Het verkeerde familieportret
1987-02-27
Gaandeweg raak je thuis in het gezin van Izaäk. Izaäk: een zielige, oude, blinde man, bedrogen notabene door zijn eigen vrouwen. Ezau: de sympathieke, ruige èn argeloze oudste zoon, bij voorbaat gedoemd (v. Selms) tot geboren verliezer. Rebecca: wat op de achtergrond, maar wel een gewetenloze intrigante die er alles voor over heeft oni haar lievelingszoon vóór te trekken. Jacob tenslotte: het moederskindje, de huismus, de èven miezerige als geslepen tweelingbroer van Ezau - leugen noch bedrog gaat hij uit de weg om over zijn broer te triomferen. .- Jaargang 31
- nummer 8
Zo wordt het familieportret doorgaans toegelicht. Maar daar klopt weinig of niets van. Centraal staat immers (Paulus zag-dat, Rom. 9: 11) Gods voornemen naar het principe van verkiezing.
Van dat plan, dat voornemen hebben alle betrokkenen weet en dàt bepaalt het doen en laten van alle vier betrokkenen. Daarop zijn ze alle vier ook stukgelopen, hetzij dat ze tegen hetzij dat ze meewerkten. In die situatie zijn die vier op het familieportret beland: allen hebben verloren tegenover de HERE God (B. Holwerda). Dat het "uiteindelijk toch nog goed komt, "dat God er weg mee weet, dat ligt aan God, niet, aan een geheime kwaliteit van de zonde" (v. Selms), Het is God die de doorslag. geeft (B. Holwerda). Maar Hij Iaat de gestelde norm, de eis van geloof niet los.
Van God verliezen is geen schande Intussen zitten ze in hei gezin met de brokken. Ezau loopt rond met moordplannen.
Jacobs levensverzekering staat en valt met Izaäks leeftijd (27 : 41) - zijn polis dreigt snel te verlopen.
Rebecca.- de vrouw - probeert de brokken bij elkaar te vegen en het naderend onheil te weren. Ze ontbiedt eerst Jacob en raadt hem naar haar, broer Laban te gaan: mogelijk bekoelt Ezau's toom en vergeet hij het hele voorval. En ze voegt eraan toe: waarom zou ik op één dag van jullie beiden (de bloedwraak) beroofd worden? De wrange gevolgen van haar list.
Vervolgens gaat zè naar Izaäk. Ook daar valt ze,met de deur in huis. Maar nu- gebruikt, ze een ander motief: Ezau's Hethietische vrouwen - die ontbraken nog op het familieportret.
Mocht Jaoob dezelfde weg opgaan, dan is haar leven zinloos geweest: had Abraham er/ niet voor gewaakt dat Izaäk een vrouw uit Kanaän zou huwen (Gen. 24)? En' had zij zelf niet juist daarom haar, vaders huis verlaten? Tegenover Izaäk stelt zij het thema van het "isolement", aan' de orde. Izaäk, hoe oud ook verstaat de wenk. Hij roept Jacob en ... nee, hij scheldt hem niet de huid vol vanwege het bedrog. Hij heeft zijn les geleerd en geeft zich gewonnen aan Gods souvereine keus: hij zegent Jacob. Ook hij neemt de draad weer op: met zoveel 'woorden en met een duidelijke huwelijksopdracht stuurt hij Jacob naar Paddan-Aram - het adres wordt a.h.w. in hoofdletters' gedicteerd (28 :5). Als in de lijn van Abraham gebiedt' hij Jacob zich een vrouw te nemen uit Rebecca's familie. Maar nu belaadt hij hem ook met zoveel woorden met "de zegen van Abraham" (28: 4). Izaäk heeft gebogen voor "God de Almachtige": zonder reserve aanvaardt hij nu Gods verkiezend voornemen. Zó te verliezen is geen schande meer: Izaäk "spoort" weer met Gods geopenbaarde plan. Tweeërlei huwelijk, tweeërlei weg En zijn zonen? Jacob moet de ironie van de situatie geproefd hebben. Nu is hij de erfgenaam, maar op hetzelfde moment moet hij als vluchteling het hem beloofde land verlaten. Hij wordt de zwerver broer Ezau kan rustig wonen in het land. De erfgenaam moet alles achterlaten, de niet-erfgenaam kan breeduit bezit nemen. van alles., Het hebben van het eerstgeboorterecht is blijkbaar toch nog niet alles. Dat moet later ook Israël leren. Want zèlfs als je Gods eerstgeboren zóón bent. dan nog blijft alleen 'de weg van het geloof om het beloofde in bezit te krijgen. Zoals ook Jezus de weg van Gods plan ging: niet mijn, maar Uw wil geschiede... "
En Ezau? Merkwaardig - ook bij hem gaat het huwelijk spreken. Ook hij wil z'n steentje bijdragen en een gebaar maken. Een gebaar in ,de richting van zijn ouders. Hij had gemerkt, hij zag ('t was van hun gezichten af te lezen) dat de dochters van Kanaän zijn vader Izaäk mishaagden. Eri dus probeert hij zijn ouders gunstig te stemmen door een huweliik met Mahalath, de dochter van Ismaël. Nu bleef hij toch binnen de familie. nietwaar? Maar juist inzake Ismaël had Sara gezegd: de zoon der slavin zal niet erven met de zoon der vrije. En dat met Gods instemming (21 : 10 v.v.).
Hagar en Ismaël waren weggezonden. Ezau maakt een gebaar, maar ook niet meer. Ook op dit punt gaan de wegen van Ezau en Jacob uiteen. Ezau neemt Gods openbaring, Gods woorden niet , tot leidraad en norm. In wezen blijft hij ook öp dit punt, zoals in Hebr. 12 : 16 staat vermeld een onverschillige, een onheilige. Hij gaat niet de enige goede weg: die van het geloof.