Heeft God twee gezichten?

1987-02-27
  • Jaargang 31
  • nummer 8
In 1983 verscheen "Als het kwaad goede mensen treft" van rabbi Harold S. Kushner. Dit boekje maakte een geweldige opgang en heeft inmiddels een- 30e druk 'gehaald. Kushner schrijft in dit boek over het sterven van zijn veertienjarige zoon.
Hoe hij dat verlies wist te aanvaarden en te overleven. Hij gaat in dit boek na In hoever God bij het lijden betrokken is. Eigenlijk komt hij er niet uit. Zijn conclusie is, dat God niet volmaakt is en ook wel eens een steek laat vallen. Wat hij schreef lijkt zachtmoedig, maar in feite verwerpt hij God zoals deze zich in zijn Woord geopenbaard heeft. Hij heeft zich een God geschapen naar zijn eigen ervaring., God lijkt op hemzelf. Ik schreef hierover in Opbouw van 24-8-1984.

Vorig jaar verscheen weer een boek' van Kushner. "Niets meer te wensen en toch niet gelukkig?": Ook dit boek kon wel weer een bestseller worden. Kushner doet hier een speurtocht naar de zin van het bestaan. Doet het er iets toe, dat wij bestaan? Zou de wereld er minder op worden als wij verdwenen? Als een mens leeft en sterft en niemand neemt er notitie van en de wereld gaat gewoon door, heeft zo iemand dan geleefd?
Kushner meent, dat niet zo zeer de, angst voor de dood, voor het eind van het leven, ons: nachtmerries bezorgt. Neen, het is de angst dat ons leven van geen belang is geweest., Ook als we alles gekregen, hebben wat we wensten toch kunnen we nog een leeg gevoel overhouden.
Het streven naar geluk is dan -ook een verkeerd doel. Je wordt niet gelukkig door het geluk na te jagen. Je wordt gelukkig door een zinvol leven te leiden. De gelukkigste mensen zijn zij die hun best doen vriendelijk te zijn, behulpzaam en betrouwbaar. Het geluk sluipt hun leven binnen terwijl ze druk met de dingen bezig zijn. Geluk is altijd een bijproduct nooit het primaire doel. Zijn boek gaat dus niet over de vraag: hoe word ik gelukkig, of hoe maak ik mij populair: Het gaat over de vraag: hoe word ik 'menselijk, hoe krijg ik het gevoel dat ik meer ben dan een mot; die een, ogenblik leeft en dan verdwijnt.

Hoe komt iemand tot het besef, dat hij geleefd heeft zoals mensen bedoeld zijn te leven.
In het vorig boek wilde Kushner mensen helpen, die verpletterende tragedies te verwerkern kregen. Dit boek bedoelt mensen te leren aan een andere, veel subtielere tragedie het. hoofd te bieden: de ziekte van verveling, de zinloosheid, het gevoel van de doelloosheid van het leven.
Toen zijn bijna 84-jarige vader overleed, werd hij gedwongen de kwestie van de sterfelijkheid onder ogen te zien. Kushner gaat dan te rade bij het boek Prediker; De schrijver van dit boek is, volgens Kushner, een boze cynische man die twijfelt aan God en zich. afvraagt wat voor waarde het heeft om goed te doen. Wat voor zin heeft het om hard te werken, vraagt hij. "Het ene geslacht gaat en het andere' geslacht komt, maar de aarde blijft altoos , bestaan." (Pred. I : 4).
Kushner vergezelt dan Prediker langs vijf drukbereisde wegen die 'Uiteindelijk dood blijken te lopen: de weg van egoïsme en zelfbelang, de weg van ascese, de weg van de wijsheid, die van verdringing van ieder gevoel ten einde geen pijn' te lijden en de weg van de vroomheid en de religieuze overgave.
Zelfs de laatste poging, ril. om het bij God 'te zoeken, vroom te zijn en alles te onderhouden wat zijn godsdienst leert, helpt hem niet. Zelfs, de diepste vroomheid helpt niet tegen de dood en de vergetelheid waar de dood toe leidt. Nooit kan hij een punt' bereiken waarop hij tegen God kan zeggen: kijk eens hoe waardevol mijn leven is. Toch geeft Prediker volgens hem ten slotte wei een antwoord: "welaan dan, eet uw brood met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk hart, want als gij dit doet, dan heeft God dit reeds lang gewild. Als op den duur alles om 'het even is. omdat wè allemaal doodgaan en' verdwijnen, leef dan niet op den duur, zo is zijn conclusie. Pieker niet over het feit, dat niets blijvends is en leer in de vreugden die weer verbleken je zin en je doel te vinden. Leer van het ogenblik te genieten, ook al duurt het niet eeuwig. Ogenblikken in ons leven kunnen eeuwigheidswaarde hebben zonder eeuwigdurend te zijn. "

