weer blij was; er zijn psalm-weergaven bij in allerlei dialecten, die u nauwelijks voor Engels zou verslijten (maar op de klank af herkent u het Saksisch) en er zijn meer dan 20 Schotse en Kelitische en Shetlandse weergaven, die een passend woordenboek vereisen: En als u tot de kern doordringt blijkt, dat elke versie een hartenkreet is, een persoonlijke geloofsbelijdenis betekent.
Zoals de barones Stocks in haar boek "De ongelezen Bestseller" probeerde om,de Bijbel in eigen verstaanbare taal weer te geven, zo deden velen met deze geliefde psalm. Ze' maakten zich die eigen. In zijn boek "The song of a Syrian guest" zegt W. A. Knight zijn ondervinding: "dat pijn en lijden dragelijk werden, door elke regel van psalm 23 te lezen". Augustinus van Hippo noemde deze "de martelaarspsalm". Trouwens mijn eigen moeder vertelde me, dat ik haar ongewild een moeilijke bevalling had geleverd, die ze echter met het citeren van psalm 23 had doorstaan. De schrijver Prothere vertelt in zijn "The psalms in human life" hoe de psalmen in tijden van geloofsvervolging en martelingen wonderlijke en extatische uitwerking op de gelovigen hadden; is dat niet precies als in Rome, in Frankrijk, in Nederland en Spanje? De schrijfster verwijst, omhaar psalm goed te verstaan, naar het mooie boekje van Phillip KeIler "A shepperds look at psalm 23", in 1981 in het Nederlands uitgegeven bij Voorhoeve, "De Goede Herder en zijn schapen". (Leest u dat, om de herderspsalm te verstaan.) Diverse componisten van naam als Orlando Lassus, Marcello en Dvorak hebben hun krachtenbeproefd op een passende toonzetting van deze pastorale.
Ook pater Joseph Gelineau, om een hedendaags psalrnodist te noemen, heeft er zich met succes aan gewaagd. Om van de schilders maar te zwijgen.
Wie is' eigenlijk de auteur van deze psalm? Dat is een kluif voor de oudtestamentici, die er niet allemaal uitkomen. Wel staat er boven "van David", maar er zijn wel meer aanvechtbare opschriften, die niet tot de grondtekst behoren. En zelfs wanneer men algemeen aanneemt, dat David bijna' de helft der psalmen geschreven heeft, of althans het eerste boek (1-41), dan nog zijn er theologen, die David's auteurschap betwisten ten aanzien van 23. Maar ieder die de geschiedenis van David kent weet, dat geen dichter van zo nabij het leven van de schapen heeft ervaren, de gevaren der wilde dieren getrotseerd, met stok en staf zijn kudde kon beschermen en regeren, de ;,stille wateren" en de "grazige weiden" aan de Jordaan kende, evenals "het dal der doodsschaduwen, ergens tussen Jericho en de Dode Zee - als juist David.
Zelfs: al zou het auteurschap van David een misverstand zijn, dan kunnen we ook met dit misverstand blij zijn, en met de koninklijke zanger instemmen.
Want het was wèl zijn taal, zijn gedachtengang, zijn levensgang, Zijn geloofsleven.
Destijds preekte ds J. Keizer van Brouwershaven over deze psalm. Hij had, om de allegorie goed te verstaan, eerst een paar dagen met een schaapherder en zijn kudde opgetrokken: een goede pastor dóet dat immers voor zijn gemeente? Ook van ds G. Visee herinner ik me, dat hij twee maal over psalm 23 preekte en dat deed hij aangrijpend, eenvoudig. Wij, de schapen Zijner weide, worden veilig en wel bewaakt: natje en droogje op zijn tijd, rust, om te herkauwen, beveiliging tegen ondieren.
De Herder weet de weg naar de beste weidegronden, drenkt ons op veilige drinkplaatsen. Zelfs in beklemmende omstandigheden hebben wij geen angst, want het eind van de reis is goed. Hij is voor ons en achter ons en aan onze zijde, we hebben het goed bij Hem, Hij 'zorgt mild en overvloedig.
Ook verzorgt Hij onze wonden, telt oris stuk voor stuk, zoekt ons op als we roekeloos zijn en straks wacht ons de warme stal. Halleluja!
Wanneer u zegt dat deze psalm in Nederland niet zo populair is als op de Britse eilanden, vrees ik dat ons oude psalmboek ons parten speelde. De eenheidsnoot, door de vaderen liefst goed lang aangehouden, was de dood in de pot voor een pastorale, die bevallig gezongen kan worden. Maar met ons nieuwe psalmboek kunnen we beter.
overweg; vooral wanneer de valse verhogingen in de Ienige dorische melodie worden weggelaten. Toegegeven, de nieuwe berijming vergeestelijkt de psalm en laat het natuurtafereel eigenlijk varen, En eerlijk, ons bekende versje "De Heer is mijn herder" had veel voordelen van de vrije weergave en de onbevangen melodie.
Van die vrije weergave staat het boekje van Kathleen Strange vol. We laten u enkele voorbeelden proeven en wel eerst een van kapitein Roberts uit 1874:
De Heer is mijn piloot, ik zal niet afdrijven.
Hij geeft mij een kustlicht als ik door donkere wateren vaar.
Hij stuurt mijn schip door diepe geulen.
Hij houdt mijn bestek bij. Ter wille van zijn naam geeft Hij mij een poolster.
Ja, al vaar ik door onweer en storm, ik ben niet bang want Gij zijt bij mij.
Uw liefde en zorg beschermen mij.
U hebt een haven in het thuisland voor mij.
U giet olie op de golven, mijn schip vaart rustig.
Zeker, het licht van zon en sterren begunstigen mijn reis en ik zal voorgoed ankeren in' de haven van mijn God.’
Een Indiaan schreef de psalm op zijn eigen manier (1938):
De Grote Geest boven is de Opperherder.
Ik 'ben van Hem en met Hem blijft er niets te wensen over.
Hij gooit me een lijn toe, waarvan de naam liefde is; en Hij trekt me voorzichtig omhoog naar goede graasgronden, waar het water betrouwbaar is, waar ik kan eten en 'neerliggen.
Soms is mijn hart zwak en val ik neer.
Maar Hij tilt me op en brengt me op de goede weg, want zijn naam is Wonderlijk.
Een enkele maal, misschien morgen al of misschien duurt het nog wel even, brengt Hij me in een nauwe bergkloof, waar het donker is. Maar ik zal niet ,weglopen en niet bang zijn, want juist daar wil de Opperherder mij ontmoeten.
Dan zal Hij alle honger, die mijn hart levenslang gevoelt, verzadigen.
Soms is, zijn lijn een zweep - maar daarna geeft Hij me troost.
Hij zet me overvloedig voedsel voor. Hij legt zijn hand op mijn hoofd en alle vermoeidheid is over.
Hij vult mijn drinkbak tot die overloopt, Het is waar wat ik zeg, er is geen leugen bij.
Deze weg, die voor me ligt, wil ik blijven volgen.
Daarna zal ik leven in het Grote Kamp en zitten bij de Opperherder, voor altijd.
Tenslotte de belijdenis van, een gevangene (1966):
De Heer is net als mijn reclasseringsvoogd.
Hij wil me helpen, Hij probeert elke dag voor mij te laten slagen.
Hij maakt dat ik kalm blijf, en rustig ben. Hij wijst me de goede weg, zodat ik een goed rapport krijg - net als Hij. '
Omdat ik Hem vertrouw (en wat is dat moeilijk: iemand vertrouwen) trek ik me niet te veel aan van wat er gebeuren gaat.
Ik weet dat hij voor me opkomt en mij erdoor helpt.
Door hem heb ik eten op tijd. Hij zorgt dat Moeder het thuis klaarspeelt en dat ze niet drinkt.
Daarom voel ik mij tevreden helemaal.
Hij is een goede man vind ik en hij is vriendelijk; ik heb het toch best getroffen zo.
En als ik ook vriendelijk en goed ben weetik, dat de Heer bij mij is, net als mijn, reclasseringsvoogd.
In mijn werkkamer hangt een sampler, een merklap, door de hand van mijn liefste geborduurd. Hij bevat de eerste 4 regels van Addisons vertaling (ca. 1700) en zal mij voor ogen staan "al de dagen mijns levens".