Ingezonden
1987-02-20
In antwoord op het Ingezonden van br. A. J. van Helden (Opbouw van 23 jan.) wil ik een korte reactie geven. Het onderwerp, dat ons op de Vrouwencontactdag bezighield, houdt veel meer in dan wat men "chiliasme" noemt. Dat woord "chiliasme" is een onduidelijke aanduiding. Een Duitse exegeet heeft aangetoond, dat er minstens 150 varianten van uitlegging zijn over het zgn. duizend jarig rijk .- Jaargang 31
- nummer 7
Het gaat in ons nadenken over de wederkomst van Christus om een Schriftuurlijke visie op de toekomst van de gemeente en van Israël, welke visie met alle daarvoor in aanmerking komende Schriftgegevens moet rekening houden.
Dit onderwerp overschrijdt ver de grenzen van wat in de wandeling met "chiliasme" wordt bedoeld als benaming van een duizendjarig vrederijk onder het regiment van Christus. Het "chiliasme"is overigens allerminst van heidense oorsprong. In de dagen van de apostolische vaderen, in heel de kerkgeschiedenis vóór Augustinus, was de gedachte aan een toekomstig vrederijk op aarde de dominerende visie op de toekomst. Deze 'verwachting gaf grote kracht in de tijd, van de vervolgingen.
Eerst Augustinus dacht, dat het vrederijk van duizend jaar met de bekering van de heidense keizer Konstantijn was aangebroken, toen de Christelijke kerk staatskerk werd.
Maar de mening, dat, sinds die tijd de satan gebonden zou zijn is, mede na en door "Auschwitz", wel zeer op de terugtocht geraakt. Het komt ons voor, dat het van veel belang is voor de Christelijke kerken 'zich bij het licht van de Schrift op de toekomst te bezinnen, De jeugd heeft dat dringend nodig en vraagt er vaak ook in deze eindtijd, waarin het oude Israël weer zo centraal' is komen te staan en een nieuwe bezinning op Gods beloften aan Israël en de gemeente dringend nodig is. We moeten daarbij goed, inzien, dat we, als we het grote onderwerp van onze tijd, "de Christelijke toekomstverwachting", zouden willen persen in het keurslijf van het tot , zoveel misverstanden aanleiding gevende woord "chiliasme", geen helderheid aanbrengen, .maar Schriftonderzoek in de weg staan.
De veronderstelling, dat ik van mening zou zijn, dat onze Here Jezus Christus tweemaal zou terugkomen is een misvatting, De Heilige Schrift spreekt over één terugkeer van Jezus Christus, onze Here. Daarvoor worden de woorden "komst", "verschijning" en "openbaring" gebruikt. Maar dit grote gebeuren verloopt in verschillende fasen. Het omvat verschillende gebeurtenissen.
Het is goed daarop te letten, willen we het onderwijs van de Heilige Schrift recht doen.
Intussen hebben drs W. van Veelen en ik in een boekje onder, de titel "Israël nog Gods volk?" op een o.i. Schriftuurlijke wijze geantwoord op de studie van drs J. A. van Delden: "Israël is Gods volk!". We hopen, dat ons antwoord, waarin ook de door br. Van Helden genoemde Schriftplaatsen aan de .orde komen, spoedig mag verschijnen. Het zou naar onze' overtuiging grote winst betekenen als de gemeenten zich nader zouden bezinnen over wat de Schrift van de toekomst zegt. Er is hoop!