Een almachtig God - een liefhebbende God
Hoe interessant de beschouwingen van Kushner over de zin van het leven ook zijn, het valt op, dat hij, evenmin als in zijn 1e boek, raad weet met God, zoals deze zich aan ons openbaart. Daar zijn mensen, zo schrijft hij, drie het kwaad in de wereld verklaren door te ontkennen dat God zich met' de' zaken van de mensen bemoeit, Voor wreedheid en misdaden hebben ze een verklaring, maar wat te doen met vrijgevigheid, vriendelijkheid en opofferingsgezindheid als je niet wil toegeven.
dat God op ons inwerkt zoals de zon een bloem laat groeien en bloeien? Kushner komt hier eigenlijk niet uit. Hij suggereert dat God twee aangezichten zou hebben.
Nu is er in de mythologie een god bekend, genaamd Janus, die twee gezichten had. De Januskop heeft daarom de betekenis van dubbelhartigheid gekregen.
Zo erg. bedoelt Kushner het nu niet als hij over twee aangezichten van God spreekt, naar zijn voorstelling van God betekent toch een aantasting van de eenheid en betrouwbaarheid van God. De Bijbel laat ons zien, zo meent Kushner, twee contrasterende (tegen elkaar afstekende) gezichten van God. Soms is Hij een gebiedende God, een God van macht. Hij verwoest Sodom en laat het plagen regenen op de' Egyptenaren en Hij splijt de Rode Zee. Veel mensen zienGod dan ook als een almachtige gezagsdrager in de hemel" die ons met donderende stem zijn wil oplegt, klaar om ons neer te vellen als we ongehoorzaam zijn. Godsdienst is daarom gebaseerd op de angst om gestraft te worden. Een voorbeeld daarvan is te vinden in Leviticus 26, waar God Israël dreigt met allerlei verschrikkingen. als Israël niet meer naar zijn inzettingen wandelt. Veel genera: ties hebben, volgens Kushner, geleefd in de gedachte, dat dit het beeld van God was. God de absolute heerser, die ons beloont 'ais we Hem gehoorzamen en die ons straft als we Hem ongehoorzaam zijn. Deze God laat blijken dat Hij ons serieus neemt door eert moreel verantwoordelijk gedrag; van ons te verwachten. We voelen ons onprettig en on echt als we niet voldoen aan onze 'aard als morele wezens. Dat is de reden. zo meent Kushner, waarom sommige kerk- en synagoge-gemeenten graag "hel en verdoemenis preken"
horen waarin ze ervan langs krijgen omdat ze zulke goddeloze zondaars zijn. Zo hebben ze het geruststellende .
idee qat God en zijn dienaren hoge eisen stellen.
In zijn ie boek liet Kushner al zien, dat hij van dit gezicht vim God niet veel moet hebben. Immers ter verontschuldiging van het feit, dat er zoveel leed op aarde is, voerde hij aan dat God ook niet alles kan. Van een almachtig God. wil hij niets weten. Daar is, zo meent Kushner, nog een ander gezicht van God, de God die ons helpt. Een tedere God. Een God van liefde met wie. een band. mogelijk is. Een God. die zieken bezoekt en hoop geeft aan wie in slavernij leven. Doordat de Bijbel zulke uiteenlopende gezichten van God Iaat zien, raken wij in' de war. Een almachtige en een liefdevolle God zijn. niet met elkaar te rijmen. Liefde en macht zijn onverenigbaar. Je kunt van iemand houden en hem het recht en de ruimte geven om zichzelf te zijn of je kunt proberen hem te overheersen en hem je wil op te leggen: Maar je kunt niet allebei tegelijk doen.Soms lijkt Gods macht zijn liefde in de weg te- staan. Als we God gehoorzamen omdat we bang .voor hem zijn, dan heeft Hij onze gehoorzaamheid, maar niet onze liefde, God moet ons ruimte geven om te kiezen, om onszelf te worden, anders kan Hij ons niet liefhebben en wij Hem met.
In 'de begintijd, zo redeneert Kushner, schilderden de Israëlieten God af naar het beeld van de despoten in de wereld die zij kenden. Het primitieve beeld van God als de gestrenge heer in de hernel. Toen Israël echter meer volwassen werd. veranderde dat beeld. Ze gingen' zien, dat zij, die macht uitoefenen, niet meer, _maar minder menselijk werden. Dat ze angst wekken, maar geen liefde.
In de verhalen van Noach en de rondvloed; of- van Abraham bij Sodom, zien we al dat God mensen straft omdat ze elkaar slecht behandelen, niet omdat ze Hem niet aanbidden. Bij de profeten wordt gesproken. over een God voor wie het belangrijker is dat de · mensen elkaar vriendelijk bejegenen, dan dat ze offers brengen. Het beeld van de almachtige God raakt wel nooit helemaal in de vergetelheid, maar het wordt al snel overschaduwd door het beeld van een God. die met ons de taak heeft een menselijke wereld op te bouwen op het fundament van de zorg en de liefde van mensen onderling: We horen, dat God zich in het bijzonder bekommert om de· armen, de gebrokenen van hart. Wij moeten, zo meent hij, dezelfde ontwikkeling doormaken als onze voorouders: van het aanbidden van macht en succes naar het ideaal van behulpzaamheid en zorgzaamheid voor elkaar. Ook nu weer heeft Kushner een God geschapen naar zijn eigen ervaring.
Een god, die op hem lijkt Het verbaast ook niet. dat de conclusie' van Kushner is, dat de Bijbel best het woord van God kan zijn, maar misschien niet het/laatste woord. omdat : het menselijk bevattingsvermogen beperkt is.

Een God van gerecbtigheid en liefde
Kushner is met zijn visie over de twee aangezichten van God in een even oude als hardnekkige ketterij vervallen.
Zijn opvattingen liggen in de lijn van de Gnos,tici, 'die leerden dat de wereld, een toneel van rampspoed, niet geschapen-kan zijn door de Vader van Jezus Christus, maar door een lagere schepper, Jehova. Marcion, die zijn opvattingen aan de Gnostiek ontleende, verwierp daarom het Oude-Testament.
Het Christendom was voor hem een volkomen nieuwe openbaring van een vreemde God, die zich uit louter goedheid ontfermde over 'mensen, die Hem vreemd waren. De onderscheiding, die · Paulus maakte tussen wet en evangelie, breidde Marcion uit tot een antithese tussen Oud en Nieuw Testament, tussen wrekende gerechtigheid en liefde, tussen schepping en verlossing. De verhouding tussen liefde en gerechtigheid heeft ook in later, eeuwen velen beziggehouden, Een God van gerechtigheid en liefde was moeilijk te aanvaarden. Zelfs Luther kon zich niet helemaal vrij houden van de gedachte van de tweeheid van God. Enerzijds de God van majesteit, de God van de scheppingsorde. Anderzijds de God van liefde en verzoening.
Terecht schreef Calvijn, dat we de gerechtigheid en de barmhartigheid van God niet tegenover elkaar mogen stellen. God is niet schizofreen. Hij is één. Helaas kunnen wij ons ook vaak niet losmaken van een God met twee gezichten. Bij ons doet deze dwaling zich, wel voor in de vorm van judaïsme, een christelijke vorm van Farizeïsme. In zijn boek over de Psalmen wijst ds Van Deursen erop, dat de Farizeeërs de Wet lazen als een arbeidsovereenkomst.
Voor, wat hoort wat. Gods evangelische wet werd zo verwrongen tot een godsdienstige arbeidsovereenkomst.
/Zo gaan christenen soms het Evangelie van Jezus Christus verwringen tot een dorre reglementenbundel. Met als gevolg, dat er' veel angst en onzekerheid heerst. Steeds de bange vraag:' heb ik mij wel genoeg aan de wet gehouden. Wanneer men de Wet van God wetticistisch leest, heeft dat bij alle bijbelboeken gevolgen. De gnostiek, zo merkt Van Deursen op, is een uitstekende huwelijkspartner .van het Judaïsme. Dan gaat men spreken over een tegenstelling tussen Oud en Nieuw Testament. De eerste zou hard en liefdeloos zijn, terwijl het Nieuwe Testament het hogere, het lievere zou weien. Men heeft er geen oog voor, dat in werkelijkheid ook de wet een en al evangelie is. Het verbond met Abraham was niet anders dan het zwart op wit gezette bewijs van Gods genade.
Neen, God heeft geen twee gezichten. De Messias van het Oude Testament, is dezelfde als de Christus van het Nieuwe Testament. Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief